Reportage

Een onbedoelde monstertocht: zonder stops van Argentinië naar Scheveningen

Bark Europa Toen de wereld op slot ging besloot de crew van de Bark Europa aan de langste tocht van het schip ooit te beginnen; van Argentinië naar Scheveningen, ruim 17.500 kilometer. „Het voedsel werd de eerste 72 uur in quarantaine gezet.”

De Bark Europa
De Bark Europa Foto Jordi Plana

Het moet een surrealistisch gesprek zijn geweest toen Sanne Muller, anesthesioloog in opleiding bij het UMCG in Groningen, half maart haar baas belde. Ze moest melden dat ze later op haar werk kwam. Zo’n twee maanden later.

Muller bevindt zich op het moment van schrijven op de Zuidelijke Atlantische Oceaan, zo’n 1.600 kilometer ten westen van de Canarische Eilanden. Als scheepsarts is zij een van de negentien bemanningsleden van de Bark Europa, een zeilschip dat momenteel bezig is met de langste tocht uit haar bestaan. Het schip zeilt zonder tussenstops vanuit de Argentijnse stad Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld, naar thuishaven Scheveningen. Een tocht van 9.500 nautische mijl (ruim 17.500 kilometer), die het schip in ongeveer tachtig dagen verwacht te voltooien.

De monstertocht stond niet op de planning. Begin maart kwam het schip terug van een expeditie naar Antarctica en lag een tijdje voor anker in Ushuaia. Betalende gasten waren net van boord en het wachten was op de nieuwe lichting. Vanuit Argentinië zou het doorvaren naar Chili, om vanuit daar via de Stille Oceaan naar Australië te varen. Eén bemanningslid van de Antarctica-reis was al naar huis gegaan, een deel van de nieuwe staf was gearriveerd om het schip klaar te maken en door te varen.

Maar toen werd langzaam duidelijk dat het coronavirus reizen een stuk moeilijker ging maken. Argentinië ging in lockdown. De nieuwe gasten werden afgebeld omdat het land spoedig zou worden afgesloten voor al het vliegverkeer. De havens in Chili en de eilanden in de Stille Oceaan gingen een voor een dicht. Ook de bemanning kon geen vlucht naar huis meer vinden. Op goed geluk naar een ander land varen om te proberen of de situatie daar beter was, zag kapitein Eric Kesteloo niet zitten. „Je moet maar afwachten of je ergens mag aanlopen.” Hij zag nog maar twee opties: in lockdown blijven voor de kust van Argentinië, of het erop wagen en zonder tussenstops naar Nederland zeilen.

Na een week voor anker te hebben gelegen, werd gekozen voor het laatste. Met de negentienkoppige bemanning, onder wie vier Nederlanders, werd besloten dat de Bark Europa haar langste reis ooit zou gaan maken. Normaal bevindt het schip zich maximaal veertig dagen op zee zonder tussenstops.

300 kilo aardappelen

Er werden meer telefoontjes gepleegd zoals dat van Muller. De Spaanse gids en onderwater-archeoloog Maria Intxaustegi moest haar universiteit bellen dat ze de verdediging van haar proefschrift moest uitstellen, de Slowaakse gids en fotograaf Richard Simko moest halsoverkop uitstel regelen voor zijn belastingaangifte.

Intussen had scheepskok Gjalt Gaastra wel iets anders aan zijn hoofd. Hoe zorg je ervoor dat er genoeg eten aan boord is voor negentien man dat ook nog eens minstens zeventig dagen goed blijft? En: hoe krijg je het eten veilig aan boord?

Via een scheepshandelaar werden de boodschappen ingekocht en geleverd in de haven. In beschermende kleding en met mondkapjes op bracht de bemanning de proviand aan bood.

Een greep uit het boodschappenlijstje: 300 kilo aardappelen, 125 kilo wortelen, 175 kilo uien, 400 kilo bloem, 60 kilo rijst, 450 liter melk en 1.200 eieren. Het voedsel werd de eerste 72 uur van de reis in quarantaine gezet en daarna grondig gewassen en ontsmet.

Inmiddels is het schip al ruim een maand onderweg en is de kans dat er corona aan boord is, vrijwel uitgesloten. Scheepsarts Sanne Muller: „Omdat we hiervoor drie weken in Antarctica hadden gezeten, wisten we vrijwel zeker dat we veilig waren. Maar in de eerste twee dagen aan wal zijn er nog wel gasten van boord gegaan die later nog gedag kwamen zeggen. We hebben daarom toch maatregelen genomen aan boord, handen wassen bijvoorbeeld. Inmiddels zijn we dik drie weken verder en ben ik ervan overtuigd dat niemand geïnfecteerd is.”

Zes uur op, zes uur af

Iedereen aan boord draait diensten van zes uur op, zes uur af. Gasten draaien normaal diensten van 4 uur op en 8 uur af. Elk bemanningslid – ongeacht de functie tijdens de gebruikelijke reizen – helpt mee in het dagelijkse werk op de boot. Er moet altijd iemand aan het roer staan, zeilen moeten gehesen, gestreken en getrimd, en er is tijd voor flink wat onderhoud aan het schip. Kapitein Kesteloo staat elke nacht om 01.30 op, zijn dienst begint om 02.00. „Om 08.00 uur draag ik over aan de volgende wacht, om 10.00 uur ga ik slapen en om 12.30 uur gaat mijn wekker weer voor de wacht om 14.00 uur. Om 20.00 uur draag ik over, om 22.00 uur ga ik slapen en om 01.30 uur sta ik weer op. Elke dag weer.”

Kapitein Kesteloo aan boord van de Bark Europa. Foto Richard Simko

Het is een routine van hard werken en gebroken nachten, en de bemanning zit zeventig dagen lang op elkaars lip. Leidt dat niet tot enorme conflicten? Natuurlijk zijn er weleens onderlinge irritaties, zegt matroos Mille Budde Magaard. „Tijdens zo’n lange periode is het onvermijdelijk dat iemand even een mindere dag heeft. We moeten daarmee leren leven. Je kan niemand lange tijd uit de weg gaan als je allemaal op hetzelfde schip zit.”

Over de details van de conflicten wil de crew verder weinig kwijt. Tot nu toe vallen de irritaties vooral mee, is het eensgezinde antwoord van dertien bemanningsleden die we via de mail spraken. Ja, er was die keer dat iemand een broodrooster onder de rookmelder aan had laten staan en iedereen wakker werd van het brandalarm. En ja, er stampt weleens iemand nét te hard over het dek, tot ergernis van de mensen die proberen te slapen in de hut eronder.

Spookverhalen aan boord

In de dagelijkse vergadering – onder de bemanning bekend als het two o’clocky – is er speciaal tijd ingelast om frustraties uit te spreken. Vaak lucht het al op om even gezegd te hebben wat je dwarszit. Daarnaast is de bemanning professioneel en ervaren genoeg om te zorgen dat het niet uit de hand loopt. Muller: „We weten bovendien allemaal dat we het nog lang met elkaar moeten uithouden hier, wellicht dat dat ook meespeelt in het voorkomen van conflicten.”

Daarnaast is de groep hecht en wordt er veel gelachen. Verjaardagen worden gevierd, er was aandacht voor Koningsdag, er worden ’s avonds spookverhalen verteld en er zijn plannen voor een vervroegd kerstfeest.

En onlangs, toen het schip de tropen bereikte, de wind ging liggen en het schip dagenlang nauwelijks vooruitkwam, werd het schip stilgelegd en kon iedereen gaan zwemmen.
Met temperaturen van rond de 30 graden op dit moment betekent dat een aangename verkoeling. Voor de bemanning die na Antarctica naar huis zou gaan, is het improviseren met kleding. Muller: „Mijn tas zat vol met wollen ondergoed, dikke sokken, extra warme laarzen. We hebben maar wat gefabriceerd van oude werkbroeken en shirts die nog op het schip lagen. Er is veel geknipt en gescheurd.”

De bemanning van de Bark Europa Foto Richard Simko

Eigenlijk is de bemanning op het schip beter af dan op land, vinden de opvarenden. Waar op land mensen in lockdown zitten en afstand tot elkaar moeten houden, mag de bemanning gewoon naast elkaar zitten, samen koffie drinken, zwemmen en elkaar knuffelen. Het zal nog flink wennen worden om aan wal naar de coronaregels te gaan leven. „Het is voor ons letterlijk onvoorstelbaar wat er aan land gebeurt”, zegt Amelke Fortuin (normaal barvrouw op de boot, helpt nu aan dek). „Het lijkt bijna niet echt, als ik de beangstigende verhalen hoor. Wij leven hier in onze eigen bubbel, al die maatregelen zijn zo surrealistisch.”

Ook zijn er zorgen over de gezondheid van familie en geliefden. Enkele familieleden van de bemanning zijn ziek geworden, al is van bijna niemand de toestand kritiek. Gelukkig kunnen ze e-mailen vanaf het schip, waar meer gebruik van wordt gemaakt dan tijdens een normale reis.

En wat als er onverhoopt slecht nieuws van thuis zou komen? Kapitein Kesteloo: „Dingen die aan wal gebeuren kan je alleen maar op afstand meemaken. Als je naar zee gaat, weet je dat je niet zomaar naar huis kunt. dat hoort nu eenmaal bij het leven van een zeeman.”