Zou de bruine korenbout er weer zijn?

De Bruine Korenbout heeft donkere vlekken bij zijn onderste vleugels.
De Bruine Korenbout heeft donkere vlekken bij zijn onderste vleugels. Foto Getty Images

Vanaf volgende week moeten ze weer vroeg op bij Bureau Stadsnatuur; dan gaat de wekker even na drieën zodat er voor zonsopkomst vleermuizen kunnen worden geteld. „De kraamkolonies zijn gebouwd, en we doen voor de geboortegolf een meting”, zegt directeur Niels de Zwarte. Voor de ecologen ging tijdens de lockdown het werk gewoon door. Het is zelfs drukker dan gewoon, het lijkt alsof alle projectontwikkelaars het zekere voor het onzekere willen nemen. „Ik heb wanhopige ontwikkelaars aan de lijn gehad: ‘ik moet nú vleermuizenonderzoek laten doen!’.”

Voor de bruine korenbout hoeven de ecologen gelukkig niet vroeg op te staan. Bij de inventarisatie van libellen die ook volgende week weer begint lopen ze een vaste route, op een vaststaand tempo, en dan tellen ze alle libellen die ze zien. Zo zijn er in heel Nederland vaste meetroutes voor vlinders en libellen. In Rotterdam liggen die in het Kralingse Bos en het Zuiderpark.

Vorig jaar zagen ze hier voor het eerst de bruine korenbout, een libellensoort die aanvankelijk zeldzaam was in Nederland, maar die met het verbeteren van de waterkwaliteit nu iets meer voorkomt. „De natuurkwaliteit was kennelijk zo goed dat je zo’n kritische soort kan verwelkomen. Dan heb je echt iets goeds gedaan als natuurbeheerder.” Van de ongeveer 60 soorten libellen die in Nederland voorkomen, zijn er 38 ook in Rotterdam te vinden.

Libellen tellen is een goede manier om te zien hoe het staat met de waterkwaliteit. Waterkwaliteit? Ja, de Korenbout leeft verreweg het grootste deel van zijn leven in het water als larve, net als alle andere libellen. Na twee jaar onder water vliegen ze dan na het zogeheten uitsluipen een paar weken rond als libellen. In het water jaagt de larve, die eruitziet als een kleine libel zonder vleugels, op watervlooien en (hele) kleine visjes.

En die naam, de bruine korenbout? „Libellen hebben vaak gekke namen, zoals glassnijder, of paardenbijter.” Het zijn snelle insectenjagers, je ziet niet waar ze op jagen en dat geeft ze iets indrukwekkends. Kennelijk dacht men vroeger dat ze met hun vleugels wonden konden toebrengen. Ze kunnen vijf tot zes centimeter lang worden en vliegen razendsnel – echt wel iets anders dan een rondrommelende hommel of een irritante vlieg.

De Korenbout werd vorig jaar aangetroffen in het Kralingse bos bij de wolvenvallei, ideaal terrein voor deze libel. Het water is niet te diep, en de larven kunnen langs de rietstengels omhoog kruipen als ze overgaan in hun gevleugelde vorm. Ze hebben structuurrijke oevers nodig, en bagger. „Daarom adviseren wij niet ieder jaar alles helemaal uit te baggeren, maar dat in delen te doen.”

Als dit jaar de bruine korenbout zich niet laat zien, kán dat betekenen dat vorig jaar de eerste generatie was, waarvan de larven nu rondzwemmen. Of dat het de libel hier toch niet beviel. „Het is heel spannend.”