Van de oliesector wordt meer verwacht dan klimaatdoelen

Oliebedrijven Niet zo lang geleden konden Europese oliebedrijven het VN-klimaatakkoord van Parijs grotendeels negeren. Nu hebben ze klimaatdoelen voor 2050. Beleggers, bezorgd over de financiële risico’s van klimaatverandering, vragen om concrete plannen.

Het South Belridge Oil Field in Californië, het op drie na grootste olieveld in deze staat.
Het South Belridge Oil Field in Californië, het op drie na grootste olieveld in deze staat. Foto David McNew/Getty Images)

Terwijl de coronacrisis oliemaatschappijen dwingt tot miljardenbezuinigingen op de korte termijn, dringen ook de zorgen voor de langere termijn zich op. Alle grote Europese olie- en gasbedrijven hebben het afgelopen halfjaar klimaatdoelen voor 2050 geformuleerd om hun geloofwaardigheid voor aandeelhouders te bewaren. Maar diezelfde aandeelhouders laten, nu deze weken jaarvergaderingen worden gehouden, nadrukkelijk blijken dat dit niet genoeg is.

Nog niet zo lang geleden kon een oliebedrijf het VN-klimaatakkoord van Parijs (2015) grotendeels negeren. Eind 2017 kondigde Shell als eerste een klimaatambitie aan die naar eigen zeggen paste bij ‘Parijs’, waar landen afspraken de opwarming van de aarde tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken. Wetenschappers en kritische beleggers vonden de ambitie onvoldoende, maar Shell hád tenminste een doel. Twee jaar lang stond het Brits-Nederlandse bedrijf daar in z’n eentje.

Sindsdien is het maatschappelijk ongemak snel gegroeid. 2019: het op-een-na-warmste jaar ooit, Greta Thunberg, een Europese Commissie die wil dat Europa in 2050 klimaatneutraal is, ziedende bosbranden in Australië.

En ineens, sinds december, hebben alle andere grote Europese oliebedrijven het voorbeeld van Shell gevolgd. Toen het Britse BP in februari zijn klimaatbeleid voor 2050 aankondigde, stond de nieuwe bestuursvoorzitter Bernard Looney voor een foto van een klimaatprotestmars.

Ook de kleinere Europese olieconcerns Repsol (Spanje), Equinor (Noorwegen) en ENI (Italië) – nog altijd bedrijven met meer dan 50 miljard dollar jaaromzet – zijn afgelopen halfjaar toegetreden tot wat informeel de net zero club is gaan heten. Shell schroefde in april zijn oorspronkelijke klimaatdoel op, en als laatste van de grote Europese oliebedrijven kwam Total twee weken geleden over de brug. Op de kaft van de agenda voor de aanstaande aandeelhoudersvergadering van het Franse bedrijf staat geen boorplatform, maar een zonnepark.

Op de kaft van de agenda voor aandeelhouders Total staat dit jaar een zonnepark

„Ze moeten wel”, zegt directeur Jan-Jaap Verschoor van Oil Analytics, een Londens analysebedrijf voor de oliesector. „Ze verliezen anders alle institutionele investeerders die klimaatbeleid in hun eigen doelstellingen hebben staan.”

De grote Amerikaanse oliebedrijven ExxonMobil en Chevron weten de kritiek deels nog op afstand te houden. Zij hebben geen klimaatplan voor 2050, en het lukt aandeelhouders door juridische blokkades al twee jaar niet klimaatkritische agendapunten in te brengen op de jaarvergaderingen.

Voor de oliebedrijven op het Europese continent is de volgende fase al aangebroken. Nu zij één voor één beweren zich achter het VN-akkoord van Parijs te scharen, vragen beleggers, bezorgd om de financiële risico’s van klimaatverandering, om ‘substantie’. Ze willen duidelijker en scherper einddoelen, concrete investeringsplannenen, een bonusbeleid dat goed klimaatgedrag beloont.

Over de klimaatplannen van onder andere Shell, Total en BP verscheen juist afgelopen dinsdag een kritisch rapport van het Britse Transition Pathway Initiative (TPI), een verbond van zestig institutionele beleggers dat samenwerkt met de London School of Economics. Volgens de onderzoekers passen de klimaatdoelen van geen van die bedrijven, anders dan ze zelf beweren, bij het doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. TPI vindt het positief dat de bedrijven nu klimaatdoelen hebben, maar „er is meer nodig en de betrokkenheid van investeerders (…) moet zich daarom ook ontwikkelen”.

Plannen zijn deels vaag

TPI plaatst Shell voorop, en BP in de achterhoede. Die rangorde krijgt niet overal bijval. De Nederlandse consultant en ex-Shell-medewerker Margriet Kuijper, die analyses van de klimaatplannen van zowel BP als Shell schreef, oordeelt juist dat BP „voorop loopt in de race”.

Analist Andrew Grant van de Britse ngo Carbon Tracker, die alle nieuwe klimaatplannen afgelopen maanden bestudeerde, weet het niet meer. „Het wordt steeds moeilijker de klimaatplannen van de Europese oliebedrijven te vergelijken”, verzucht hij. Ze gebruiken niet dezelfde meetmethode, zijn deels vaag, en allemaal maken ze hier en daar uitzonderingen.

„Wat bij al deze bedrijven pijnlijk ontbreekt”, benadrukt Grant, „is een plan waarin ze laten zien hoe ze bij het einddoel komen, welke CO2-uitstoot ze nog toestaan, en welke nieuwe investeringen ze daarvoor laten vallen.” Carbon Tracker, dat zich richt op de financiële sector, schreef in maart in een rapport dat ook veel Europese oliebedrijven hun bestuurders nog altijd belonen voor groei. Grant: „Bij Shell bepaalt de productie 25 procent van de bonus.”

Ook Verschoor van Oil Analytics is kritisch op het investeringsbeleid van ook de Europese oliebedrijven. „Het probleem is dat de duurzame investeringen allemaal nog zo klein zijn. In absolute zin gaat het om veel geld, ten opzichte van de kernactiviteiten in olie en gas is het een fractie.”

Hoe beleggers oordelen, blijkt deze weken op de aandeelhoudersvergaderingen, waar ‘klimaatresoluties’ in stemming worden gebracht. De Nederlandse actiegroep Follow This begon met die strategie bij Shell in 2016. Ook komende dinsdag brengt de ngo, die zelf aandeelhouder is, een agendapunt in dat Shell oproept om klimaatdoelen „te stellen en te publiceren” die passen bij ‘Parijs’.

Vorig jaar verbreedde Follow This zijn werkterrein naar andere oliebedrijven, en kreeg navolging van vergelijkbare actiegroepen. Steevast worden hun resoluties in grote meerderheid weggestemd, na een oproep daartoe van de directie.

Tot de minderheid van dissidenten met klimaatzorgen behoort een vaste groep Nederlandse verzekeraars en pensioenfondsen, zoals NN Investment Partners, Actiam en Aegon. Een woordvoerder van Aegon mailt dat het fonds ook dit jaar voor de klimaatresoluties stemt. „We vinden de aangescherpte ambitie van Shell zeker toe te juichen, maar graag zien we deze omgezet in concrete, meetbare doelen.” Aegon noemt Shell’s toekomstscenario „risicovol”.

Zulke kritische aandeelhouders worden talrijker. In de VS proberen de Church of England en het pensioenfonds van de staat New York klimaatresoluties op de agenda te krijgen bij ExxonMobil en Chevron – al twee jaar tevergeefs. Uit onvrede kondigde investeerder Legal & General aan dat het volgende week tegen herbenoeming van ExxonMobil-voorzitter Darren Woods zal stemmen, wegens diens „aanhoudende weigering” serieus klimaatbeleid te voeren.

In Frankrijk brengt volgende week een groep institutionele beleggers bij Total wél een resolutie in stemming die aanscherping vraagt van het kersverse klimaatplan voor 2050. Elf investeerders onder aanvoering van de Franse Groupe Meeschaert vragen „een heldere en coherente strategie” die duidelijker tot CO2-reductie leidt, met tussendoelen en een investeringsplan.

Ook stemadviesbureaus voeren de druk op. Institutionele beleggers leunen sterk op de vertrouwelijke adviezen van zulke gespecialiseerde dienstverleners voor stemmen bij volmacht. Twee grote Amerikaanse bureaus voor ‘proxy-voting’, ISS en Glass Lewis, zijn dominant in die branche.

Kritische resoluties

Dit jaar adviseerden die invloedrijke volmachtbureaus voor het eerst vóór strenger klimaatbeleid te stemmen, tegen de wens van het management. Bij de Australische oliebedrijven Santos en Woodside, die geen langetermijnklimaatbeleid voeren, kregen die kritische resoluties in april 43 en 50 procent van de stemmen – veel meer dan anders.

Iets dergelijks gebeurde donderdag bij de aandeelhoudersvergadering van het Noorse Equinor. Het voormalige Statoil had zichzelf in december een klimaatdoel gesteld dat „past bij het Akkoord van Parijs”. Toch kreeg een kritische klimaatresolutie van Follow This twee keer zoveel stemmen als een jaar eerder, nadat ISS zich erachter had geschaard. (Al blijft het aandeel voorstemmers met 3 procent symbolisch; de Noorse staat is grootaandeelhouder en valt het semi-staatsbedrijf niet af.)

In VS lukte het beleggers niet kritische resoluties op de agenda te krijgen

Belangrijker is wat zich dinsdag bij de aandeelhoudersvergadering van Shell gaat afspelen. Glass Lewis en ISS adviseren allebei daar tegen de klimaatresolutie te stemmen, maar het duurzaamheidscomité van ISS was wél voor. In een vertrouwelijk rapport verwijt dit comité Shell een „gebrek aan detail” rond zijn klimaatbeleid en „betrokkenheid bij een aantal controverses op klimaatgebied”, zoals de rechtszaak die Nederlandse milieuorganisaties vorig jaar aanspanden.

„Die bedrijven beseffen allemaal dat klimaatverandering hun grootste probleem is”, vat Jan-Jaap Verschoor van Oil Analytics samen. „Die klimaatdoelen zijn nu zo scherp gesteld dat de bedrijven zich niet kunnen beperken tot aanpakken van de gemakkelijke problemen. Ze zullen het moeilijke moeten gaan doen.” Het betekent dat ontwikkeling van nieuwe technologie cruciaal wordt, denkt hij, zoals voor grootschalige distributie van zonne-energie en elektrisch rijden. „Voor de komende tien, twintig, dertig jaar wordt cruciaal welk internationaal oliebedrijf kan meebewegen met het nieuwe energiesysteem.”

Hij is niet optimistisch. „Nu zie ik het meer als window dressing voor grote investeerders. Op dit moment is geen enkel groot oliebedrijf klaar voor de toekomst.”