Een collega of oom met complottheorieën? Zo ga je daar mee om

Desinformatie corona Hoe ga je om met desinformatie over corona in de groeps-app? En familie die complotten of nepnieuws deelt op Facebook?

Muurschildering in het Arts District van Los Angeles.
Muurschildering in het Arts District van Los Angeles. Foto AP

Bill Gates heeft het coronavirus gepatenteerd en de overheid verzwakt onze weerstand door middel van de straling die 5G-masten verspreiden. En de ‘mainstream media’? Die hoor je er niet over.

Het verspreiden van berichten met deze strekking lijkt allang niet meer voorbehouden aan diehard complotdenkers. Zowel op sociale media als op tv is veel aandacht voor conspiracy theories. Hoe kan dat? En wat kun je doen als je oom op Facebook berichten deelt over hoe China het coronavirus heeft ontwikkeld om de wereld aan zich te onderwerpen?

Lees ook: Misinformatie over coronavirus gaat ook viraal

„Er worden zo veel maatregelen genomen en er is zo veel onzekerheid over de nabije toekomst: dat roept wantrouwen en argwaan op. Wie wordt ziek en wie niet? Wat werkt wel, wat niet?” Jaron Harambam (Katholieke Universiteit Leuven) is interdisciplinair socioloog, gespecialiseerd in complottheorieën en algoritmes in (sociale) media. Het verbaast hem niet dat nu zo veel samenzweringstheorieën rondgaan – ook bij mensen die geen fundamenteel wantrouwen hebben in autoriteiten en normaliter niet druk zijn met buitenaards leven en de Illuminati. „Mensen proberen nu grip op het nieuws te krijgen.”

Jan-Willem van Prooijen, universitair docent sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft veel onderzoek gedaan naar complottheorieën. Er is geen duidelijk profiel te schetsen van ‘de’ aanhangers, stelt hij. „Ze bevinden zich wel wat vaker aan de buitenkant van het politieke spectrum, dat kan aan de linker- of rechterzijde zijn. Ook zijn deze mensen meestal wat lager opgeleid dan gemiddeld.” Maar het zijn vooral mensen met échte problemen en zorgen, benadrukt Prooijen.

Peter Burger is universitair docent bij de studie Journalistiek en Nieuwe Media (Universiteit Leiden). Hij is gepromoveerd op (online)discussies over broodjeaapverhalen. Wat hem in zijn onderzoek opviel, was met name een kloof bínnen aanhangers van complottheorieën – tussen mensen die hun stellingen op gerenommeerde bronnen willen baseren en anderen die zeggen: ‘Daar gaat het niet om. We moeten elkaar waarschuwen.’ Burger: „Dat is een heel ander spel.”

Maar moet je de theorieën van je collega nu negeren of juist bekritiseren? Heeft het zin om de discussie aan te gaan? Experts Harambam, Van Prooijen en Burger geven tips.

1 Maak eerst pas op de plaats

Volgens Harambam is het zaak om eerst aan introspectie te doen: waarom zou je iemand op het verspreiden van een samenzweringstheorie willen aanspreken? „Stel, het gaat om je broer. Het gaat niet goed met hem, hij verliest zich in dit soort berichten en jij maakt je zorgen. Dan heb je een legitieme reden.” Ook als je oprecht interesse hebt in iemands wereldbeeld, is het goed het gesprek aan te gaan, zegt Harambam. „Maar als je alleen zin hebt in een discussie, of wil je alleen jouw wereldbeeld aan de ander opdringen: doe het niet. Dat leidt alleen maar tot polarisatie.”

Burger voegt toe dat je zou moeten nagaan hoe belangrijk deze ideeën voor die persoon worden. „Gaat hij ernaar handelen? Stel dat iemand een vaccin tegen corona weigert omdat er microchips van Bill Gates in zouden zitten. Tja, dan moet je wel proberen iemand op andere gedachten te brengen.” En wanneer je denkt dat er geen gevaar in schuilt? „Ga geen discussie aan en zie het dan maar als iemand die een ander geloof of andere politieke partij aanhangt.”

2 Toon begrip

Hoe gaat het met je? Maak je je ergens zorgen over? Dat zijn vragen die je volgens Harambam kunt stellen om te laten zien dat je begrip toont en oprecht geïnteresseerd bent. „Beschuldig of veroordeel de ander niet. Dan zal iemand veel opener op je reageren.” Als je je zorgen wil uiten, is het goed de boodschap ‘bij jezelf te houden’, adviseert hij. Zeg dus niet: ‘Jij maakt mij bang’, maar: ‘Als je dit deelt bericht deelt, voel ik me daar angstig bij’.”

3 Stel inhoudelijke vragen

„We weten veel minder dan we zelf denken. Dat wordt ook wel illusion of explanatory depth genoemd”, zegt Van Prooijen. „Vraag je iemand of hij weet hoe een wc werkt, dan zegt hij waarschijnlijk: ‘Ja, natuurlijk!’ Vraag je die persoon het vervolgens uit te leggen, dan komt hij erachter dat hij het eigenlijk niet weet.”

Zo zou je ook complotdenkers moeten benaderen, vindt Van Prooijen. Door het ze te laten uitleggen, kun je het „rotsvaste vertrouwen” in zo’n theorie proberen af te breken. „Beweert iemand dat 9/11 een inside job was? Vraag dan hoe dat dan gegaan is. Hoe konden al die explosieven dan stiekem in zo’n enorm druk gebouw geplaatst worden? Je zult zien dat mensen dan gauw moeten toegeven dat ze het niet goed weten.”

Harambam legt vragen voor die er niet meteen van uitgaan dat jij de ander iets wil bijbrengen. „Het is beter als je vriendin of oom er zelf achter komt hoe het écht zit, in plaats van dat jij ze vertelt wat ‘de waarheid’ is.”

4 Wees geen betweter

Doe nooit alsof iemand dom en gek is, dan stoot je die persoon alleen maar af, is het advies van de experts. Harambam: „Dat betweterige werkt niet. Mensen die in dit soort theorieën geloven, voelen zich vaak al voor gek gezet en gemarginaliseerd.” Bovendien moeten we toegeven dat we het zelf soms ook niet zo goed weten. Want niet alle informatie die we nu krijgen is per definitie waar. Kijk naar de onduidelijkheid over het nut van mondkapjes.