‘Verlaag belasting op werk, verhoog die op vermogen’

Advies Belastingstelsel De lastendruk op arbeid steeg sterk sinds de financiële crisis van 2008. Die op vermogen daalde juist. Dat moet andersom, aldus ambtenaren van het ministerie van Financiën in een advies.

De adviezen voor verbeteringen van het belastingstelsel gaan onder meer over de toeslagen, de winstbelasting van multinationals, klimaatbelastingen en de btw.
De adviezen voor verbeteringen van het belastingstelsel gaan onder meer over de toeslagen, de winstbelasting van multinationals, klimaatbelastingen en de btw. Foto Bram Petraeus/HH

Wie het belastingstelsel wil verbeteren, zou allereerst wat moeten doen aan de hoge lasten op arbeid. Die stegen na de financiële crisis van 2008 sterk en verstoren de economie: mensen gaan er immers mínder van werken.

Dat schrijven ambtenaren van het ministerie van Financiën in een grote studie naar mogelijke verbeteringen van het belastingstelsel. Ze stuurden maandag elf rapporten met 169 verbeteringen naar de Tweede Kamer. Het advies is bedoeld voor politieke partijen die hun verkiezingsprogramma’s gaan schrijven.

Als een nieuw kabinet niets doet, stijgt de lastendruk voor huishoudens automatisch verder, berekenden de ambtenaren. Dat komt door de hogere uitgaven aan de zorg: die worden grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook. Er is dus een „forse lastenverlichting op arbeid nodig als tegenwicht voor de stijgende zorgpremies”, redeneren de ambtenaren. Onder het huidige kabinet zijn de lasten weer wat verlaagd, maar ze zijn nog altijd fors hoger dan in 2007.

Vergrijzing

Die hogere lasten zullen bovendien door een steeds kleinere groep moeten worden opgebracht. Dat komt door de vergrijzing: er komen meer gepensioneerden die minder belasting betalen. Het verschil is aanzienlijk, berekenden de ambtenaren. De belastingdruk op looninkomen is gemiddeld 25 procent. Voor gepensioneerden is dat percentage 13 procent.

De toename van het aantal zzp’ers zorgde de afgelopen jaren al voor een afname van de groep werknemers in loondienst, die relatief veel belasting betaalt. Volgens de ambtenaren is de belastingdruk voor zzp’ers gemiddeld rond de 17 procent. Dat verschil in belastingdruk tussen zzp’ers, werkenden en gepensioneerden zou een volgend kabinet moeten verkleinen.

Vermogen licht belast

Tegelijk heft de Nederlandse overheid juist weinig belasting op vermogen, minder dan de landen om ons heen. De belastingen zijn vooral laag op het eigen huis en op het vermogen dat ondernemers en grootaandeelhouders opbouwen in bedrijven (bv’s). Die lage vermogensbelasting zorgt ervoor dat „Nederland sterker op de grondslag arbeid leunt dan veel andere landen.”

Via box 2 draagt de belastingwetgeving bij aan vermogensongelijkheid

De ambtenaren adviseren daarom de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. Dat is al gebeurd de afgelopen jaren, maar nog steeds is die aftrek erg royaal vergeleken bij andere landen. Belastingen op vastgoed zoals huizen zijn minder verstorend voor de economie dan op arbeid.

Pretbox voor directeuren

Eigenlijk is het onterecht dat er zo weinig publieke discussie over is, schrijven de ambtenaren: box 2. Die box wordt ook wel de pretbox genoemd. Iedereen die meer dan 5 procent van de aandelen bezit in een bedrijf moet belasting betalen in box 2. Een directeur-grootaandeelhouder (dga) doet dat ook, en is naast grootaandeelhouder ook nog werknemer en ondernemer in het bedrijf.

Voor een box waar zoveel belastingvoordeel valt te halen, is hij relatief onbekend. Dat is misschien begrijpelijk als je bedenkt dat maar weinig Nederlanders belasting in box 2 betalen: ruim 400.000. Ter vergelijking: ongeveer 12,5 miljoen mensen betalen belasting over hun inkomen in box 1. Ongeveer 3 miljoen mensen betalen belasting over hun spaargeld of beleggingen in box 3.

Maar box 2 verdient meer aandacht, vinden de ambtenaren. Ze schatten dat veel meer vermogen onder box 2 valt dan eerder uit de statistieken bleek: 400 miljard euro in 2017, twee keer zoveel als eerder door het Centraal Bureau voor de Statistiek werd vastgesteld.

Bovendien is dit vermogen in handen van de rijkste huishoudens van Nederland. Het overgrote deel zit bij de top 1 procent meest vermogende huishoudens, aldus de ambtenaren. Die over dit vermogen minder belasting betalen dan de spaarders en beleggers in box 3. Zo draagt de belastingwetgeving bij aan vermogensongelijkheid, aldus de ambtenaren.

Lees ook: Belastingen: leuker kunnen economen het niet maken, wel beter

Raar verschil tussen werkenden

In 2001, toen het huidige belastingstelsel werd ingevoerd, was de belastingdruk op werknemers, zzp’ers en directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) vrijwel gelijk. Dat was ook de bedoeling, want ze doen iets vergelijkbaars: werken. Maar nu kan het verschil tussen het toptarief dat werknemers betalen in de inkomstenbelasting en dga’s in box 2 oplopen tot 11,6 procentpunt.

Dit soort verschillen leidt tot belastingontwijking, schrijven de ambtenaren. De slimsten betalen het minst. Wie het kan betalen huurt een belastingadviseur in, „waardoor vooral over grote vermogens en inkomens belasting wordt ontweken”. De oorzaak voor het groeiende verschil in belastingdruk op werknemers enerzijds en dga’s en zzp’ers anderzijds zijn de belastingvoordelen die ze na 2001 kregen. Dat was met name de gestage verlaging van de lage winstbelasting (vpb) die dga’s in box 2 betalen, en de invoering van de zelfstandigenaftrek en de mkb-vrijstelling. Verklein die verschillen weer, luidt het advies. En maak vermogen oppotten in box 2 veel minder lucratief.

Probleem is de Belastingdienst

In de elf rapporten dragen de ambtenaren nog een reeks adviezen aan, onder meer over de toeslagen, de winstbelasting van multinationals, klimaatbelastingen en de btw (die mag omhoog).

Inmiddels liggen er zoveel adviezen voor verbetering van het belastingstelsel dat het een snoepwinkel is voor politieke partijen die de belastingparagraaf van de verkiezingsprogramma’s schrijven. Maar de ambtenaren hebben direct aan het begin van hun stapel adviezen een ontmoedigende boodschap voor al te enthousiaste hervormers: de Belastingdienst heeft behoefte aan rust. Dus „beperk de komende jaren het aantal complexe wijzigingen in regelgeving.”