Laattaarts – de aantrekkingskracht van achterstevorentaal

Taal Straattaal verandert voortdurend. Het is een spel met woorden dat overal enthousiast beoefend wordt. ‘Man needs to calm down!’

Van links naar rechts: Tangtang (16), Nurzat (16), Jlacheng (16) and Jingjing (18), skateboarders in het Donghupark in de stad Donghu, in de Chinese provincie Xinjiang.
Van links naar rechts: Tangtang (16), Nurzat (16), Jlacheng (16) and Jingjing (18), skateboarders in het Donghupark in de stad Donghu, in de Chinese provincie Xinjiang. Foto Joel Nieminen

Straattaal

Nederland is de afgelopen dertig jaar vertrouwd geraakt met ‘straattaal’. In buurten waar veel immigranten en kinderen van immigranten wonen, gebeurt het soms dat in het Nederlands dat onder elkaar (‘op straat’) gesproken wordt, allerlei woorden uit andere talen gebruikt worden. Surinaamse woorden, Marokkaanse woorden, Engels... Ook worden er woorden verhaspeld. Ze worden bijvoorbeeld achterstevoren uitgesproken.

Het is een spel met taal, dat binnen bepaalde groepen jongeren gespeeld wordt. Iets wat je doet om erbij te horen, en soms ook om onverstaanbaar te zijn voor buitenstaanders.

Straattaal kent allerlei gradaties, varieert van stad tot stad, en verandert voortdurend. Een voorbeeld uit Rotterdam, uit 2007, is: ‘Hé sma, warr gha jai?’ Sma is ‘meisje’ en komt uit het Surinaams. ‘Warr gha jai?’ is een grammaticale verhaspeling van ‘Waar ga je heen?’

Een recenter voorbeeld (2017), uit de Bijlmer, is: ‘Zulke amsen gaan blij al hun matties gezze als je ze flots.’ Wat schijnt te betekenen: ‘Zulke meisjes gaan het blij aan al hun vrienden vertellen als je ze neukt.’ In dit zinnetje gebeurt van alles. Ams is sma (‘meisje’), maar dan achterstevoren uitgesproken. Mattie (‘vriend’) komt uit het Surinaams, maar lijkt ook op het Nederlandse maat. Gezze is een omdraaiing van zegge(n). Flotsen is een fantasiewoord voor ‘neuken’. Tot slot zal het de oplettende lezer misschien zijn opgevallen dat het niet ‘als je ze flotst’ is, maar: ‘als je ze flots’, zonder t. Ook dat is een grammaticale verhaspeling.

Straattaal is een spel met woorden dat niet alleen in Nederland enthousiast beoefend wordt, maar ook elders in de wereld. Overal waar jonge mensen met meerdere talen in aanraking komen, kán zoiets ontstaan.

Inmiddels zijn er wereldwijd tientallen straattalen beschreven. Voor de taalonderzoekers die dat doen, is dat soms een lastige klus. De informanten doen er meestal vrij geheimzinnig over. Dat hoort bij het spel. En al die straattalen zijn vluchtig en modieus: ze kunnen heel snel veranderen, want er is een voortdurende behoefte aan nieuwe woorden. Als je dat als onderzoeker probeert op te tekenen, loop je het gevaar dat wat je hebt opgetekend al weer achterhaald is als je erover publiceert.

Een achterstevorentaal

DJ San (19) uit Xi’an, China. Foto Joel Nieminen

In Malang, een stad op Java met één miljoen inwoners, wordt een lokale variant van het Javaans gecultiveerd waarin een heleboel woorden achterstevoren worden uitgesproken. Ze zeggen daar niet sekolah (‘school’) maar halokes. Ze rijden daar niet in een mobil (‘auto’), maar in een libom. En ze doen niet aan sek (‘seks’), maar aan kes.

Deze taalvariant zou in de jaren veertig, tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, ontstaan zijn, als een geheimtaal van Indonesische vrijheidsstrijders die onverstaanbaar wilden zijn voor Nederlanders. Na de oorlog is deze ‘manier van praten’ in Malang langzaam mainstream geworden, uitgegroeid tot een soort stadsdialect, dat gekoesterd wordt. Ze noemen het Boso Walikan (Javaans voor: Achterstevoren Taal), of ook wel – achterstevoren uitgesproken – Osob Kiwalan.

Het aantrekkelijke van woorden achterstevoren uitspreken is dat ze daarmee meteen onherkenbaar worden. Kijk maar hoe dat in het Nederlands zou uitpakken: een moord zou een droom worden, een vriend een dnierf, zeggen wordt gezzen, een pik wordt een kip, etcetera.

Achterstevorentaal kom je op allerlei plekken in de wereld tegen. Vrij bekend is het Verlan, een variant van het Frans waarin de volgorde van de lettergrepen wordt omgedraaid. L’envers (‘het omgekeerde’) wordt dan verlan. Bizarre (‘bizar’) wordt zarbi. Soms wordt zo’n omkering een beetje aangepast, om het makkelijker uitspreekbaar te maken, of lekkerder te laten klinken. Femme (‘vrouw’) werd zo meuf in plaats van maf, flic (‘agent’) werd keuf in plaats van kielf.

In het Boso Walikan verschuift met het achterstevoren uitspreken van een woord soms ook de betekenis van dat woord. Ramalek, een omdraaiing plus verhaspeling van het (Nederlandse) makelaar, betekent: ‘pooier’. Bojo (‘echtgenote’) betekent in omgekeerde vorm (ojob): ‘vriendinnetje’. Draai je sehat (‘gezond’) om, dan krijg je tahes, en dat is: ‘sexy’. En het omgekeerde van keluar (‘naar buiten gaan’), raulek, betekent: ‘klaarkomen’.

In 90 procent van de gevallen gaat het om exact achterstevoren uitspreken. In de overige 10 procent is het (bijvoorbeeld bij ramalek) een combinatie van omdraaien en anderszins verhaspelen, dus minder voorspelbaar. En ook dat hoort bij zo’n straattaal: een deel van de woordenschat mag niet voorspelbaar zijn en is alleen bekend bij de ingewijden.

Een nieuw persoonlijk voornaamwoord

BMX’er Sumit (21) uit Nepal. Foto Joel Nieminen

In ‘Multicultural London English’, de straattaal van Londen, kom je het woordje man tegen in dit soort zinnen: ‘Man’s got arrested.’ ‘Man’s getting emotional.’ ‘Where’s man going?’

Taalkundigen zijn hier nogal opgewonden over. Ze zijn getuige van iets heel zeldzaams: het ontstaan van een nieuw persoonlijk voornaamwoord.

In 2013 werd dit verschijnsel voor het eerst opgemerkt. Man zou een nieuwe vorm van ‘ik’ zijn. Voorbeeld: ‘I don’t really mind how my girl looks, if she looks decent or not, I don’t care, it’s her personality man’s looking at.’ ‘Míj gaat het om haar persóónlijkheid.’ Nog een voorbeeldje: ‘Can you try and help man out?’ ‘Kun je me helpen?’

Maar het grappige is dat man ook ‘jij’ en ‘hij’ kan betekenen. Je kunt tegen iemand zeggen: ‘Man needs to calm down!’ (‘Je moet effe rustig doen!’). En het zinnetje ‘Man’s tryin’a say he’s better than me’ betekent: ‘Hij bedoelt dat hij beter is dan ik’. In sommige Londense vriendengroepjes wordt dit man, volgens in ieder geval één Engelse taalkundige, vooral ingezet om het onderscheid tussen ‘wij’ (de groep) en ‘zij’ (de buitenstaanders) te benadrukken. ‘Man’s gotta work hard to do well these days’: ‘Je moet tegenwoordig hard werken om rond te kunnen komen’. Met dit man (‘je’) zou de spreker dan vooral zichzelf en zijn vrienden bedoelen. Een soort ‘wij’ dus eigenlijk. Idem: ‘Let’s go, cos man’s hungry’: ‘Laten we gaan, ik heb honger (en jullie vast ook)’.

Maar als deze jongeren moeten lachen om wat iemand die niet tot hun groep behoort net gezegd heeft, zeggen ze: ‘Haha, man said...’ (‘Haha, die vent zei...’).

Man is dus al met al een heel bijzonder persoonlijk voornaamwoord. Het kan ‘ik’, ‘jij’, ‘hij’ en ‘wij’ betekenen en het benadrukt vaak het onderscheid tussen wie bij de groep hoort en de rest van de wereld.

Bij een breder Brits publiek is dit man-gebruik nu ook bekend dank zij een liedje van rapper en komiek Big Shaq, dat ‘Man’s not hot’ heet. Een karakteristiek stukje uit de liedtekst: ‘The girl told me: take off your jacket. I said: Babe, man’s not hot.’ ‘Sorry schatje, deze jongen is niet geil.’

Hyperspecifieke woorden

Street artist Nicole (29) uit Griekenland. Foto Joel Nieminen

Straattaalachtige taalvarianten hebben vaak tientallen woorden voor ‘vriend’, ‘geld’, ‘meisje’ en meer van die dingen die belangrijk gevonden worden in de betreffende subcultuur. En soms ontstaan er ook woorden met heel specifieke betekenissen, woorden voor dingen waar tot dan toe natuurlijk wel een omschrijving voor bestond, maar niet één compact woord.

In de Indonesische steden Jakarta en Yogyakarta wordt een jongerentaal gecultiveerd die Bahasa Gaul genoemd wordt. Letterlijk: Hippe Taal. De vrouwelijke sprekers daarvan hebben een aantal nieuwe woorden bedacht voor het beschrijven van zeer specifieke relatiekwesties. Als een oude liefde opnieuw opbloeit zeggen ze: Tjé-èlbéka. Verstoort iemand andermans relatie, dan is dat een péha-o. Is er sprake van valse hoop geven? Péhapé!

Het zijn allemaal afkortingen. Tjé-èlbéka bijvoorbeeld is hoe men daar de afkorting clbk uitspreekt. Die vier letters staan voor cinta lama bersemi kembali, en dat betekent letterlijk: ‘een oude liefde die opnieuw opbloeit’. Als je zo’n woord in het Nederlands zou willen maken, krijg je: oldoo.

Helemaal mooi is het als zo’n afkorting op een grappige manier samenvalt met een bestaand woord. Pecel lele is in die Javaanse jongerentaal een liefhebber van dikke meiden, een afkorting van pecinta cewek lemu-lemu. Maar het is ook een bestaand woord voor een populair visgerecht: gefrituurde meerval met salade.

Spelen met etymologie

Skateboarder A’shaun (24) uit de VS. Foto Joel Nieminen

Straattaalwoorden komen altijd ergens vandaan: uit een andere taal, of uit de dominante taal, maar dan verhaspeld. Ze hebben een duidelijke herkomst, een etymologie. Maar een deel van het spel kan zijn dat er meerdere etymologieën in omloop zijn. Dit verschijnsel is bijvoorbeeld gesignaleerd voor straattalen die in Johannesburg en Kaapstad circuleren: straattaalvarianten van het Afrikaans, Zoeloe en Xhosa.

Een stoere gast wordt daarin een ou genoemd. Je zou denken dat dat komt van het Afrikaanse ou, dat letterlijk ‘oude’ betekent, maar informeel ook ‘man, kerel, gast’. Maar onder straattaalsprekers circuleert een alternatieve theorie: ou zou zijn afgeleid van het Engelse outlaw (‘bandiet’).

Zo zijn er meer discussies over de herkomst van Zuid-Afrikaanse straattaalwoorden. Komt timer (‘oudere man, vader’) van old timer, of van het idee dat een vader iemand is die op de tijd let, die erop let dat de jeugd op tijd thuis is.

Lova (‘iemand die streetwise is’) komt volgens sommigen van het Zoeloe-woord guluva (‘gangster’), volgens anderen van het Engelse loafer (‘iemand die rondslentert of rondhangt’) en volgens weer anderen van het Engelse lover (‘charmeur’).

En smogo (‘probleem, conflict, ruzie’) zou ofwel zijn afgeleid van het Afrikaanse smokkel (‘smokkelen’), ofwel van het Engelse smoke. In dat laatste geval is de associatie: waar rook is, is vuur, en waar vuur is, is een conflict.

Straattaal in het kwadraat

Vlogger Sakke (24) uit Finland. Foto Joel Nieminen

In Nairobi, de hoofdstad van Kenia, spreken ze Engels en Swahili. En nog veertig andere Keniase talen. En daarnaast óók nog twee straattalen: het ‘Sheng’ en het ‘Engsh’. In de namen van deze taalvarianten staat ‘sh’ voor Swahili en ‘eng’ voor Engels.

Aanvankelijk werden het Sheng en het Engsh als volgt beschreven. Sheng is Swahili met veel Engelse woorden erin. Engsh is het omgekeerde: Engels met veel Swahili erin. Maar als je er beter naar kijkt, zie je dat het véél ingewikkelder in elkaar steekt.

Nairobi is een stad met arme buurten en rijke buurten. In de arme buurten heerst het Sheng. In de rijke buurten wordt het Engsh gepraktiseerd.

De ‘arme’ straattaal, Sheng, is Swahili met heel veel vreemde en rare woorden erin. Veel van die woorden zijn geïnspireerd op het Engels. Maar er zijn ook woorden ontleend aan andere talen die in Kenia te horen zijn. En bestaande Swahili-woorden worden verhaspeld of krijgen een nieuwe betekenis. Het Swahili-woord voor ‘oude man’ betekent in het Sheng: ‘jongen’. ‘Vies zijn’ krijgt de betekenis ‘goed zijn in iets’. ‘Gloeien’ betekent ‘dronken worden’. Etcetera.

De (welgestelde) sprekers van die andere straattaalvariant, het Engsh, bewonderen het Sheng, ze horen het ook om zich heen, maar ze willen het niet letterlijk overnemen. Logisch, want ze willen zichzelf een ánder imago aanmeten: bemiddeld en hoogopgeleid. Bovendien spreekt deze groep van huis uit liever Engels. Dus zo is het Engsh ontstaan: Upper class Engels met daarin een heleboel woorden die geïnspireerd zijn op Sheng-woorden.

Een voorbeeld van hoe dat in zijn werk gaat. In Sheng gebruiken ze het Engelse woord stories (‘verhalen’) in een nieuwe betekenis: ‘problemen, gedoe, kapsones’. De vorm van het woord hebben ze een beetje veranderd, ze zeggen storo. De sprekers van het Engsh hebben dat woord overgenomen, maar opnieuw een beetje veranderd: storoz. Een rijke jonge inwoner van Nairobi kan zeggen: ‘Me I don’t want those storoz of yours.’ ‘Ik heb geen zin in die problemen van jou.’

Het Engsh leent dus een heleboel woorden van het Sheng. Andersom gebeurt dat niet. Er is dus sprake van asymmetrie. Zoals je wel vaker ziet, modelleert de welgestelde jeugd zijn subcultuur op die van de armere jeugd. En niet andersom.

Omdat het Engsh een straattaal is die gebaseerd is op een andere straattaal, zou je het ‘een straattaal in het kwadraat’ kunnen noemen.

Met dank aan: Nurenzia Yannuar, Tom Hoogervorst (Malang), Christian Ilbury (Londen), Chantal Tropea (Jakarta, Yogyakarta), Ellen Hurst (Johannesburg), Sandra Barasa (Nairobi)