Opinie

Minister Bijleveld heeft het in haar verantwoording opnieuw laten afweten

Bombardement op Hawija

Commentaar

Wederom heeft minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) zich in de Tweede Kamer door een debat weten te worstelen. Want worstelen was het, toen zij zich afgelopen donderdag voor de vierde keer binnen een half jaar moest verantwoorden tegenover het parlement. Het ging opnieuw om de gebrekkige informatieverschaffing over de uit de hand gelopen luchtaanval in 2015 door een Nederlandse F16 boven het Iraakse Hawija. Een krappe meerderheid verwierp na acht uur debat een motie van wantrouwen tegen haar.

De minister kan dus blijven. Maar de twijfels blijven ook. Bijleveld heeft zich in haar zoveelste herkansing niet laten zien als een daadkrachtig minister die voor eens en voor altijd orde op zaken gaat stellen. Integendeel, haar verdediging was aarzelend en warrig en daarmee ronduit zwak. Om in lijn met de portefeuille van de minister te blijven: daarmee wordt de oorlog niet gewonnen.

Zij toonde de deemoedigheid die zij in november – toen de Tweede Kamer haar voor het eerst om opheldering vroeg over de verzwegen burgerdoden bij het bombardement – pas onder druk kon opbrengen. In de periode daarna moest ze nog een paar keer erkennen de Kamer niet goed te hebben geïnformeerd. Dit telkens na publicaties van NRC en NOS. Met andere woorden: er was geen sprake van een proactieve maar van een uitermate reactieve minister.

Het is een houding die des te kwalijker is naarmate duidelijker wordt dat de fatale gevolgen van de aanval op de bommenfabriek van IS in Hawija niet helemaal als verrassing kwamen. Dat er een woonwijk lag naast het aan te vallen doel, was bekend. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft in de aanloopfase gewaarschuwd voor de risico’s van nevenschade. In het althans op papier zorgvuldige voorbereidingsproces is ergens een cruciale inschattingsfout gemaakt.

Waar precies blijft onduidelijk. Verwacht had mogen worden dat Nederland als betrokken land alles op alles had gezet om uit te zoeken waarom het zo ontzettend misging. Het tegendeel was het geval. Tot november vorig jaar werd zelfs ontkend dat bij de aanval op Hawija zeventig burgerdoden waren gevallen.

Verzoeken van journalisten om verduidelijking zijn door de jaren heen stelselmatig getraineerd. Het aantal van zeventig was in de woorden van premier Rutte slechts „een gerucht”. Dat de Tweede Kamer nu in een motie heeft gevraagd om een onderzoek door de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de precieze gang van zaken, illustreert de passiviteit van het ministerie van Defensie. Overigens is het de vraag of de Onderzoeksraad hiervoor de geëigende instantie is.

Voor alle duidelijkheid: bij de kwestie Hawija gaat het niet om de militairen die vijf jaar geleden het bombardement hebben uitgevoerd. Evenmin gaat het om de actie als zodanig. Het is al vaker opgemerkt: een schone oorlog is een illusie. Nederland is indertijd met reden en met instemming van een groot deel van het parlement toegetreden tot de internationale coalitie die in actie kwam tegen de door een nihilistische ideologie gedreven strijders van de Islamitische Staat.

Het optreden van een groot aantal landen tegen IS heeft effect gehad. De dood en verderf zaaiende organisatie is aanzienlijk teruggedreven, hoewel nog niet uitgeschakeld. De luchtaanval boven Hawija was een van de vele. Het vernietigen van de bommenfabriek heeft ondanks zijn onfortuinlijke afloop waarschijnlijk veel toekomstige slachtoffers voorkomen.

Maar dit mag geen reden zijn voor het marchanderen met het afleggen van verantwoording en de daarbij behorende transparantie. Integendeel. De strijd tegen IS is de strijd voor de rechtsstaat. Niet voor niets staat het opkomen voor de internationale rechtsorde als artikel opgenomen in de Nederlandse grondwet. Daar horen regels en afspraken bij die deze rechtsorde tot uitdrukking brengen.

De luchtoperaties boven Irak en Syrië van de internationale coalitie kenden allerhande procedures die moesten zorgen voor een nauwkeurige afweging in de militaire confrontatie. Deze dienden bijvoorbeeld nevenschade bij acties zoveel mogelijk te voorkomen. Het maakte als het ware het verschil uit tussen het opereren van ‘zij’ en ‘wij’. Juist daarom moeten fouten worden erkend en uitgezocht.

De pas in 2017 aangetreden Bijleveld kreeg de ‘rotzooi’ ook maar uit de erfenis van haar voorganger. Die volle verantwoordelijkheid volgt uit het staatsrechtelijke systeem. Niet gehinderd door een op dit punt eigen verleden had juist zij klaarheid kunnen scheppen. Het kan Bijleveld worden aangetekend dit te hebben nagelaten. Met als gevolg de voor Nederland beschamende nasleep.