Opinie

Dingen die je laten stomen onder de douche

Maxim Februari

Toen ik in de eerste klas van de middelbare school een paar lessen gymnastiek had gevolgd, belde de lerares lichamelijke opvoeding mijn moeder. „Is uw kind wel helemaal normaal?” vroeg ze. „Jawel hoor”, zei mijn moeder. Wat moet je anders zeggen?

Sport is niet mijn sterkste kant. Op sportdagen van diezelfde school stond het publiek schaterlachend langs de kant als ik voorbij holde. De uitslagen van de sportdagen werden na afloop in de hal op een groot bord gepubliceerd. En wilt u wel geloven dat ik zes jaar lang de aller-, aller-, allerslechtste sportleerling van de school was?

„Je hebt niks te klagen”, zei de zoveelste neuroloog die mij bestudeerde. „Je hebt voldoende compensatie.” Tuurlijk. De toestand is niet volledig uitzichtloos. Op andere terreinen van de beschaving beweeg ik me met flair en elegantie. Kunst. Wetenschap. Alleen op het terrein van de sport dus niet.

In een documentaire over de vuurwerkramp zag ik vorige week een politieman aan de rand van het voetbalveld staan. Jarenlang had hij zich wanhopig ingezet om de waarheid boven water te krijgen, zijn hele leven had hij eraan opgeofferd. Nu stond hij ter relativering naar een voetbalwedstrijd van zijn kleindochter te kijken. „Dit is toch leuk. Dit is pure ontspanning.”

Ik moet het geloven, dat mensen tot rust komen bij een sportwedstrijd. Maar ik realiseer me dat het mij persoonlijk meer stress oplevert naar zo’n wedstrijd te kijken – het geren, het geduw, het geschreeuw – dan naar de afwikkeling van een vuurwerkramp. Voor andere mensen is sport plezier. Voor mij is sport geweld, spanning en vernedering.

Toevallig of niet stond ook collega Wilfried de Jong vorige week aan de rand van een voetbalveld. Hij was naar een training bij zijn oude amateurclub gaan kijken en herinnerde zich hoe hij daar als puber trots douchte na het sporten. „Genietend van een stomend sportlichaam, desnoods via de spiegel.” Hij had besloten deze woorden via de krant aan mij te richten, omdat ik hier wel eens aarzelend doe over sport. En jawel, ik geloof hem. Natuurlijk geloof ik hem, en ik geloof in zijn trots, het genot, het stomende lichaam. Alleen herken ik het niet.

Maar goed, vandaag gaat het hier niet over sport. Het gaat over kunst. Net als sport is kunst een beschavingsmechanisme: een manier om onderzoek te doen naar het leven en het samenleven. Net als in de sport kun je in de kunst je eigen mogelijkheden beproeven, de ander de maat nemen, regels betwisten, grenzen opzoeken, deugden oefenen en lusten botvieren.

Anders dan sport heeft kunst nooit veel bijval te verwachten van de overheid en de publieke opinie. Ook in coronatijd is de overheid niet bijster hartelijk. Die openlijk geëtaleerde desinteresse brengt iedereen Halbe Zijlstra in herinnering. De staatssecretaris die zijn eigen hang-ups afreageerde op het land en agressief op kunst bezuinigde. Ik vraag me af: zou ik de sport in de wielen rijden zodra ik staatssecretaris was? Nee, natuurlijk niet. Het is krankzinnig dat de kunstwereld wel voortdurend slachtoffer wordt van bestuurders zonder artistiek talent.

Op dit moment ziet het er voor de kunsten niet goed uit. Als de zalen niet snel weer opengaan, wordt vooral het voortbestaan van de podiumkunsten precair – en wat moeten we zonder? Stel je voor dat de sector door gebrek aan solidariteit helemaal verdwijnt? De muziekscholen, fanfarekorpsen, orkesten. Het poëzie schrijven in gevangenissen, de wijkkunst, het experimenteel toneel. Allemaal plaatsen waar je iets kunt kunnen. Iets waarvan je lichaam achteraf stoomt onder de douche.

Het lastige is dat kunst niet alleen werkt als beschavingsmechanisme. Net als sport verandert kunst van beschavingsmechanisme in vernederingsmechanisme zodra iemand er niet welkom is. Mij doet de tijd van Halbe Zijlstra altijd weer denken aan de Mars der Beschaving, die indertijd werd georganiseerd om het belang van kunst te benadrukken, en die vooral een Mars der Vernedering was.

In online gesprekken over steunmaatregelen zie ik dat velen kunst inderdaad als vernederingsmechanisme ervaren. „We mogen wel betalen, en vervolgens kijken ze op ons neer”, lees ik veelvuldig. Als kunstmens kun je dat onzin vinden, dat neerkijken óp, maar zo wordt het beleefd. Kunst niet als manier om je boven jezelf te verheffen, maar om de ene groep te verheffen boven de andere. De beschaafden boven de onbeschaafden.

Ja, godzijdank bestaan in de kunsten, net als in de sporten, elites. Je zou alleen niet het gevoel moeten krijgen tekort te schieten als je daar niet toe behoort. Ook voor de klunzen onder ons draait een goed leven om kunst en sport. Om zingen, tekenen, rennen, spelen. Stomen onder de douche.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.