Moorden en martelingen markeren verkiezingen Burundi

Burundi Woensdag zijn er ondanks de corona-epidemie verkiezingen in Burundi. Vertrekkend president Pierre Nkurunziza houdt het Oost-Afrikaanse land nog in zijn greep maar blijft dat zo?

De aanhang van de Burundese president Pierre Nkurunziza bij een verkiezingsrally. De 56-jarige president acht de ernst van de corona-epidemie overdreven, dus afstand houden hoeft niet.
De aanhang van de Burundese president Pierre Nkurunziza bij een verkiezingsrally. De 56-jarige president acht de ernst van de corona-epidemie overdreven, dus afstand houden hoeft niet.

Een aanslag met een granaat in de hoofdstad Bujumbura en tientallen arrestaties van oppositieleden de afgelopen weken markeren de omstreden presidentsverkiezingen van woensdag in Burundi. De Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH) telde de afgelopen drie weken twaalf moorden, en martelingen en ontvoeringen.

De verkiezingscampagne vond plaats zonder veiligheidsregels te midden van de Covid-19-pandemie. De regering wees zelfs een delegatie van de WHO de deur, want president Pierre Nkurunziza acht de omvang van de corona-epidemie zwaar overdreven. Buitenlanders dreigde hij twee weken in quarantaine te zetten als ze de verkiezingen kwamen waarnemen. Veel geloofwaardigheid zullen die daarmee niet hebben.

Buitenbeentje

Sinds zijn aantreden in 2005 gedraagt de vertrekkende president Pierre Nkurunziza zich in de regio als een buitenbeentje dat iedere binnen- en buitenlandse kritiek naast zich neerlegt. De VN, de Afrikaanse Unie en zijn Oost-Afrikaanse collega’s oefenden herhaaldelijk druk op hem uit om af te treden of vredesbesprekingen te beginnen met zijn tegenstanders. Hoewel soms op het nippertje bleef Nkrurunziza overeind in het conflict met tegenstanders in het leger en zijn partij.

Lees ook: Afrika kan zich geen lange lockdowns permitteren

Nkurunziza weigerde niet alleen internationale onderzoeken naar schending van mensenrechten maar hij zegde ook het lidmaatschap op van het Internationaal Strafhof (ICC). In 2015 schond hij de grondwet door zich voor een derde ambtstermijn verkiesbaar te stellen, waarna op grote schaal geweld uitbrak en militairen tevergeefs een staatsgreep pleegden. Zo’n 400.000 Burundezen ontvluchtten naar schatting het land.

Het ICC begon eind 2017 een onderzoek naar zijn regime. Het spreekt over moord, marteling, verkrachting. Onafhankelijke media zijn dicht, politieke partijen aan banden gelegd. Bij de diepgaande repressie spelen de Imbonerakure, de jeugdmilitie van Nkurunziza’s partij, politie en veiligheidsdienst de hoofdrol. Sinds 2015 werden zeker 1200 opponenten vermoord, de meeste oppositieleiders en activisten ontvluchtten het land.

De zittende president van Burundi, Pierre Nkurunziza (r) en presidentskandidaat Evariste Ndayishimiye (l). Foto AFP

Buitenlandse donoren

Burundi is altijd in sterke mate afhankelijk geweest van buitenlandse donoren. Toen zij weigerden deze verkiezingen te helpen financieren gebood de president de burgers „vrijwillig bij te dragen”. Volgens Human Rights Watch is daarbij geweld gebruikt. Bij de campagnes traden de leden van Imbonerakure als stoottroepen op voor de regeringspartij. Ze scandeerden „maak de oppositie zwanger”, of „dood de opponenten”.

Zijn opvolger wordt vermoedelijk de militair Evariste Ndayishimiya, nu hoofd van de regeringspartij. De belangrijkste oppositieleider is Agathon Rwasa. Hij klaagde vorige week dat 200 van zijn kandidaten voor parlements- en gemeenteraadsverkiezingen werden opgepakt.

Met Nkurunziza aan de macht is Burundi in een periode van stagnatie beland. Maar deze verkiezingen markeren ook een vooruitgang. Jarenlang verkeerde het land in een genocidale strijd tussen Hutu’s en Tutsi’s, net als buurland Rwanda. Het vredesakkoord van 2005, mede bereikt door hulp van Nelson Mandela, stipuleerde een machtsdeling tussen Hutu’s en Tutsi’s en een permanente coalitieregering. Aan die voorwaarden komt sinds de nieuwe onder Nkurunziza in 2018 aangenomen grondwet een einde.

Nergens in Afrika dwingt een grondwet etnische quota’s af voor de landelijke instituties, zoals in Burundi. In parlement en regering wordt de verhouding 60 procent Hutu en 40 procent Tutsi gehandhaafd maar „gewone wetgevende besluiten” kunnen voortaan met een simpele meerderheid worden genomen. Er is dus sprake van een erosie van het delen van de macht op basis van etnische afkomst. Zo vervaagt misschien het historische schisma tussen Hutu (85 procent van de bevolking) en Tutsi.

Volgens de nieuwe grondwet krijgt de president echter meer macht. De vraag is alleen of de nog te verkiezen Evariste Ndayishimiye die macht zal willen gebruiken of dat hij zich zal laten leiden door de vertrekkende Nkurunziza, „de eeuwige en oppermachtige leider van Burundi”, zoals zijn titel luidt.

Lees dit eerdere profiel van de president van Burundi Pierre Nkurunziza