Staatssecreatis van Financiën Hans Vijlbrief (D66).

Foto David van Dam

Vijlbrief: ‘Bedrijf dat zich fiscaal niet netjes gedraagt, krijgt niet zomaar steun’

Interview De nieuwe staatssecretaris Hans Vijlbrief pleit voor harde fiscale voorwaarden als bedrijven om staatssteun vragen. „De mensen pikken het niet meer.”

In de week dat de eerste staatssecretaris van Financiën in de toeslagenaffaire werd gezogen – waarvoor kort geleden juist een aparte tweede staatssecretaris werd benoemd – is Hans Vijlbrief (D66) vooral druk aan het puzzelen op de vraag: hoe kan Nederland in de huidige crisis tot een rechtvaardigere belastinginning komen?

Vijlbrief is belast met de fiscale maatregelen die de coronacrisis voor het bedrijfsleven wat moeten verzachten. De generieke uitstelmogelijkheid van betaling van belastingen voor bedrijven en zelfstandig ondernemers is daarvan de meest ingrijpende.

Dit zal volgens een voorzichtige inschatting tot een belastingderving leiden van 35 tot 45 miljard euro dit jaar. Aanvankelijk hoopte het kabinet dat dit een tijdelijk verlies was. Als de lockdown maar drie maanden zou duren, zou de economie zich daarna weer herstellen en zouden al die bedrijven alsnog hun belastingverplichtingen kunnen voldoen. Maar die inschatting is nu achterhaald.

Het einde van de coronacrisis is na drie maanden nog lang niet in zicht. Er komt een tweede economisch steunpakket aan. Hoe denkt u nu over het verlies aan belastinginkomsten?

„Er komt natuurlijk derving aan. Er zitten bedrijven tussen die ergens onderweg failliet zullen gaan. Daar valt dan weinig meer te halen.”

Hoe hoog schat u die schade in?

„Dat is op dit moment nog niet in te schatten. We zullen er richting Prinsjesdag wel enige helderheid over zien te krijgen.”

‘Het kan niet zo zijn dat bedrijven in goede tijden bewust geen belasting willen betalen, en in slechte tijden bij de overheid aankloppen.

Hans Vijlbrief staatssecretaris van Financiën

Voor het tweede steunpakket gelden straks aanvullende voorwaarden voor bedrijven die hier gebruik van maken, zoals rond dividend en bonussen. Komen er uit uw koker ook strenge fiscale voorwaarden, zoals de Tweede Kamer wil en in Denemarken al is aangekondigd?

„Ik ben het eens met veel partijen in de Kamer. Het kan niet zo zijn dat bedrijven in goede tijden bewust geen belasting willen betalen, en in slechte tijden bij de overheid aankloppen. Dus als grote ondernemingen om individuele steun komen vragen, en we hebben aantoonbaar indicaties van fiscaal gedrag dat niet door de beugel kan, dan zullen we een aantal eisen willen stellen. Dat gaat dan niet om de generieke NOW-regeling, maar als bedrijven los daarvan bij ons aankloppen. ”

Over welk fiscaal gedrag hebt u het dan en welke eisen?

„We bekijken of we bij grotere internationaal opererende bedrijven de voorwaarde kunnen stellen dat ze niet in een land met een te laag belastingtarief aanwezig zijn. Dat is een harde eis, ja, waarvan we nog onderzoeken hoe die er precies uit moet zien. We kijken daarbij ook naar hoe men dit in Denemarken uitwerkt. Het zal best lastig zijn, maar als dit juridisch kan, moeten we het proberen.”

Geldt dit voor buitenlandse multinationals die dit soort constructies juist via Nederland hebben opgetuigd, als Ikea en Booking.com?

„Natuurlijk.”

Gaat u deze voorwaarden vooraf al stellen? Een bedrijf met een ongewenste fiscale constructie krijgt geen steun?

„Ook dat zal lastig zijn. Ik denk meer aan het model dat we bij de redding van de banken hebben gehanteerd. Daar werden gaandeweg de eisen verscherpt, op het gebied van bonussen bijvoorbeeld: die waren aanvankelijk ook gewoon toegestaan. Ook het idee van een bail-in, waarbij ook andere crediteuren gingen meebetalen aan een redding, kwam pas later in werking, zoals bij SNS Reaal en binnen de eurozone bij Cyprus.”

Lees ook dit profiel van Hans Vijlbrief toen hij nog topambtenaar was

Betekent dit ook dat u verdere voorwaarden gaat stellen aan de zogeheten ‘rulings’, dus de gunstige fiscale afspraken die multinationals met de Nederlandse Belastingdienst kunnen maken?

„Nee, het gaat me om fiscale constructies in landen met een laag vpb-tarief: van lager dan 9 procent. Een ruling is overigens niets meer en minder dan duidelijkheid over hoeveel belasting je moet betalen aan de hand van bestaande fiscale wetgeving. Dus als je iets extra’s wilt doen, moet je kijken naar die wetgeving, en dat doe ik ook.”

Waarom?

„Het is juist nu extra belangrijk om belastingontwijking verder aan te pakken. Ik vermoed dat mensen het op een gegeven moment niet meer pikken dat een bepaalde groep bedrijven méér mogelijkheden heeft om hun belastingdruk te verlagen dan andere. En dan wel bij ons, de belastingbetalers, om hulp komen vragen.”

Hoe gaat dat er concreet uitzien?

„Onlangs verscheen het rapport van de commissie-Ter Haar. Die vond allerlei mogelijkheden binnen de vennootschapsbelasting om grote bedrijven zwaarder te belasten. En Ter Haar stelt voor om renteaftrek op vreemd vermogen verder te beperken. Dat onderzoek was besteld vanuit onverwachte hoek: de fracties van VVD en CDA. Het kabinet moet er nog officieel op reageren, maar ik ben wel van plan hier serieus iets mee te doen. Dat zal in de zomer zijn, op tijd voor het Belastingplan van volgend jaar.”

Nederland heeft in het buitenland nog altijd de reputatie een belastingparadijs te zijn. Is dit dan een geloofwaardig verhaal?

„Ik kijk daar zakelijk en economisch naar. Nederland gaat er niet op vooruit als je fiscale constructies te veel toestaat, of veel verder gaat dan andere landen. Dat is gewoon niet goed voor onze internationale onderhandelingspositie. Ik weet uit de ervaring van mijn vorige functie [bij de eurogroep in Brussel] dat het niet fijn is om een land te vertegenwoordigen waar andere landen naar kijken alsof je op een zwarte lijst zou moeten staan. Of je het daar nu mee eens bent of niet: dat is gewoon niet goed voor het business model Nederland.”

Bent u dan niet ook voor een minimum tarief voor winstbelasting binnen bijvoorbeeld de EU?

„Internationaal gezien is er sprake van een race to the bottom in de winstbelasting. Dat ziet iedereen. Dat kun je alleen gecoördineerd aanpakken. Hoe je dat doet – met een minimum tarief of met andere afspraken – dat is mij om het even. Je kunt je daaraan natuurlijk onttrekken, maar dan komt Nederland in dat vakje terecht dat ik niet wil. Dat is niet aantrekkelijk. Daar komt bij dat het draagvlak voor het bedrijfsleven in eigen land ook van groot belang is.”