Opinie

Buig de paniek om in kunst, zoals Andy Warhol deed

Eenzaam Vroeger hield Robin van den Maagdenberg mensen op afstand. Dat veel kunstenaars dat ook doen, gaf haar enige rust. Maar nu vreest ze de eenzaamheid van de nieuwe afzondering.

Foto Melissa Schriek

De Britse bestsellerauteur Olivia Laing brengt veel tijd door in de archieven van overleden kunstenaars en auteurs. Voor de essaybundel Het uitstapje naar Echo Spring (2014) doorzocht ze de archieven van alcoholistische schrijvers als Ernest Hemingway en John Cheever. Voor haar roman Crudo (2018) dook ze in de notities van literair postpunk-icoon Kathy Acker. En tijdens haar onderzoek voor De eenzame stad (2016) „kon ik het zweet bijna ruiken in de nagelaten korsetten van Andy Warhol”, vertelde ze me vorig jaar tijdens een interview in haar huis in Londen.

Tussen de fysieke overblijfselen van het bestaan van al die kunstenaars, zoekt ze draadjes die hun levensverhalen kunnen verweven met persoonlijke inzichten van haarzelf over thema’s als eenzaamheid, taal en verlangen. De kunstenaars over wie Laing schreef in De eenzame stad (Andy Warhol, Klaus Nomi, David Wojnarowicz, Henry Darger) waren talentvol, maar ontheemd. Hun verlangens (naar seks, naar intimiteit, naar gendervrijheid) strookten niet met de norm, ze gingen vaak gebukt onder schaamte, maar vonden in hun werk een manier om te uiten wat op een andere manier niet bespreekbaar was.

En ze waren allemaal eenzaam in New York. Ook Laing zelf was eenzaam geweest in New York, ze kreeg er het gevoel langzaam te verdwijnen, omdat ze in niemands blik of woorden haar bestaan bevestigd zag. Tegelijkertijd gaf de eenzaamheid haar juist het idee ondraaglijk zichtbaar te zijn. Tijdens Halloween verlangde ze hevig naar de veiligheid van een masker. „Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik geen poezengezicht op had, waarmee ik me kon ontheffen van de plicht er onbezorgd uit te zien.” Al wist ze ook: „Met een masker vermijd je weliswaar kritische blikken, maar ook eventuele acceptatie, de balsem van liefde.”

Het was Olivia Laings openheid over haar eenzame tijd die weerklank vond bij mij. Ik las (en herlas) De eenzame stad in een periode waarin ik mezelf steeds meer een eiland voelde dat afdreef van de wereld. Mijn angst voor eenzaamheid had ik lange tijd buiten het zicht gehouden, door me met zoveel mogelijk mensen te omringen. Maar hoeveel mensen ik ook om me heen verzamelde, toch was er altijd dat sluimerende gevoel van alleen zijn.

Ik moest er een relatie voor verbreken, paniekaanvallen krijgen, bijna weggestuurd worden door een psycholoog en van een aantal opdrachtgevers te horen krijgen dat ik afstand hield in mijn artikelen, om erachter te komen dat ik permanent een masker droeg. Ook bij mij was het geen poezengezicht, maar eerder wat Laing zo treffend „een strak en bevroren gezicht van beleefdheid en aanpassing” noemt.

Mijn masker had me altijd een bescherming geleken, maar het bleek de oorzaak van eenzaamheid te zijn. Wie was die persoon die ik zo goed had weten te verstoppen? Ik wist het zelf niet meer – en dacht dat terugtrekking de enige manier was om erachter te komen.

Zo kwam ik overal steeds meer buiten te staan, werkte ik voornamelijk nog vanuit huis, durfde me ook online niet meer te laten zien: de algoritmes van sociale media zijn rücksichtslos voor mensen die overal de bevestiging van hun onzichtbaarheid zien. Beetje bij beetje ging ik de straat mijden, omdat ik daar mensen kon tegenkomen die vroegen hoe het met me ging en ik niet wist hoe ik daar binnen de sociaal wenselijke tijd en norm op moest reageren.

De eenzame stad gaf me de geruststelling dat ik niet de enige was die moeite had met intimiteit en met het vinden van manieren om een ander dichterbij te laten komen. Het boek gaf me ook het inzicht dat ik alleen in de psychische ruimte de oplossing niet ging vinden, dat daar wel iets lag, maar dat je er ook in kon blijven ronddwalen als in een gangenstelsel zonder begin- of eindpunt.

Ik vrees niet alleen de eenzaamheid van deze isolatie, maar ook de periode erna

„Je kan het landschap van de emoties veranderen door in de fysieke wereld daden te stellen”, zegt Laing in het boek. Ze laat zien hoe anderen kunst gebruikten om uit te drukken wat ze in woorden of in aanrakingen niet konden vertellen. Om een koord te spannen tussen jou en een ander.

Door Laings interpretatie van het werk van Andy Warhol vond ik een onverwachte verwantschap met de kunstenaar, die ik tot dan toe nooit een blik waardig had gegund. Warhol voelde zich afstotelijk en onbegeerd, een buitenstaander met een spraakgebrek waardoor ook de taal geen bondgenoot was in zijn zoektocht naar acceptatie. Zijn wens om hetzelfde te zijn als anderen, om op te gaan in de massa, bewoog hem tot het maken van zijn reproducties. De colaflesjes, soepblikken, al die dingen die met zo veel tegelijk gemaakt werden dat er nooit één uitsprong ten opzichte van de ander.

Al die gevoelens die ook ik diep weg had willen stoppen (schaamte, angst voor afwijzing) omdat ik er geen woorden voor kon vinden, had hij in zijn werk gestopt. Laing legde ze bloot en liet zien dat de poging om over die gevoelens te communiceren – al is die poging soms stuntelig, onvolledig of met een grote omweg – onze grootste kans is op verbinding. Het was alsof Andy Warhol vanuit de dood zijn hand uitstak naar Laing en dat zij via haar boek haar hand weer uitstak naar mij.

In Londen spraken we ook over haar nieuwe boek, Funny Weather: Art in an emergency, waarvan de publicatie toen nog bijna een jaar op zich liet wachten en dat 16 april is verschenen. Het is een verzameling essays en artikelen over kunstenaars en schrijvers die in tijden van (persoonlijk of politiek) tumult blijven creëren, soms door te reageren op de chaos, maar vaker door een parallelle wereld op te trekken die volgens Laing helend werkt en overzicht geeft. Ook hier loopt eenzaamheid als een rode draad door de verhalen.

Foto Melissa Schriek
Foto Melissa Schriek
Foto’s Melissa Schriek

Filmmaker Derek Jarman was een van de eerste kunstenaars die Laings aandacht trok, vertelde ze. „Ik was dertien, een vreemd kind. Mijn moeder was lesbienne, we leefden in een grijs homofoob dorp.” Derek Jarman sijpelde haar leven binnen via de radio, de tv en zijn boeken en introduceerde haar in de kunst, de politiek en de liefde voor tuinen. Hij was besmet met hiv en ondervond dat stigma’s zich sneller verspreiden dan enig virus. Mensen die hij al jaren kende liepen ineens met een grote boog om hem heen.

Lees ook: Kunst is een recept voor empathie

In de laatste jaren van zijn leven kocht hij een stuk land. Een extreme plek waar zout, wind en onvruchtbare grond het iedere vorm van leven lastig maakten er definitief neer te strijken. Toch wist hij het stuk land om te vormen tot een oase vol bijzondere begroeiing. Zijn leven en zijn werk dienden als voorbeeld voor Laing: het is mogelijk je ergens niet gewenst te voelen en toch tot bloei te komen. „We denken vaak dat eenzaamheid te maken heeft met ons individuele falen”, zei ze, „maar ik probeer met de voorbeelden in mijn boeken te laten zien dat eenzaamheid bestaat omdat we als cultuur bepalen welke stemmen we willen horen en welke stemmen we buitensluiten.”

Een jaar later lees ik Funny Weather: Art in an emergency. Dit keer is er geen persoonlijke crisis met zelfgekozen terugtrekking, maar collectieve en wereldwijde quarantaine. Intimiteit is beperkt tot een kushand op Zoom, een achtergelaten tasje met boodschappen, het aanraken van de schil van een mandarijn of een aardappel, het brengen van een raambezoek aan een pasgeboren baby. De straten in het centrum van Amsterdam zijn naargeestig kaal en stil, de toeristen zijn samen met het geklaag over hun aanwezigheid uit de binnenstad verdwenen. We zien op tv beelden van New York, lege avenues waar de wind vrij spel heeft: geen jas, fiets of taxideur meer om aan te trekken, een sciencefictiondecor.

Ik werk in deze periode voornamelijk thuis, ik kan het financieel even uitzingen, en kan de tijd ook goed gebruiken voor het boek dat ik schrijf, maar er komt helemaal niets uit mijn handen. Ik ben bang voor wat deze weken, maanden (jaren?) gaan betekenen voor mijn net herstelde verbinding met anderen. Ik liet vrienden steeds iets dichterbij. Ik ging weer naar buiten zonder met een grote boog om anderen heen te lopen.

Nu wordt mijn oude gewoonte om mensen op afstand te houden de nieuwe richtlijn. Ik vrees niet alleen de eenzaamheid van deze isolatie, maar ook de periode erna, waarin we opnieuw moeten wennen aan elkaar: het lichaam van een ander weer in de buurt moeten laten komen, de onuitgesproken taal van armen, benen, schouders weer moeten lezen en onze tastzin weer uitbreiden van dingen naar menselijke huid.

Als antidotum voor de afzondering scrol ik uren per dag door mijn Instagram-feed. Ik volg Laing nauwlettend en zie voornamelijk foto’s van haar tuin langskomen. Laing studeerde ooit kruidengeneeskunde, kent de meeste planten bij hun Latijnse naam en doet fotografisch verslag van alle soorten die zich in deze tijd weer uit de aarde omhoog wringen. Bij een foto van haarzelf lees ik dat ze „er vrolijker uitziet dan ze zich voelt, maar dat bloemen helpen tegen apocalyptische terreur”. Vanaf de bank stuur ik haar een mail, met de vraag hoe zij de quarantaine doorkomt.

Ze zit in zelfisolatie in Cambridge, haar tweede thuis, krijg ik binnen een uur terug. Haar man is 70+ en valt in de risicogroep. Verder is haar leven niet heel anders, behalve dat er angst in is geslopen. „Ik mis mijn moeder, mijn vrienden, de liefde voor mensen is ineens heel tastbaar.” Alleen laat de liefde zich nu niet aanraken, dus zoekt ze haar heil in wandelingen en werkt ze in de tuin, zo plant ze zichzelf in de fysieke werkelijkheid. „Liefde brengen we niet alleen over via aanrakingen. Het beweegt tussen vreemden, het reist tussen objecten en woorden in boeken”, zegt ze geruststellend, „dus het is ook beschikbaar op afstand”.

Lees ook: Ruisloos leven, zoals nu, is bij vlagen heerlijk

Ik klap mijn laptop dicht. De voorjaarszon piept aan alle kanten door de ramen en deuren naar binnen, buiten verjaag ik de laatste restjes winter van mijn dakterras, trek ik onkruid tussen de tegels vandaan, smeer ik de deur van de kas die door de kou zijn beweeglijkheid is verloren: het nieuwe seizoen kan definitief doorkomen. Ik installeer me in de zon met een stapel nieuwe boeken en met een mengeling van Laings en Jarmans woorden in mijn hoofd: „Is er een toekomst? Is het verleden onherstelbaar vernietigd? Wat kunnen we doen? Verspil geen tijd. Plant rozemarijn, vuurpijlen en heiligenbloem. Buig paniek om in kunst.”