Analyse

Hoe het kabinet een tweede piek van besmettingen wil voorkomen

Persconferentie De versoepeling gaat door, volgens Haagse bronnen. De aanpak van het virus zal regionaal worden georganiseerd.

Eigenaar Rob Neuteboom van eethuis VERS in Utrecht maakt zijn zaak klaar voor de ‘anderhalvemeterregels’, zodat de zaak op 1 juni weer open kan.
Eigenaar Rob Neuteboom van eethuis VERS in Utrecht maakt zijn zaak klaar voor de ‘anderhalvemeterregels’, zodat de zaak op 1 juni weer open kan. Foto Ilvy Njiokiktjien

Het ‘nieuwe normaal’ wordt een biertje drinken op het anderhalvemeterterras en een bioscoopbezoek in een grotendeels lege zaal. De voorgenomen versoepeling van coronamaatregelen na 1 juni gaat door zoals gepland. Dat zullen premier Mark Rutte (VVD) en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) deze dinsdagavond tijdens een persconferentie bekendmaken.

Eerder op de dag neemt de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing het definitieve besluit, maar Haagse bronnen zeggen dat de geplande verruiming van maatregelen doorgaat. Dat betekent dat vanaf volgende maand horeca, middelbare scholen, theaters, musea en bioscopen onder voorwaarden weer open mogen.

Precies twee maanden na de televisietoespraak van Mark Rutte waarin hij Nederlanders voorbereidde op een periode waarin hun vrijheid in ongekende mate beperkt zou worden, kondigt hij deze dinsdag dus aan dat ze die vrijheid over twaalf dagen in een nieuwe vorm terugkrijgen.

Lees ook: Wat Rutte zei in zijn speech (en waarom)

Het kabinet gaat deze dinsdag ook meer duidelijkheid geven over hoe het een tweede piek van besmettingen wil voorkomen, nu steeds meer strenge maatregelen worden losgelaten. Om niet alleen landelijk, maar ook regionaal een beter beeld te krijgen van de verspreiding van het coronavirus wordt een systeem opgetuigd, een zogeheten ‘dashboard’.

Daarin worden data die nu landelijk bijgehouden worden op regionaal niveau ondergebracht: de ziekenhuisopnames en capaciteit op de intensive care, de leeftijd van patiënten, het aantal testen en positieve uitslagen, en het reproductiegetal.

Op die manier kan bijgehouden worden of en waar brandhaarden van besmettingen ontstaan. Bij een piek kan landelijk besloten worden om maatregelen in een regio weer aan te scherpen, waar dat in een regio met een lage besmettingsgraad niet hoeft.

Van regionale differentiatie was de afgelopen weken op een kleinere schaal al sprake. Gemeenten in veiligheidsregio’s namen soms al gezamenlijk maatregelen die landelijk niet golden. Zo besloot Zeeland eind maart alle campings, kampeerterreinen, hotels en pensions te sluiten voor recreatie. De maatregel werd uit voorzorg genomen, omdat die regio maar twee ziekenhuizen telt.

Lees ook: In Zeeland is het crisistijd, niet langer vakantietijd.

Met het dashboard dat deze dinsdag wordt gepresenteerd, maakt het kabinet voor het eerst concreet hoe het de verspreiding van het coronavirus gaat bijhouden, nu maatregelen gefaseerd worden versoepeld. Bij de aankondiging van de ‘routekaart’ die Nederland uit de ‘intelligente lockdown’ zou moeten halen, zei premier Rutte twee weken geleden steeds dat versoepeling alleen doorgaat „als het kan”. Wat dat concreet inhoudt, welke indicatoren bijvoorbeeld een rol spelen om te bepalen of maatregelen toch weer ingevoerd kunnen worden of hoe hoog de besmettingsgraad mag zijn, bleef onduidelijk.

Stoplichtmodel

De roep om verduidelijking klonk wel steeds luider in de Tweede Kamer. In het meest recente debat over de coronamaatregelen, begin mei, wilde Rutte op vragen van fractievoorzitters Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Jesse Klaver (GroenLinks) niet zeggen wat de afwegingen zijn van het kabinet om maatregelen te versoepelen. Segers en Klaver vroegen allebei om een „rode lijn”, een indicator waar het kabinet op let om bij te sturen als er een piek dreigt te ontstaan. In Duitsland geldt bijvoorbeeld dat bij vijftig coronagevallen per honderdduizend inwoners in één regio de maatregelen weer verscherpt worden. Rutte weigerde een concreet cijfer voor Nederland te noemen.

Toch lijkt het kabinet manieren te willen vinden om op een overzichtelijke manier aan te kunnen tonen wanneer maatregelen versoepeld of verscherpt moeten worden. Zo is de afgelopen dagen gesproken over een ‘stoplichtmodel’ dat duidelijk moet maken wanneer de verspreiding van het virus gevolgen heeft voor maatregelen.

Volgens ingewijden wordt van zo’n model vooralsnog geen gebruik gemaakt, omdat de afweging in Nederland niet afhangt van één getal. De hoeveelheid indicatoren is zo groot, dat het eerder verwarrend dan verhelderend zou werken.

Op termijn wil het kabinet stoppen met het dagelijks communiceren van de RIVM-cijfers over het aantal positief geteste personen, ziekenhuisopnames en overleden personen. Bij veel Nederlanders verschijnen die cijfers iedere dag via een pushbericht op de telefoon. De frequentie daarvan gaat omlaag. Er is nog discussie over het moment waarop dat moet gebeuren: als alle genomen maatregelen versoepeld zijn en het ‘nieuwe normaal’ een feit is, of als de druk op de zorg weer op het normale niveau is.