Opinie

Ondeugdelijke mondkapjes

Frits Abrahams

Voor het eerst van mijn leven een mondkapje opgezet. Een historisch moment. Jammer van die coronacrisis, anders had ik de hele buurt erbij geroepen om van dit schouwspel te genieten.

Mijn eerste indruk in de spiegel: je ziet er sulliger en lulliger uit dan ooit tevoren. Prettig zit het ook al niet, het is alsof iemand zijn warme handpalm over je gezicht legt voordat hij je begint te wurgen.

Ik had meteen de neiging om het ding aan de onderkant met mijn hand iets omlaag te trekken, maar je mag het alleen met de koordjes aan de zijkanten bijstellen. Deze van hogerhand opgelegde beproeving kostte me 40 euro voor vijftig niet-wasbare, in China vervaardigde kapjes. Die Chinezen worden nog rijk van corona.

Er zal enige verbazing zijn dat ik dit ongerief heb aangeschaft. Had ik niet geschreven dat het ‘flauwekulmondkapjes’ waren? Dat klopt, en daar neem ik nog steeds geen lettergreep van terug, maar als ik van het openbaar vervoer gebruik wil maken – en dat moet ik soms – zal ik vanaf 1 juni toch zo’n kapje moeten dragen.

Enkele lezers die mij schreven – onder wie overigens geen virologen – waren boos op mij. Zo’n niet-medisch kapje voor het gewone publiek, schreven ze, was er niet om mijzelf, maar om mijn medemensen tegen mijzelf te beschermen. Dit in tegenstelling tot de geavanceerde medische kapjes waarmee het medisch zorgpersoneel zichzelf kan beschermen.

Dat was mij bekend, maar wat ik betwist is de betrouwbaarheid van die niet-medische kapjes. Er wordt gesuggereerd dat het dankzij deze kapjes nu veiliger wordt in het openbaar vervoer – voor reizigers en NS-personeel. NS-directeur Roger van Boxtel zei onlangs expliciet op tv dat die kapjes ook die functie hebben voor zijn personeel. Ik hoop het voor hem en zijn personeel, maar ik moet het nog zien.

De allerbeste kapjes zullen bij het allerbeste gebruik misschien een beetje virus opvangen – hoewel zelfs daarover geen wetenschappelijke zekerheid bestaat – maar wat zijn de gevolgen als de kapjes ondeugdelijk zijn of verkeerd gebruikt worden? Wat blijft er dan nog over van dat ‘beetje’ bescherming?

De Volkskrant testte vorige week 23 soorten mondkapjes. Het resultaat was vernietigend: hooguit vier waren min of meer deugdelijk. Enkele kwalificaties van de andere kapjes: „Afwasbaar en volledig vochtdicht. Helaas wel maar aan één kant: via de zij- en onderkant hebben snotslierten en slijmdruppels vrij spel.” En: „Geen wonder dat dit masker niet door de keuring kwam als medisch materiaal: het tocht aan alle kanten.” Mijn kapje behoorde tot de vier die het er redelijk afbrachten, maar toch stond ook daar een bezwaar bij vermeld: „Wel wat lekkage langs de wangen.”

Hoe merkwaardig dan ook dat een Volkskrant-redacteur (‘MK’) in zijn inleiding constateerde dat „de niet-medische mondkapjes die we hier bespreken” desondanks „natuurlijk wel” zin hebben. Dit heeft, vermoed ik, te maken met de opportunistische kanteling in de opinievorming over mondkapjes waarbij RIVM-directeur Jaap van Dissel, die tegen kapjes is, wordt neergezet als een halvegare die zijn ongelijk niet wil bekennen.

Deze week zag ik een kapper rokend in de deuropening van zijn zaak staan. Zijn mondkapje hing halverwege zijn kin. Als ik Roger van Boxtel was, zou ik deze kapper niet nemen.