Sporen in oude modder tonen arbeidsverdeling Homo sapiens

Archeologie In Tanzania is de grootste prehistorische collectie menselijke voetstappen ooit gevonden: ruim vierhonderd, gemaakt door 23 mensen, bijna allemaal vrouwen.

Bij Engare Sero, in Tanzania, zijn ruim 400 voetafdrukken in natte vulkanische as bewaard gebleven die waarschijnlijk tussen 20.000 en 10.000 jaar oud. Op de achtergrond is de vulkaan Oldoinyo L'engai te zien die ooit de as uitwierp.
Bij Engare Sero, in Tanzania, zijn ruim 400 voetafdrukken in natte vulkanische as bewaard gebleven die waarschijnlijk tussen 20.000 en 10.000 jaar oud. Op de achtergrond is de vulkaan Oldoinyo L'engai te zien die ooit de as uitwierp. Foto Cynthia Liutkus-Pierce

Tien- of twintigduizend jaar geleden liep een groep van zeventien mensen door de modder naar het zuidwesten, niet ver van het Natronmeer in Tanzania. De veertien vrouwen, twee mannen en een jongen liepen allemaal ongeveer even snel door de vochtige vulkanische as. Het was een wandeltempo van iets minder dan vijf kilometer per uur. Hebben zij daarbij de zes mensen gezien die – blijkens weer andere voetsporen in de modder – precies de andere kant opkwamen, in wél sterk wisselende en ook snellere tempo’s? Dat is niet meer af te leiden uit de meer dan vierhonderd voetsporen die door een team van Amerikaanse antropologen onder leiding van Kevin G. Hatala (Chattam University, Pitsburgh) uitvoerig geanalyseerd en beschreven zijn in Scientific reports (14 mei).

Een van de sapiensvoetafdrukken. William Harcourt-Smith

Geslacht en leeftijd van de wandelaars zijn af te leiden uit de grootte van de voet, net als de lengte van de personen, door vergelijking met de mensen die nu in het gebied leven. Bij deze groep waren de lichaamlengtes voor de in totaal drie mannen tussen de 178 tot 183 centimeter en lagen ze tussen de 148 en 166 centimeter voor de vrouwen. De meelopende jongen mat waarschijnlijk 140 centimeter.

Hete as

Deze voetsporen bij Engare Sero vormen de grootste verzameling prehistorische voetsporen die tot nu toe gevonden is. De bekendste fossiele voetsporen zijn waarschijnlijk de honderd voetstappen uit Laetoli, Tanzania, 3,66 miljoen jaar oud, honderd kilometer van de huidige vondst. Op die plek, die in de jaren zeventig ontdekt werd, lieten drie mensachtigen hun sporen na. Twee volwassenen en een kind, waarschijnlijk van de soort Australipithecus afarensis, liepen door de hete as. Het kind zette daarbij zijn voetstapjes zorgvuldig in de sporen van een van de volwassen.

Laetoli was een belangrijke vondst omdat daaruit onmiskenbaar bleek dat Australopithecus al rechtop liep, op een ‘moderne’ manier. Het belang van de nieuwe vondst uit Engare Sero is vooral dat uit de sporen iets valt af te leiden over de leefwijze van deze mensen, die gezien de datering zonder twijfel behoorden tot de moderne mensensoort Homo sapiens.

Het patroon van een grote groep vrouwen met een paar mannen erbij, maar zónder kleine kinderen, zou ook moderne jagers-verzamelaars zoals de Ache of de Hazda bekend voorkomen. Want vrouwen die in relatief grote groepen gezamenlijk voedsel gaan verzamelen (knollen, vruchten, wortels, zaden) terwijl de kinderen op de basis achterblijven, vormen een normaal menselijk fenomeen. Soms gaan er een paar mannen mee, soms komen die alleen maar tijdelijk even langs. Een plausibele interpretatie van de voetsporen is volgens de onderzoekers dan ook dat er bij deze mensengroep een werkverdeling bestond tussen mannen en vrouwen. Bij een veel oudere voetsporenvondst, van Homo erectus, 1,5 miljoen jaar oud, concludeerden onderzoekers, ook onder leiding van Hatale, dat het juist ging om een groep mannen die aan het verzamelen was.

Overstroming

Over de relatie tussen de rustig lopende vrouwengroep en de mensen die uit de andere kant min of meer kwamen aanrennen, laten de onderzoekers zich niet uit. Die voetsporen van de zes mensen in de richting van het noordoosten zijn in ieder geval niet afkomstig van een groep. Daarvoor zijn de snelheden te verschillend: een vrouw rende met ruim tien kilometer per uur, een man en een andere vrouw hadden een tempo van zeven kilometer per uur en de rest (allen vrouwen) liep snelheden van rond de vijf kilometer per uur. De gelopen snelheden zijn af te leiden uit de verhouding van de grootte van de stappen en de grootte van de voet.

Door de gelijke snelheden van de leden van de grote groep, lijkt het waarschijnlijk dat die stappen allemaal wél gelijktijdig zijn gemaakt, maar of dat ook geldt voor de in verschillende snelheden lopende mensen in de ander richting is onduidelijk. Heel lang kan er ook weer niet tussen hebben gezeten. De voetsporen in Engare Sero zijn bewaard gebleven doordat de modder na de stappen niet meer vochtig is geworden tot een overstroming van het nabijgelegen meer er een laag sediment overheen legde. Eén regenbui tussendoor had de boel voorgoed laten verdwijnen.

Lees ook: Neanderkinderen renden over Normandisch strand