Reportage

In het hofje een foodtruck laten komen, dat houden ze na corona erin

Reportage woonwijk In de nieuwe Maarssense woonwijk Op Buuren hebben de buren elkaar door corona beter leren kennen. Zo worden de verjaardagen er tegenwoordig gezamenlijk op straat gevierd, in een grote cirkel.

Sarah Struijk met haar kinderen op de bank voor haar huis. Buurvrouw Chantal staat op gepaste afstand te kletsen en de zoon van Chantal, Jelle, komt erbij staan.
Sarah Struijk met haar kinderen op de bank voor haar huis. Buurvrouw Chantal staat op gepaste afstand te kletsen en de zoon van Chantal, Jelle, komt erbij staan. Foto Dieuwertje Bravenboer

Ze hadden het zich ook afgevraagd hoor, of het hier nou zo gezellig wonen was. „Toen we hier gingen kijken naar een huis leek het wel uitgestorven, alsof er niemand woonde”, zegt Anneke Chen (34). Ze is met zoontje Floris (3) in een van de twee vrij toegankelijke speeltuinen van de Maarssense woonwijk Op Buuren. Verder is de speeltuin leeg, er zijn geen andere mensen in zicht. „Maar dat is maar schijn hoor, de mensen zitten in hun hofjes.”

De atmosfeer in de wijk heeft iets weg van een filmset: gestileerd, net, leeg. Langs de authentiek ogende gracht staat een tot woonhuis verbouwd pakhuis. Verderop een tot woonhuis verbouwde fabriek met hoge ramen. Om de hoek een tot woonhuis verbouwd kerkje. Maar die authentieke uitstraling is schone schijn. Op Buuren, dat zweeft tussen Maarssen en Utrecht, ziet eruit alsof het een oud dorpje is. Maar in feite is het allemaal zo goed als nieuw. In 2016 werd de 669ste en tevens laatste woning opgeleverd.

Contact met buren in coronatijd. Jorik Chen fietst met zijn zoontje het hof uit. Foto Dieuwertje Bravenboer

Op Buuren is bij uitstek een wijk van tweeverdieners. Een wijk die in normale tijden op doordeweekse dagen leeg wordt achtergelaten, wanneer de kinderen naar school en ouders naar hun werk in andere steden vertrokken zijn. Nu zit iedereen al twee maanden thuis. Zou het kunnen dat langs elkaar bewegende en levende buren plots tot meer saamhorigheid komen? Zou deze crisis een vruchtbare bodem voor burenvriendschappen kunnen betekenen?

Ons hofje

Chen woont met haar gezin in het laatste rijtje huizen dat in Op Buuren gebouwd is, ze wonen er nu zo’n vier jaar. Rinkelend zoekt ze in haar sleutelbos de juiste sleutel. Geruisloos opent zich een gigantische, zwarte, stalen poort. Daarachter ontvouwt zich wat Chen „ons hofje” noemt.

Deze hofjes, in feite grote parkeerplaatsen gevuld met opvallend veel Tesla’s en met in het midden een speeltuin, liggen in het midden van elk blok huizen. Ze zijn toegankelijk via de achtertuinen, of via „de grote of de kleine poort”. Zowel erin als eruit kan alleen met een sleutel.

Lees ook: Bij architectuurcriticus Bernard Hulsman roepen populaire retrodorpjes als Op Buuren ook weerzin op

Floris fietst vooruit, naar de speelplaats. „Eigenlijk blijft iedereen zo’n beetje in zijn eigen hofje”, zegt Chen. Het leven vindt hier plaats in de veilige en verscholen haven achter de poorten, daarom zijn de straten zo leeg. „Bij ons spelen ’s middags zo’n 35 kinderen samen, ouders pakken er dan geregeld een wijntje bij”, zegt ze. Het contact met de buren was er dus al, maar door corona is het wel versterkt – en ook wel anders geworden. „Het komt nu regelmatig voor dat we ook op een doordeweekse dag met een glas in de hand staan.”

Verderop, in een ander hofje, ervaren ze deze tijd iets minder rooskleurig. „De kinderen zien elkaar de laatste tijd zó veel dat ze opeens veel sneller ruzie krijgen”, zegt Robert Siersma (40). Ook deze straat, verstopt voor het priemende oog van toevallige bezoekers, was al vrij hecht. „Eigenlijk is ons contact nu juist minder”, zegt Karijne de Kramer (40). Ze wijst naar een in een vierkant opgestelde set van klaptafels en -banken. „Dat is onze biertafel, die hebben we als straat gekocht om aan te kunnen borrelen. Maar ja, zie daar maar die anderhalve meter afstand te houden.”

Vanochtend hebben de kinderen vanwege een verjaardag taart gegeten aan de biertafel. „Maar daar hadden we hem dus niet voor gekocht.” De verjaardag op straat is wel een nieuwe traditie die is ontstaan door de quarantainetijd, zegt De Kramer. „We hebben er al vijf gehad deze twee maanden”, voegt Siersma toe. „Vanochtend stonden we ook in een grote cirkel, iedereen met zelf meegebrachte koffie in de hand.” Niet écht gezellig.

Gelukkig wonen ze aan het water en heeft nagenoeg het hele rijtje een supboard, een soort surfplank met lange peddel, voor de deur liggen. Ze worden wel gebruikt door de kinderen, maar vooral door de moeders, die door wijkgenoten „de suppende moeders” worden genoemd. Op het water is ruimte genoeg voor wat social distancing, en dan kan het met een groepje vrouwen nog best gezellig worden.

Contact met buren in coronatijd. Jorik en Anneke Chen met hun zoontjes Abel en Floris in de achtertuin, grenzend aan het hofje. Foto Dieuwertje Bravenboer

„We hadden bedacht doppers gevuld met droge witte wijn mee te gaan nemen op onze tochtjes”, zegt De Kramer serieus. „Staand heen, zittend terug.” „Dan klopt het dus tóch dat een van de kinderen wijn had geroken in een dopper!”, roept Siersma verbaasd.

Flesje rood

Wijn lijkt de draad – rood, wit of rosé – te zijn die door de wijk meandert. Leander Struijk (39) heeft net de zoon van buurman Ron (56) een flesje rood gegeven, omdat hij zijn eerste huis heeft gekocht. Ron en zijn vrouw Chantal (53) zijn drie jaar geleden verhuisd vanuit Tienhoven, een dorp even verderop. „Daar zaten we midden in de polder, zonder buren.” Geen seconde hebben ze spijt gehad. Dan komt net een andere buurvrouw op sokken aangehupst met een bordje tiramisu. „Deze is voor jullie!” „Buren hebben is heerlijk, ook nu”, zegt Ron.

Lees ook: De L-flat in Zeist telt 728 huisnummers, wat doet corona met het flatleven?

In Chens hofje regelen ze in zekere zin ook eten voor elkaar. Elke vrijdag laten ze een foodtruck komen. „Zo eentje die normaal gesproken op festivals staat.” In de foodtruckburen-app stelt iemand een type keuken voor, wie mee wil doen kan zijn bestelling doorgeven. Elk gezin haalt en betaalt zelf en eet het in de tuin of thuis op. „Dat is echt ontstaan vanwege corona”, zegt Chen. „Maar het zou zomaar kunnen dat we het erin houden.”

„Wás het maar weer normaal”, zegt De Kramer. De gespreksstof is tussen de buren onderling wel een beetje op, concludeert ze. „Ja, een van de buurvrouwen wil als het voorbij is een anticoronafeestje met de straat organiseren, dat we eindelijk weer samen kunnen zijn.” Sorry hoor, zegt ze lachend tegen Siersma, maar dat hoeft van mij niet. „Ik heb jullie wel even genoeg gezien. Ik ga eerst op vakantie en zie jullie wel weer als ik terug ben.”