De ziel van het café zal een knauw krijgen

Horeca De horeca kijkt reikhalzend uit naar versoepeling van de coronamaatregelen. Maar als de kroegen weer open mogen, is het ‘kroeggevoel’ er dan nog wel? Met z’n allen op anderhalve meter van elkaar: „Dan hoeft het voor mij niet echt, geloof ik.”

Horecapersoneel aan de Utrechtse Oudegracht, plaatst tafels op anderhalve meter van elkaar.
Horecapersoneel aan de Utrechtse Oudegracht, plaatst tafels op anderhalve meter van elkaar. Foto Gerard Til/HH

Met een fles Chassagne Montrachet en een groep vrienden bracht schrijver Ronald Giphart op zaterdag 14 maart zijn laatste avond in het café door. Een dag voor het officiële besluit had de Utrechtste bar-bistro Madeleine al besloten dicht te gaan. Zo gezellig was het al niet meer. Giphart heeft het bijna licht zien worden, die laatste nacht.

Ja, natuurlijk heeft hij zin om weer naar het café te gaan. Al weet hij dat hij daar het oude café niet gaat terugvinden. „Het onverwachte, het broeierige, het groots-en-meeslepende, de hemel bestormen, veroveren. Of in elk geval: het idéé dat zoiets kan gebeuren. Gesprekken opvangen en je ermee bemoeien, dat is weg.”

Niet staan op het terras

Er gaan online al grappen rond van personeel dat drank naar gasten gooit. Van houten schotten waarachter mannen bier drinken. Reserveren, een checkgesprek, maximaal dertig mensen binnen en anderhalve meter afstand, gescheiden looprichtingen desnoods. Niet staan op het terras. Dat zijn allemaal géén grappen. Maar regels en afspraken die bijna haaks staan op wat het café is. Of was. Spontaan binnenvallen, dringen aan de bar, personeel dat met volle bladen door de drukte manoeuvreert.

Op de website van café Orloff aan ’t Wed in Utrecht staat een precoronafoto van een vol terras, mensen staan met een biertje voor de deur. „Ik kom daar graag”, zegt Giphart. „Maar als je daar straks op anderhalve meter zit, zitten er nog twaalf man. En dat vraaggesprek bij de deur. Het was leuk toen Jonnie Boer van de Librije dat een keer deed voor een verrassingsmenu. Maar naar de gezondheid van je gasten vragen, dat is best ingrijpend.”

Open meteen zodra het mag

Natuurlijk gaat Giphart straks weer, desnoods met reservering, al was het maar om de lokale horeca te steunen. „Maar ik hoop zo dat het in de zomer weer enigszins normaal wordt, dat we weer ergens, met een fles bourgogne, een sluitje kunnen draaien.”

Er waren begin april meteen al cafés die hun hele zaak verbouwden, met nisjes en hoekjes, piepers waarmee je zelf je bestelling van de bar kunt halen. Er worden hoofdthermometers en handschoentjes besteld. Open gaan ze, zodra het mag.

Ook literair café De Graanrepubliek in Groningen gaat op 1 juni onmiddellijk weer open. Mede-eigenaar Willem Bos schetst het beeld van het nieuwe normaal: „Je wordt bij binnenkomst ontvangen. Je desinfecteert je handen en krijgt een gedesinfecteerde tafel aangewezen. De leestafel is weg, aan de bar is nog één plekje, verder een paar kleine statafels en zithoekjes, met schermen van plexiglas. Daar kun je gezellig zitten en lezen.”

Je komt apart, je bljift apart

Maar wat er dan niet meer is: de levendige muziek- en poëzieavonden, boekpresentaties en openingen. En vooral: „De toevallige ontmoetingen tussen studenten, mensen uit de cultuur, uit de stad.” Ook geen groepen van twintig, dertig man meer die de tafels op het terras aan elkaar schuiven. „Je komt apart en je blijft apart.”

Lees ook het artikel: Hoe zou een avondje in het anderhalvemeterrestaurant eruitzien?

Maar hoe is dat voor studenten – die het inmiddels wel gehad hebben met de zoveelste Zoomborrel? Daniël Waterman (21), lid van dispuut Fiets bij roeivereniging Vidar in Tilburg, ziet de kroeg nog niet voor zich op anderhalve meter afstand van elkaar. „Dan hoeft het voor mij niet echt, geloof ik.” En het terras met alleen losse tafels? „Dan ga ik liever op het dak van het dispuutshuis zitten en daar een biertje drinken. Dat is nog een stuk goedkoper ook.”

150 man op elkaar was normaal

De ziel van het café, vreest barman Piet Oomes van het bruine café Krom in Amsterdam, krijgt een knauw. Exact een jaar geleden presenteerde hij zijn boek Drenkelingen, over zijn belevenissen achter de toog. „Toen voelde het al historisch, maar als ik toen had geweten dat het nu zo’n oude statenbijbel zou zijn. We stonden met 150 man op elkaar, te doen wat volkomen normaal is.”

Je gaat niet naar het café om bier te drinken. De ziel van het café, zegt Oomes, bestaat uit de gesprekken met mensen die je niet kent. „Je krijgt ruzie of liefde of alles ertussenin. Er is geen afstand. Je bent niet alleen. Dat is straks het tegenovergestelde.”

Geen achttien meer

Zelfs als alle beperkingen weer worden opgeheven, durven mensen dan nog wel? De stamgasten van Krom zijn geen achttien meer, er is al een aantal ziek geweest. „Angst is fnuikend voor een café”, zegt Oomes. Hij noemt zichzelf een romantische barman. Als hij met een thermometer bij de deur moet staan, of met handschoentjes bier moet tappen, doet hij dat. „Maar boven alles hangt een donderwolk. We zitten allemaal gevangen in de verantwoordelijkheid die we voor anderen hebben.” Hij hoopt dat het zal slijten. „Misschien komt er iets anders voor in de plaats. Maar hopelijk glijden we langzaam terug naar hoe het ooit was.”

Met medewerking van Sarah Ouwerkerk.