Twee vriendinnen en een kapot balkonhek

Wie Romy (23) versus vriendin en verhuurder

Kwestie: val van balkon door kapot hek

Waar: rechtbank Amsterdam

De Zitting

Ooit waren ze beste vriendinnen. Nu treffen de twee jonge vrouwen elkaar in de rechtbank, pre corona. Romy heeft haar moeder mee, Donna haar vader.

Meer dan drie jaar geleden gaf Donna een feestje in het huis waar ze een half jaar had gewoond. Het was een soort farewell-party, haar meubels waren al weggehaald. Vriendin Romy was er ook. Omdat zij even een telefoontje wilde plegen liep ze het balkonnetje op aan de achterkant van het huis. Het was al donker. Tijdens het gesprek leunde ze tegen het balkonhek. Daarvan bleek een deel open te kunnen klappen, ze viel achterover, een hele verdieping naar beneden.

Vijf gebroken ruggenwervels, een hoofdwond en kneuzingen hield ze eraan over. Ze is sindsdien vier keer geopereerd aan haar rug. Ze heeft nog „veel pijn” vertelt ze de rechter als die ernaar vraagt. Haar studie heeft vertraging opgelopen en ze kon er een tijd niet naast werken.

Na het ongeluk zat haar geschrokken vriendin vanzelfsprekend aan haar bed. Maar toen duidelijk werd dat de gevolgen groot waren, kwam ook de vraag op wiens schuld de val eigenlijk was geweest. Het leidde ertoe dat Romy de verhuurder én haar vriendin en hun verzekeraars via een civiele procedure aansprakelijk stelde voor de schade, nu en in de toekomst.

Het balkonhek was doorgezaagd voordat Donna er kwam wonen. Het moest de aanleg van een trap naar de tuin mogelijk maken. De hekdelen waren erna weer aan elkaar geknoopt met elektriciteitsdraad. Het is onduidelijk of dat er deze avond nog zat. Wat de verhuurder betreft was de constructie mét het elektriciteitsdraad veilig.

Al bij Donna’s verhuizing was het hekwerk haar opa opgevallen. Hij belde de verhuurder erover. Donna gebruikte het balkonnetje „nooit”. Haar opa had gewaarschuwd, dat er iets mis mee was. Maar wát dan precies, zegt ze op de zitting, wist ze niet. Het lijkt in strijd met wat ze eerder verklaarde tegen een onderzoeker van een betrokken verzekeraar. Toen zei ze de verhuurder meermaals te hebben gevraagd het hekje te repareren.

Voordat Romy viel, stonden er tijdens het feestje mensen op het balkon. Donna zegt dat ze die gewaarschuwd heeft dat ze ‘voorzichtig’ moesten zijn, omdat er iets niet goed was. In ieder geval twee mensen op het feestje (onder wie Romy) zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren.

Donna’s advocaat vindt dat Romy ook zelf verantwoordelijk is voor wat er is gebeurd. Romy was volgens haar in feite ‘mede-organisator’ van het feestje. Ook zij had daarom een ‘zorgplicht’ voor de gasten, te meer omdat Romy óók zou hebben geweten dat er iets met het balkon was.

Romy bevestigt dat ze ooit wel eens had opgevangen dat er „iets” met het balkon was, maar ze zegt dat ze er het fijne niet van wist. Verder zag ze tijdens het feestje mensen op het balkon staan, waardoor ze niet kon weten dat er op dat moment iets mee was.

In het vonnis noemt de rechtbank het „geen relevante factor” of Romy het feestje wel of niet ‘mee’ organiseerde. Donna wist dat er iets met het hek was, en had daarom als huurder moeten handelen. Ook maakt het niet uit of het elektriciteitsdraad om het hek zat. Ook mét draad was de constructie ondeugdelijk. Omdat de verhuurder niets heeft ondernomen om de gevaarlijke situatie te beëindigen, is hij aansprakelijk voor het ongeval.

Ook Donna heeft schuld, vindt de rechtbank. Zij had haar gasten moeten beschermen tegen het gevaar waarvan ze op de hoogte was. Door de balkondeur op slot te doen of een afzetlint op te hangen. Juist omdat op een feest aanwezigen geneigd zullen zijn „het balkon te betreden en alcohol te nuttigen”.

De verhuurder wordt voor 75 procent aansprakelijk gesteld, en Donna voor 25. De hoogte van de schade is nog onbekend, zegt Romy’s advocaat die daarover nog moet onderhandelen met Donna’s verzekeraar. „Mijn cliënt is een heel positief ingesteld iemand, ze werkt momenteel, omdat ze dat heel graag wil, maar niemand weet hoe het haar fysiek in de toekomst zal vergaan.”