Opinie

Doodmoe van het videovergaderen

Marc Hijink

Ik ruik.. ik ruik.. mensenvlees! Goed nieuws uit het Sprookjesbos: de Efteling gaat weer open deze week. Net als de hongerige reus in het sprookje van Klein Duimpje heb ik het mensenvlees gemist tijdens de intelligente lockdown. Niet zozeer de geur, wel de menselijke interactie. Dat merkte ik toen ik vorige week voor het eerst weer eens op pad was voor het werk: langs bij echte mensen, voor echte gesprekken.

Communicatie zonder een beeldscherm ertussen is een hele verademing na twee maanden volledig op afstand gewerkt te hebben. Zelfs een dagje in een bijna uitgestorven kantoortuin was louterend: het voelde als een uitje van mijn thuiskantoor.

Van huis uit ben ik fervent voorstander van thuiswerken maar geen fan van videovergaderen. Mooi dat het kan, vervelend als het moet. De explosieve toename aan videoconferenties heeft geleid tot een nieuw corona-verschijnsel: ‘zoom fatigue’, oftewel videovermoeidheid. Het is de term die gebruikt wordt om de explosie aan onlineconferenties aan te duiden.

Dat verschijnsel treedt op als mensen hun hele thuiswerkdag volproppen met videovergaderingen. Zulke sessies zijn in mum van tijd belegd en kosten schijnbaar niks. Maar videovergaderen is vermoeiender dan gewone vergaderen, waar je – als iemand anders aan het woord is – rustig even uit het raam kunt staren of ongestraft kunt droedelen.

Bij grote videovergaderingen – vanaf een stuk of tien deelnemers al – weet je niet wie jou in de gaten houdt. Op zijn best voelt dat alsof je in een doorkijkspiegel kijkt, terwijl je weet dat er mensen aan de achterkant meegluren. Op zijn slechtst voelt een videovergadering als een vuurpeloton gewapend met webcams. Mensen zijn geneigd langdurig oogcontact te beschouwen als iets bedreigends of overdreven intiem. Allebei unheimisch, zo tijdens de ochtendvergadering.

Van verplicht thuiswerken en videovergaderen zijn we voorlopig niet verlost. Dat weten ook de grote techbedrijven, die wakker geschud lijken door het succes van Zoom en Microsoft Teams.

Google is tot inkeer gekomen: het videochatprogramma Hangouts Meet leek op weg naar de uitgang, maar is nieuw leven in geblazen door het om te dopen in Meet. Gratis voor iedereen. Facebook doet iets soortgelijks met de introductie van Messenger Rooms. Sinds vorige week kun je tot vijftig mensen tegelijk bellen en naar elkaar kijken.

De nieuwe generatie ‘premium videovergaderingen’ biedt perfect beeld, stabiele verbindingen, ruimte voor nog meer deelnemers. Het zou de definitieve doorbraak van de videomeeting kunnen zijn, maar het blijft een elektronische pleister op de wonde.

Echt premium is het niet. Techbedrijven zijn geneigd om mensen te beschouwen als een verzameling vingers en ogen, liefst voorzien van portemonnee. Ze vergeten dat er een lichaam tussen zit dat gecodeerd is om non-verbale communicatie te lezen. Een lichaam dat af en toe behoefte heeft aan... mensenvlees.

Marc Hijink schrijft over technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.