Indonesisch wonder: nog lichte groei

Coronacrisis De Indonesische economie is relatief minder nauw verbonden met internationale handel. Dat is in de coronacrisis een voordeel.

Rijstoogst door Indonesische boeren in Kerawang.
Rijstoogst door Indonesische boeren in Kerawang. Foto BAGUS INDAHONO / EPA

Na kilometers glimmende woontorens, pompeuze winkelcentra en rommelige woonwijkjes verschijnt er ineens fel groen tussen al die tinten grijs. Een rijstveld strekt zich uit, een wijd groen veld omringd door muren.

In miljoenenstad Jakarta is nog ongeveer 300 hectare aan rijstvelden over, 300 hectare die nog niet is opgegeten door urbanisering. Op één van die veldjes is boer Kadir aan het oogsten. Routineus zwiept hij met zijn handzeis. De halmen snijdt hij laag af.

Kadir – hij heeft geen achternaam, dat is vrij normaal in Indonesië – werkt stug door als hij vertelt dat boeren zoals hij maar weinig merken van de coronacrisis. De prijzen van rijst zijn van andere zaken afhankelijk, vertelt hij. „Als de oogst mislukt door slecht weer. Of door problemen met insecten.” Hij heeft last van slechte irrigatie en een tekort aan water. Op veel plekken in Indonesië kunnen rijstboeren wel twee of drie keer oogsten, hier in de stad is dat maar eens per jaar.

De rijst gaat naar een rijstmeelfabriek even verderop. Kadir mag kiezen hoe hij krijgt uitbetaald: in contant geld of in rijst voor een paar maanden. „Ik ga voor een combinatie van die twee. Zo heb ik cash en thuis een rijstvoorraad achter de hand.”

Economisch gezien is Indonesië in deze coronacrisis een uitzondering op de regel en dat komt onder andere door hoe rijstboeren als Kadir leven en werken. Wereldwijd is recessie dit jaar de norm, maar de verwachting is dat Indonesië nog net economische groei zal behalen.

Indonesië is minder nauw verbonden met de internationale handel dan de regering graag zou zien, vertelt econoom Berly Martawardaya, hij is onderzoeksdirecteur van Indef, het Institute for Development of Economics and Finance in Jakarta. Bureaucratische rompslomp en corruptie zijn niet aantrekkelijk voor buitenlandse partijen.

Hoge binnenlandse consumptie

Zo’n 58 procent van het bruto binnenlands product bestaat uit consumptie: eten, drinken en andere spullen voor het huishouden. Dat percentage is hoog in vergelijking met sommige buurlanden, zegt Martawardaya: „We kijken altijd naar Thailand, Maleisië en Singapore. Voor de crisis wilden we dat de export ook een groter deel van onze economie zou uitmaken, zoals daar het geval is. Nu is het een geluk bij een ongeluk dat het niet zo is.”

Berly Martawardaya maakt een vergelijking met de financiële crisis in 2008 en 2009. Toen krompen de economieën van de meeste buurlanden ook, terwijl die van Indonesië nog zo’n 4 procent groeide. Al valt de groei dit keer waarschijnlijk toch flink lager uit. De voorspellingen variëren van 0,5 procent tot 2,3 procent voor dit jaar. „Bij de crisis toen ging het om de multinationals, de grote bedrijven, en werden kleine en middelgrote ondernemingen maar weinig geraakt. Dat is nu anders.” In veel grote Indonesische steden gelden lockdownmaatregelen, waardoor veel vraag wegvalt.

Daar kan Fadly (30) over meepraten. Hij werkte als grafisch ontwerper bij een gezondheidsapplicatie in Jakarta en kreeg een paar weken geleden met zo’n tien, vijftien anderen tegelijk te horen dat ze tijdelijk geen werk meer hebben. „Het gebeurde in een online gesprek. Ik was geschokt.” Hij heeft een contract voor onbepaalde tijd, maar daar haalt hij zijn schouders over op. Dat is nu toch niks waard. „Ze deden vaag over de termijn. Het kan een paar maanden duren, misschien langer.”

Grafisch ontwerper Fadly verkoopt met z’n vriendin nu online nasi ‘campur’

Fadly en zijn vriendin wilden gaan trouwen, eigenlijk na het Suikerfeest, eind deze week. Dat loopt dus anders. „We hopen dat het dit jaar nog lukt.” Voorlopig wonen zijn vriendin en hij allebei weer thuis bij hun ouders, in Surabaya. We moeten creatief zijn, dachten ze, dus nu hebben ze een plannetje opgevat om online eten te gaan verkopen. „Iedereen moet eten, toch?” Ze vallen terug op old school Indonesisch: nasi ‘campur’, rijst met groenten of vlees en ‘pisang coklat’, een snack van banaan en chocola.

Fadly heeft gelukkig wat spaargeld om het even uit te houden. Die luxe hebben Indonesiërs in de onderste laag van de middenklasse niet, zegt econoom Berly Martawardaya. „Die zitten nu in de grootste problemen. Ze mogen officieel de straat niet op om geld te verdienen, of ze zijn al ontslagen.” Het aantal ontslagen ligt volgens de overheid nu ergens tussen de 2 en 3,7 miljoen, maar dit soort cijfers zijn in Indonesië nogal onbetrouwbaar.

Geen goede databases voor steun

De overheid heeft allerlei steunpakketten in het leven geroepen. Subsidies, belastingverlichting, regelingen voor uitstel van betalingen. De omvang van die steun bedraagt ongeveer 2,5 procent van het bruto binnenlands product, zegt Martawardaya, dat is twee en soms zelfs drie keer zo laag als de steun van landen in de regio. Het is dus al relatief weinig én er ligt nog een structureler probleem onder. De overheid kan dat geld niet precies geven aan de Indonesiërs die het nodig hebben, vertelt hij, omdat ze hun databases niet op orde hebben.

De economie drijft op werknemers in de informele sector – meer dan de helft van de Indonesiërs werkt als chauffeur, schoonmaker, als hulp in een restaurant of op het platteland. Ze staan vaak simpelweg niet in de systemen: „Maar zo’n veertig miljoen Indonesiërs hebben een persoonlijk nummer bij de belastingdienst. De overheid probeert nu aan gegevens van meer inwoners te komen via het ziektekostensysteem, daar zijn ongeveer 100 miljoen mensen geregistreerd.” Indonesië heeft ongeveer 260 miljoen inwoners. De helft van hen heeft een bankrekening.

Miljoenen onder armoedegrens

Het kleine beetje groei zal voor miljoenen Indonesiërs toch als grote achteruitgang voelen – aangezien de oorspronkelijke voorspelling voor dit jaar op 5,3 procent groei lag. De coronacrisis zorgt ervoor dat Indonesië tien jaar wordt teruggeworpen in de tijd als het om armoede gaat, zei minister van Financiën Sri Mulyani laatst. Ongeveer 8,5 miljoen mensen zullen terugvallen onder de armoedegrens, iets waar ook kritiek op klinkt. Het betekent dat veel Indonesiërs zich hadden opgewerkt van arm naar bíjna arm de afgelopen jaren, en dat is geen structurele verbetering van hun leven.

Voor de armste groepen biedt de overheid nu noodhulp in de vorm van voedselpakketten. Het leger helpt met de verspreiding van rijst. Maar ook daarmee zijn allerlei bureaucratische problemen: het lukt gezinnen dan niet om zich te registreren. Op de rijstvelden vertelt boer Kadir dat hij dat soort hulp niet krijgt. Al begrijpt hij dat wel: „Het geeft niet. Wij geven wel wat rijst aan onze buren.”