Bestuur Jehova’s Getuigen: ‘We worden afgeschilderd als een paradijs voor pedofielen’

Jehova’s Getuigen Het is een zwaar jaar voor de Nederlandse Jehova’s Getuigen. Er lopen twee rechtszaken rond seksueel misbruik en dan is er ook nog het coronavirus. Is de eindtijd nu echt begonnen?

Hoofdkantoor van de Jehova’s Getuigen in Emmen. Hier wonen ook ongeveer 140 gemeenteleden, om godsdienstig te leven en te werken.
Hoofdkantoor van de Jehova’s Getuigen in Emmen. Hier wonen ook ongeveer 140 gemeenteleden, om godsdienstig te leven en te werken. Foto Sake Elzinga

Het doet Jehovah pijn als zijn aanbidders onrechtvaardig worden behandeld. Hij garandeert dat het recht zal zegevieren.

Uit De Wachttoren, mei 2019

De receptie wordt vandaag geleid door Sara Korten, die in een zwarte kokerrok en gele satijnen blouse naast de balie staat te wachten. „Wat leuk! Kom verder.” Michael van Ling, in een stemmig pak, wacht even verderop, achter de automatische schuifdeur. Hij klapt verheugd in zijn handen. „Welkom!”

„We zijn heel blij dat jullie er zijn”, zegt Van Ling nadat Sara Korten de thee heeft ingeschonken. Hij wil het meteen kwijt: er zijn misverstanden over Jehova’s Getuigen. Om maar een voorbeeld te noemen: „We denken helemaal niet dat we de enigen zijn die gered worden in de eindtijd.” Ook voor mensen die niet weten dat ze Jehova’s Getuigen kunnen worden, maar zich toch aan de ‘spelregels’ houden, staat de poort naar het eeuwige leven open. „Soms wordt gedaan alsof wij geen aarding hebben in de maatschappij”, zegt Van Ling.

Michael van Ling, landelijk bestuurslid van de Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen in Nederland, heeft alle reden om zich zo verdedigend op te stellen. De geloofsgemeenschap, met ongeveer 30.000 aanhangers in Nederland, ligt onder vuur na meldingen van seksueel misbruik. Er loopt een strafrechtelijk onderzoek tegen negen (oud-)leden. Parallel daaraan verscheen in januari een onderzoeksrapport van de Universiteit Utrecht, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Lees ook: ‘Tijdens de kerkdienst stak hij zijn vingers onder mijn rok’

De inhoud was schokkend: honderden mensen binnen de Nederlandse gemeenschap van Jehova’s Getuigen deden melding van misbruik in hun kinderjaren, en dit werd niet altijd gemeld bij de politie. Er was geen adequate hulp voor de slachtoffers, daders werden door een intern rechtssysteem berecht. Het bestuur van Jehova’s Getuigen probeerde de publicatie van het onderzoek tegen te houden met een kort geding, maar de rechter stelde ze in het ongelijk. In april gingen hun advocaten opnieuw naar de rechtbank, dit keer om te protesteren tegen politie-invallen in hun panden en kerkgebouwen. Ook toen kregen ze nul op het rekest: vorige week vrijdag verwierp de rechtbank in Zwolle hun aanklacht.

Op deze dinsdag in februari is het coronavirus nog ver weg. Michael van Ling zit in zijn werkkamer in het hoofdkantoor van de Jehova’s Getuigen Nederland. Hij woont hier ook, samen met zijn vrouw en 140 andere volgelingen. Het bakstenen gebouw aan de rand van Emmen heeft veel weg van een modern klooster.

De meeste leden van de geloofsgemeenschap wonen gewoon op zichzelf, verspreid door het land; ze hebben normale banen, hun kinderen gaan naar normale scholen. Hier in Emmen trekken de meest toegewijden zich terug om godsdienstig te leven en te werken. Ze leggen een gelofte van armoede af en krijgen maandelijks een paar tientjes ‘zakgeld’.

Veel mensen die hier wonen hadden eerst een „wereldse baan”, zegt Van Ling. „Hier werk je vrijwillig voor de gemeenschap.” Bijvoorbeeld in de keuken, of de wasserij. Van Ling houdt zich als bestuurslid vooral bezig met de communicatie. Zijn vrouw werkt op de financiële afdeling.

Aan de achterkant van het gebouw zijn tientallen tweekamerappartementen, elk ongeveer dertig vierkante meter. In Michaels huiskamer hangt een groot zeil met daarop een foto van het Amsterdamse centrum. „Mijn favoriete stad.”

Je leert hier nieuwe dingen over jezelf, zegt Sara Korten. „Ik ben bijvoorbeeld ongeduldig.” Ze vertelt dat ze een afwasmachine in haar keukentje wilde toen ze zes jaar geleden met haar man in Emmen kwam wonen – ze moest eerst toestemming vragen aan de leiding. Hiervoor bezat ze een koopwoning in Veendam van meer dan honderd vierkante meter.

De geloofsstroming ontstond in de negentiende eeuw uit ontevredenheid over de christelijke kerk. In de Verenigde Staten was het mode om zelf de Bijbel te bestuderen en te interpreteren. De Amerikaan Charles Taze Russell richtte in die tijd een eigen Bijbelstudieklas op. In 1879 begon hij het tijdschrift waar nog steeds Bijbelstudies in worden gepubliceerd: De Wachttoren.

Jehova’s doen zo vaak mogelijk velddienst. Daar komt het clichébeeld van de Jehova met de voet tussen de deur vandaan: langs de huizen om te praten over het geloof en het naderende einde van de wereld, dat te vermijden is door te leven volgens hun regels. „We gunnen andere mensen ook een goede toekomst”, zegt Sara Korten.

Ja! Jehovah’s Getuigen beseffen dat deze wereld binnenkort aan haar eind komt. Daarom doen ze alles wat ze kunnen om te leven naar Jezus’ woorden: ‘Dit goede nieuws van het Koninkrijk zal op de hele bewoonde aarde worden gepredikt als een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen’.

Uit De Wachttoren, februari 2020

Die regels zijn strikt en traditioneel. Wie ze niet na wil leven, wordt geweerd. Geen seks voor het huwelijk, niet vreemdgaan, geen bloedtransfusies of cadeaus met verjaardagen, niet roken, geen relatie met iemand van hetzelfde geslacht.

Van Ling: „We zeggen niet dat iemand die gevoelens niet kan hebben. Maar het moet beheerst worden. We begrijpen dat het in deze maatschappij één van de dingen is waar je een beetje mee afsteekt. Besef: dat is nú. Niet zo heel lang geleden werd het veel breder gedragen. Terwijl anderen een beetje water bij de wijn doen en zich aanpassen, blijven wij consequent.”

Door de ogen van een getuige van Jehova staat de wereld er belabberd voor – ook al vóór de coronacrisis. „Ik weet niet wat God van plan was toen hij de eerste mensen in die mooie tuin neerzette”, zegt Michael van Ling, „maar hoe we nu leven, is volgens mij ver verwijderd van hoe God het bedoeld zou hebben. Er was in die tuin geen ziekte, er waren geen oorlogen, geen natuurrampen. Niemand hoefde zich zorgen te maken over stikstofbeleid, over gaten in de ozon of over allerlei andere dingen waar we nu wel mee te maken hebben.”

Hij gaat regelmatig „de deuren langs”. Vorige week nog: twee uurtjes aanbellen in Groningen. Leuk, zegt Van Ling stralend, want Groningen is een studentenstad. „Alleen al de simpele vraag: Denk jij dat de Bijbel wetenschappelijk nauwkeurig is? Die is heel erg leuk om met een student te bespreken.” De deur wordt vaak snel dichtgegooid, maar echte agressie maakt hij zelden mee. Ook niet na alle publiciteit rond seksueel misbruik. „Eén meneer zei: ‘Probeer het eerst bij jullie zelf maar eens op orde te krijgen.’”

De omvang van kindermisbruik is een duidelijk bewijs dat we in de laatste dagen leven, een tijd waarin velen ‘geen natuurlijke genegenheid hebben’ en ‘slechte mensen en bedriegers van kwaad tot erger vervallen’ (..) Satans tactieken zijn echt doortrapt en het is droevig als mensen doen wat Satan wil. Maar Jehovah is veel sterker dan Satan en zijn dienaren.

Uit De Wachttoren, mei 2019

De Koninkrijkszaal van het hoofdkantoor van de Jehova’s Getuigen in Emmen. Foto Sake Elzinga

Van Ling zit in zijn maag met het onderzoek naar seksueel misbruik. „We worden afgeschilderd als een paradijs voor pedofielen. Dat vind ik echt walgelijk. We zeggen niet dat alles bij ons goed gegaan is. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt. Ook wij zijn niet onfeilbaar. De hele maatschappij heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een verbetering moeten doorvoeren, wij ook. Maar je moet ons afrekenen op wat we nú doen. We proberen er alles aan te doen om misbruik te voorkomen en slachtoffers te helpen.”

Van Ling nam deel aan de „indringende” gesprekken die het bestuur dit voorjaar met minister Sander Dekker (rechtsbescherming, VVD) voerde. Dekker was „geschrokken” van het rapport naar seksueel misbruik en onderzoekt de mogelijkheid om een meldplicht verplicht te stellen. „Als die er komt, zijn wij de eersten die ermee gaan werken”, zegt Van Ling ferm. Maar zo’n meldplicht zou niet alleen moeten gelden voor Jehova’s Getuigen. Dat is discriminerend, vindt hij. „Dan doe je alsof het probleem bij ons veel groter zou zijn dan bij sportclubs en dat wil ik betwisten.”

Het verschil is dat slachtoffers van misbruik bij een voetbalclub meestal naar de politie stappen. Bij de Jehova’s Getuigen werden meldingen vaak intern afgehandeld.

„Allemaal onzin”, zegt Van Ling. Hoe het wél zit, legt hij graag uit. Hij pakt er een Wachttoren bij en bladert naar ‘Studie-artikel 20’: Troost voor slachtoffers van misbruik. „Kijk, een heel hoofdstuk over hoe we hiermee om moeten gaan.” Op een van de illustraties bij het artikel slaat een oudere vrouw haar arm om een jonge vrouw. Onderschrift: „Rijpe zusters kunnen vaak heel goed troost bieden”. Van Ling: „Wat bedoeld wordt, is: praat erover met een rijpere vrouw, iemand met ervaring. Of zeg iets tegen een ouderling in een brief als je wilt.” Bij een andere illustratie staat: „We kunnen steun geven door geduldig te luisteren, vurig te bidden en vertroostende woorden te kiezen.”

Nergens: schakel de politie in. „Zo zou het wel moeten zijn”, zegt Van Ling. „Ga naar de politie. Natuurlijk.”

In de honderden verhalen die de stichting Reclaimed Voices, het meldpunt voor slachtoffers van misbruik bij Jehovah’s Getuigen, verzamelde, zitten veel overeenkomsten. Het slachtoffer wordt volgens de getuigenissen onder druk gezet om niet over het misbruik te praten, er wordt geen professionele hulp gezocht en het is het woord van het slachtoffer tegen dat van de dader. Het ligt in Jehova’s handen, zeggen de ouderlingen. Zij gaan met de vermeende dader praten na een melding van misbruik. Toont die geen berouw, dan volgt uitsluiting en moet de dader de kerk verlaten. Toont hij wel berouw, dan is hij terug op het rechte pad en wordt de zaak gesloten. De naam van de dader wordt op een papier geschreven en samen met het verhaal in een envelop gestopt. Van Ling: „We willen voorkomen dat een dader van Emmen naar Samoa gaat en daar mooi weer speelt. Ook als hij is vrijgesproken door de rechter of zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten, gaat er van ons een briefje naar zijn nieuwe gemeente: de kinderen moeten bij meneer Janssen uit de buurt blijven.”

Het was de politie onder andere om deze papieren te doen toen agenten op 19 november 2018 invallen deden in vier huizen van ouderlingen en in het hoofdkantoor in Emmen. Rond het middaguur stonden dertig agenten onaangekondigd aan de balie, vertelt Van Ling. „Sommigen droegen wapens en kogelvrije vesten. Ze dachten dat we stapels dikke dossiers hadden over de slachtoffers van misbruik, maar dat houden we helemaal niet bij. We hadden alleen een paar A4’tjes. Ze hebben het hele gebouw ondersteboven gekeerd.”

Van Ling en zijn medegelovigen mochten hun telefoons niet gebruiken tijdens de zes uur durende doorzoeking. Ze moesten zoveel mogelijk op hun plek blijven zitten. Het hakte erin. „De jonge dames bij de receptie hebben een traantje gelaten en de nacht erna niet geslapen. We zijn schandalig behandeld terwijl we niet worden verdacht.”

Van Ling heeft het College van procureurs-generaal meerdere keren gevraagd om een „redelijk gesprek” over de gebeurtenissen, die volgens hem „schendingen” waren. Maar het ongebruikelijke verzoek werd herhaaldelijk afgewezen. Daarom diende zijn organisatie een klaagschrift in bij de rechter. Ouderlingen vallen onder het verschoningsrecht, stelde hun advocaat, en hoeven een geheim dat in vertrouwen is verteld dus niet zomaar prijs te geven. De rechtbank ging er niet in mee. Een geheim blijft niet per se geheim binnen de religieuze gemeenschap, luidde het oordeel. Meldingen van seksueel misbruik worden vaak door een intern comité van ouderlingen onderzocht, dat bepaalt wat er met de vermeende dader moet gebeuren.

Van Ling had in de rechtbank gehoopt op „een soort excuses”. Hij heeft de indruk dat Jehova’s Getuigen de afgelopen jaren steeds meer onder een vergrootglas komen te liggen. „We voelen ons in een hoek gedrukt.” Ook in andere landen moeten Jehova’s vaker voor de rechter verschijnen of worden ze opgepakt, zoals in Rusland. Religie is in een ander daglicht komen te staan, denkt Van Ling. „Scheiding tussen kerk en staat begrijpen mensen niet meer, lijkt wel.”

Hij is gelaten onder de toenemende druk van de overheid. „Ik heb de wetten niet gemaakt, maar we willen ons er wel aan houden.”

Het verbaast ons niet dat er nu in de wereld een epidemie heerst. We leven in het laatste deel van de laatste dagen, ongetwijfeld het laatste deel van het laatste deel van de laatste dagen vlak voor de laatste dag van de laatste dagen.

Uit een video-toespraak van het Besturend Lichaam, de leiding van de wereldwijde organisatie van Jehovah’s Getuigen