Plakstrip tegen eikenprocessierups doet meer kwaad dan goed

Ophef Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap. Deze week opnieuw de eikenprocessierupsbestrijding.

Brandharen van de eikenprocessierups. Opname gemaakt met een elektronenmicroscoop.
Brandharen van de eikenprocessierups. Opname gemaakt met een elektronenmicroscoop. Foto MASER Engineering B.V.

Een grote bonte specht, met de vleugels vastgelijmd aan een boom. Een dode vleermuis op een plakstrip tussen tientallen insecten. Foto’s die deze week gepubliceerd werden in het Dagblad van het Noorden laten zien dat lijmbanden tegen eikenprocessierupsen onbedoeld veel andere slachtoffers maken. Volgens entomoloog Silvia Hellingman hebben de plakstrips bovendien een averechts effect: ze kunnen juist leiden tot de verspreiding van meer brandharen.

Eerder berichtten we in deze rubriek al over de nadelige gevolgen van het bestrijdingsmiddel Vertimec en van biologische bacteriepreparaten. Die werden door sommige gemeenten ingezet om de eikenprocessierupsoverlast tegen te gaan. Het bevestigen van plakstrips rond eiken gebeurt vooral op eigen initiatief van particulieren.

Enorme bijvangst

De achterliggende gedachte lijkt simpel: eikenprocessierupsen die over de stam van een eik marcheren komen vast te zitten op de lijm en kunnen dan geen kant meer op. Maar datzelfde geldt óók voor allerhande nuttige insecten, én voor vogels en vleermuizen die op die insecten afkomen, zegt Hellingman, die zelf al jaren onderzoek doet naar natuurvriendelijke bestrijding van de eikenprocessierups: „De bijvangst is enorm.” En bovendien is de methode dus niet effectief, legt ze uit. De rupsen lopen achter elkaar aan over de boomstam. Zodra de voorste rups op de lijmband belandt, raakt de processie verstoord. „Omdat de leider in nood is, zullen de rupsen als verdedigingsmechanisme hun brandharen massaal loslaten.” En juist die brandharen kunnen bij mensen onder meer voor jeukende bultjes, blaasjes en kortademigheid zorgen. Vanaf half mei zijn eikenprocessierupsen volgroeid en kan ook de overlast van brandharen weer toenemen.

Net als De Vlinderstichting pleit Hellingman voor natuurlijke bestrijding, met onder meer koolmezen, vleermuizen en sluipwespen. Daarvoor is een groene omgeving met gevarieerde boomaanplant, bloemrijke bermen en nestkasten van belang.

Met de specht is het overigens goed afgelopen. In het Dagblad van het Noorden komt ook (anoniem) de inwoner uit Assen aan het woord die de vogel op zijn lijmband vond. Hij had de strip bevestigd als ‘ecologische methode’ om rupsen uit zijn fruitbomen te houden. Toen hij de specht ontdekte, heeft hij het dier veertje voor veertje losgemaakt, met werkhandschoenen aan. Voor de vleermuis kwam redding te laat.