Opinie

De kunst van het laten is vaak te hoog gegrepen

Emma Bruns

Pandemie of niet, de mens blijft een ondernemend wezen. Dat was de afgelopen weken ook de boodschap van een grote doe-het-zelf-zaak: „Stilzitten hoeft niet. Thuisblijven liever wel.” En dat nam menig Nederlander zich ter harte. Er werd naar hartenlust getimmerd, geklust en gezaagd. Zo ook mevrouw L. die haar appelboom wilde bijwerken. De ladder had niet helemaal zijn plek gevonden en een kort moment van zweven had al gauw plaatsgemaakt voor de val. „Uw enkel is op twee plaatsen gebroken.” Ik zag de herkenbare ontevredenheid die mijn eigen moeder ook vertoont bij dreigende inperking van fysieke vrijheden. „U zult geopereerd moeten worden.” Mijn relaas over krukken en rust werden met somber geknik ontvangen. „Tja, dat moet dan maar.”

Het breken van botten is zo oud als de mensheid, waarschijnlijk zo oud als het ontstaan van gewervelde dieren. De traumachirurgie, het vak dat zich heeft gespecialiseerd in dergelijke letsels, is bijgevolg letterlijk door schade en schande wijs geworden. Goede traumachirurgen, de jachtluipaarden onder de medisch specialisten, excelleren door te weten wat ze niet hoeven te doen. Je zou dat kunnen verwarren met luiheid maar dat is het allerminst. Het is pure efficiëntie. De natuur is genadeloos ten aanzien van nutteloze ruis. Met zo weinig mogelijk middelen het optimale resultaat bereiken – de werkelijke definitie van succes. En dat gaat verder dan het herstellen van gebroken botten.

Wereldwijd delen traumachirurgen hun kennis onder andere via de AO Foundation. De van oorsprong Zwitserse ‘Arbeitsgemeinschaft für Osteosynthesefragen’ heeft een drietal fundamentele principes geformuleerd volgens welke elke botbreuk behandeld dient te worden: allereerst reductie (oftewel het herstel van de natuurlijke stand), vervolgens fixatie (tijdelijke stabilisatie van de gebroken botdelen middels gips, schroeven of een metalen plaat) en tot slot mobilisatie (de patiënt stimuleren om de omringende weefsels te laten bijdragen tot herstel).

Mevrouw L. ligt inmiddels niet meer in het gras van haar tuin maar op onze operatiekamer. Ik probeer haar enkel weer in de anatomische positie te krijgen maar krijg het niet voor elkaar. Als jonge chirurg in opleiding is de tijd nemen om te kijken, om even niets te doen, het moeilijkste wat er is. En daar is het jachtluipaard weer. Want daar waar een ander het instrument al had overgenomen, voel ik hoe een ervaren paar ogen en handen mij met opzet laat ervaren dat ik dit probleem alleen kan oplossen door even niet vooruit te willen. Met het doorlichtingsapparaat maken we een röntgenopname van de enkel. Aan de andere kant van het gewricht is de stand nog niet goed. Het overzicht presenteert de oplossing. Zonder iets te zeggen en zonder in te grijpen heeft mijn ervaren collega toch bijgestuurd.

Vol hoop wist onze premier ons de afgelopen tijd te melden dat we langzaam het land weer konden opstarten. En daar schuilt een enorm gevaar. Omdat we zulke ondernemende wezens zijn, is het een kwestie van tijd voordat iedereen, weliswaar op gepaste afstand, elkaar mentaal weer voor de voeten loopt met goedbedoelde initiatieven. Waar we de afgelopen weken hebben kunnen ervaren dat we tal van evaluaties, vergaderingen en bijeenkomsten kunnen missen, en misschien ook liever kwijt dan rijk zijn, dreigen we er onherroepelijk weer in te vervallen. Want wie in oplossingen denkt, denkt meestal aan actie. Wij zijn een land van calvinistische dijkenbouwers en avontuurlijke zeevaarders die neerkijken op de zogenaamde kunst van het nietsdoen.

Het is ook ingewikkeld. Je wint geen verkiezing door te zeggen dat je ervoor hebt gekozen om de situatie rustig aan te kijken. Je krijgt geen financiële steun van de overheid als je besluit je bedrijf nu niet opnieuw op te starten omdat dat misschien beter is voor het milieu. En er wordt minder hard voor je geklapt als je als dappere huisarts na een goed gesprek een 85-jarige thuis laat, dan wanneer je hem met loeiende sirenes naar het ziekenhuis stuurt.

Het vermogen om iets achterwege te kunnen laten, getuigt van visie. Want dat wat je wel wilt laten zien, wordt erdoor versterkt. In de architectuur, de muziek en in de literatuur is dat maar al te duidelijk. De huizen van Ludwig Mies van der Rohe, de composities van Philip Glass en de korte verhalen van Ernest Hemingway zijn er het bewijs van.

Hinkend verlaat mevrouw L. een paar dagen later het ziekenhuis. Het feit dat ze geen vragen heeft, beschouw ik als een compliment. Ik hoop dat Mark Rutte de komende tijd ook een beetje als een jachtluipaard in een boom gaat liggen. Want thuisblijven hoeft niet meer, maar stilzitten mag best.

Emma Bruns is arts-onderzoeker en chirurg in opleiding.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.