Het nieuwe goud: de grondstof voor mondkapjes

Mondkapjes Bedrijven vechten om ‘meltblown’, het basismateriaal voor mondkapjes. Maar in Nederland kan (nog) niemand het maken. „Wil je als Nederland zo’n machine, sta je achteraan in de rij.”

Hoogwaardige (FFP2) mondkapjes in het magazijn.
Hoogwaardige (FFP2) mondkapjes in het magazijn.

Het was eigenlijk hun opslagruimte: een lege fabriekshal waar nog wat spullen stonden. De productie van luchtfilters voor ziekenhuizen en musea - hun dagelijkse werk – gebeurde vooral in het buitenland. Maar dankzij de Covid-19-uitbraak klinkt er weer machinegeratel op het Alkmaarse hoofdkantoor van Afpro.

Samen met Auping uit Deventer kreeg het bedrijf begin april een overheidsbestelling van 7 miljoen mondmaskers voor de zorg. Nederland maakte ze nog niet en de twee ondernemingen boden aan ermee te starten. Op weekbasis zijn er nu zo’n 4,5 miljoen hoogwaardige maskers nodig voor de zorg en nog eens 7,5 miljoen chirurgische mondkapjes.

De eigen productie moet Nederland minder afhankelijk maken van niet altijd even betrouwbare inkoop uit het buitenland. Dat het daarbij geregeld misgaat, bleek uit cijfers die het AD opvroeg. Van de 47,2 miljoen medische maskers die zijn aangekocht door de overheid werden er 5 miljoen bij aankomst afgekeurd. Nog eens 3,9 miljoen kapjes doorstonden een eerste test niet, maar kunnen later mogelijk nog worden gebruikt.

Lees ook: Dit zijn de argumenten voor en tegen het dragen van mondkapjes

Afpro krijgt ondertussen bijna dagelijks vragen of ze niet meer kunnen maken. Bijvoorbeeld voor de particuliere markt. Directeur Joost Verlaan zou best willen, maar kan dat simpelweg nu niet. Het probleem: een groot tekort aan grondstoffen. „We hebben de rollen meltblown veel te hard nodig voor de FFP2-maskers voor de zorg.”

Populairder dan goud

Meltblown? Vraag een handelaar op de grondstoffenmarkt naar het populairste goed op dit moment en het antwoord zal niet goud of zilver luiden, maar meltblown. Het tot voor kort nauwelijks bekende materiaal is ineens razend populair.

Meltblown is een synthetisch filterdoek dat ervoor zorgt dat er zo min mogelijk virusdeeltjes door een masker komen. De dichtheid van het doek en het aantal lagen bepalen de kwaliteit van een kapje. De FFP2-maskers voor behandeling van coronapatiënten hebben meerdere lagen meltblown, chirurgische mondkapjes één.

De TU Delft en KU Leuven willen een meltblown- machine ontwikkelen

Het basismateriaal was volgens Afpro-directeur Verlaan vooral dankzij contacten van chemiebedrijf DSM nog te krijgen. In Duitsland. Want in Nederland is er geen bedrijf dat meltblown voor medisch gebruik maakt.

„Er is echt een gigantisch tekort. De vraag is zo hard gestegen dat er nauwelijks nog is aan te komen”, zegt vicepresident innovatie bij DSM Pieter Wolters. „Iedereen wil het hebben en in de wereld wordt simpelweg te weinig gemaakt om aan de huidige vraag te voldoen.”

In China stegen de prijzen van 20.000 renminbi (2.600 euro) per ton voor de coronacrisis naar 600.000 renminbi (ruim 78.000 euro) op het hoogtepunt. Inmiddels is de marktprijs 400.000 renminbi.

Lees ook: ‘Geen sjaal, wel een chirurgisch mondmasker’

Sinologe Sanne van der Lugt van Instituut Clingendael signaleerde al begin maart dat een meltblowntekort een probleem zou worden voor de productie in Nederland.Meltblown wordt gemaakt uit kleine plastic korrels, polypropyleen. Ze worden voor allerlei toepassingen gebruikt, zoals dopjes van plastic flesjes. „De grondstof is het probleem niet, wel de machines die er meltblown van kunnen maken. Auping en Afpro hebben voldoende voor de eerste opdracht van de overheid, maar hoe komen zij aan meltblown voor toekomstige opdrachten?”

Via haar contacten in China werd Van der Lugt al in maart benaderd met de vraag of ze in Europa aan het materiaal kon komen. „China zou nog veel meer mondkapjes kunnen maken, als er meer meltblown was. Het land heeft zelf geïnvesteerd in productiemachines uit Japan en Duitsland.”

Nederland bleef volgens Van der Lugt „lang gefixeerd op mondkapjes uit China en heeft daardoor het moment gemist om te investeren in meltblownmachines”. Inmiddels bedraagt de levertijd voor nieuwe bestellingen vijftien maanden. „Wil je als Nederland nu zo’n machine kopen, dan sta je achteraan in de rij.”

Volgens Wolters van DSM zijn het „enorme machines. Er zijn wereldwijd maar weinig makers en sommige fabrikanten maakten er maar een paar per jaar.” De KU Leuven en TU Delft zijn daarom in gesprek om samen zo’n machine te ontwikkelen. Clingendael zal het project gaan coördineren. Er moet eerst een „relatief simpele” machine komen die „goedkoper en sneller te maken is”, laten ze weten. De universiteiten kunnen van start „zodra de financiering rond is”.

Op het hoofdkantoor van Afpro in Alkmaar worden sinds april mondkapjes gemaakt. De belangrijkste grondstof ervoor, meltblown, is vooralsnog alleen in het buitenland te koop. Foto Olivier Middendorp

Afgekeurde kapjes

De eigen productie van meltblown zou het aantal ondeugdelijke bestellingen uit het buitenland kunnen verminderen. Bij het merendeel van de door Nederland afgekeurde kapjes ging het om FFP2-maskers waarvan de filter niet goed genoeg was. Het kapje laat dan te veel virusdeeltjes door. Waarschijnlijk ontbrak het aan goed geproduceerd meltblown. Wolters: „Het maakt heel erg uit waar een machine vandaan komt en hoe goed die is afgesteld. Dat bepaalt mede de dichtheid van het materiaal. Het luistert allemaal erg nauw.”

Officieel is er volgens minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) geen tekort aan kapjes voor de zorg. Toch is het kabinet voorzichtig. Medische mondkapjes van te goede kwaliteit, mogen straks niet in het ov gebruikt worden, uit angst voor een nieuw tekort in de zorg. NRC publiceerde afgelopen weekend over een kabinetsrichtlijn waarin staat dat er enkel kapjes gebruikt mogen worden die „geen persoonlijke bescherming bieden” en ook „geen CE-keurmerk mogen bevatten”.

Volgens Van der Lugt is er nu „een groot tekort aan chirurgische mondkapjes. Vandaar dat de overheid zegt dat het dragen ervan door burgers niet zal bijdragen aan het voorkomen van de verspreiding.” Dat ziet ook Afpro-bestuursvoorzitter Karel Bosschieter. „Voldoende chirurgische maskers zijn er gewoonweg niet. Iedereen wil dit materiaal hebben.”