Opinie

Uitleg over belastingen en dubbele nationaliteit kwam er, maar wel laat

De ombudsman

Bij mijn debuut als Haags verslaggever voor het universiteitsblad Folia, in de jaren tachtig, leerde ik de mores meteen kennen. De eerste keer dat ik op een journalist afstapte die met collega’s om een Kamerlid stond en beleefd vroeg waar het over ging, werd het bloknootje subiet dichtgeklapt. Haal je eigen quotes maar, jongen! Gelukkig kon ik bij het Kamerlid langs om dat dan maar te doen. Niet dat hij veel te vertellen had.

Het is een van de clichés over journalisten: altijd argwaan en kippendrift, nooit informatie delen of samenwerken, heel kleinzerig – al waren er altijd uitzonderingen. Het goede nieuws is: die zijn inmiddels de regel, zeker in de onderzoeksjournalistiek. Zie het daverende tegel-lichten van RTL en Trouw over praktijken van de Belastingdienst, of de samenwerking van NRC en NOS bij het onderzoek naar het Nederlandse bombardement op Hawija.

Zulke samenwerking komt vaker voor, tot in internationale uitwisseling, zoals over de Panama Papers. Dat is hard nodig, want in de wereld van big data is er in je eentje geen doorkomen meer aan. In Nederland werken freelancers ook nog samen in Investico, een stichting voor „onderzoeksjournalistiek met een diepgravend karakter”. Het belang van dat laatste is zelfs vastgelegd in het regeerakkoord van het kabinet in 2017 (net als trouwens, niet tot algehele euforie in de branche, dat van de ombudsfunctie bij media).

Maar soms heb je natuurlijk nog gewoon het nakijken.

Ook voor NRC was dat lang het geval bij de onthullingen van RTL en Trouw over de controle op toeslagen door de Belastingdienst, die uitgroeiden tot een nationaal schandaal. De jongste rimpeling in die vijver klotste maandag tegen de kade, toen de dienst op vragen van de twee media erkende dat in een ander dossier – inkomstenbelasting – dubbele nationaliteit was gebruikt als een van de criteria voor extra controle.

Explosief, omdat in het toeslagendossier al was gebleken dat met name Nederlanders met een migratie-achtergrond de dupe waren geworden, met catastrofale gevolgen. Dat maakt elk nieuw belastingnieuws nog gevoeliger.

NRC bracht dit nieuws, maar wel heel kort. Online in een alinea of vijf, op papier korter. Daarna bleef het dagen stil. Terwijl inmiddels de ophef over etnisch profileren door de media gierde.

Waarom zo onderkoeld?

Je dacht meteen: hier speelt het Watergate-syndroom, de nachtmerrie van elke journalist: achter andermans scoop aan moeten.

Dat is zowel psychologisch als ambachtelijk lastig. De beste bronnen zijn dan vaak al bezet en dat heeft de neiging zichzelf te versterken: bronnen trekken naar de eerste onthullers, mits die betrouwbaar blijken, en bedienen de rest van het journaille mondjesmaat of niet. De collega’s van Woodward en Bernstein die hun stof moesten happen, kunnen erover meepraten.

Je kon dat ook zien gebeuren bij het onderzoek van NRC en NOS naar het bombardement in Irak, waar dezelfde verslaggevers keer op keer met nieuws weten te komen. Of, langer geleden, bij het onderzoek naar misbruik in de katholieke kerk, waarbij NRC en (aanvankelijk) de Wereldomroep het voortouw hadden.

Toch lag het nu anders, want dit nieuws kwam uit een openbare brief van Financiën aan de Kamer, een hard feit.

Maar hoe hard? Tussen chefs en redacteuren die aandrongen op een stuk, kwamen allerlei vragen langs, zoals om welke nationaliteiten dit ging, of het wel etnisch profileren kon worden genoemd, wat er precies wat getoetst en of dat illegaal was. Bovendien, was het niet beter te wachten op de Autoriteit Persoons Gegevens, die al bezig is met onderzoek naar het vermoeden van etnisch profileren door de Belastingdienst?

Allemaal goede vragen, ook al omdat verwarring op de loer ligt in dit juridisch-technische doolhof. Feiten scherp stellen en wegen kost tijd. Maar toch, open vragen zijn geen reden om niet meteen stevig neer te zetten wat je al wél weet: een brief aan de Kamer met een pijnlijke „correctie” op eerdere geruststellende mededelingen, politieke ophef, en een staatssecretaris die zich op televisie uitput in excuses.

Uiteindelijk kwam zo’n artikel er alsnog, vrijdag, in de vorm van ‘vijf vragen over’. Feitelijk en informatief, zij het dus wel laat.

Het stuk legde uit wat de Belastingdienst wel en niet heeft erkend, wat de regels zijn en wat nog onbekend is (vrij veel, blijkt ook uit de brief van Financiën). Overigens had de Belastingdienst in het verleden al eens gezegd dat met nationaliteiten werd getoetst, aldus het stuk. Een woordvoerder zei vorig jaar tegen de krant dat nationaliteit werd gebruikt in ‘automatische risico-selectie’. Maar dat doet niet af aan de nieuwswaarde van de pijnlijke correcties die deze week kwamen.

Dat de hele zaak explosief blijft, bleek overigens ook vrijdag, uit een interview met de Nationale Ombudsman. Die wist al stellig dat etnisch profileren in alle lagen van de overheid voorkomt en dat het „gaat via algoritmen”. Hier opent zich opnieuw de byzantijnse wereld van data mining, met mogelijkheden en wenselijkheden die in de hoofdstraat een duel uitvechten. Daar zal dus nog veel meer nader onderzoek naar gedaan moeten worden.

Ook al omdat NRC op dit front een naam heeft hoog te houden. In een eerdere fase was de krant zelf vaandeldrager in het doorlichten van de Belastingdienst. Joep Dohmen schreef in 2007 een geruchtmakend drieluik over de interne chaos en reorganisaties bij de dienst. Trouwens, ook goed voor het geheugen: dat was toen de Tweede Kamer, die nu klaagt over te veel toezicht, klaagde over te weinig toezicht en aandrong op scherpere controles.

Niet alleen in de journalistiek is het elke dag een nieuwe wereld.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.