Kabinet ziet gebruik mondkapjes in OV als wassen neus

De maskers die vanaf 1 juni in het OV verplicht zijn, hoeven „geen bescherming te bieden.” Dat staat in een richtlijn van het kabinet die in handen is van NRC. De OV-bedrijven reageren boos.

De productie van medische FFP2-mondmaskers bij het Alkmaarse bedrijf Afpro. Deze mondkapjes zijn exclusief voor de zorg bedoeld. Foto Olivier Middendorp
De productie van medische FFP2-mondmaskers bij het Alkmaarse bedrijf Afpro. Deze mondkapjes zijn exclusief voor de zorg bedoeld. Foto Olivier Middendorp

Reizigers in het openbaar vervoer mogen vanaf 1 juni alleen mondkapjes dragen die niet voor medisch gebruik zijn bedoeld. Het zijn maskers die „geen vorm van bescherming geven” tegen het coronavirus en ze mogen bovendien geen keurmerk bevatten.

Dat staat in een richtlijn van het kabinet. Op deze manier moet voorkomen worden dat Nederlanders mondkapjes inslaan die eigenlijk voor de zorg bedoeld zijn. Het document, dat in handen is van NRC, heeft tot boosheid geleid bij OV-bedrijven.

Het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer is vanaf 1 juni verplicht. Bij reizigers bestaan echter nog veel vragen over de eisen waaraan hun mondkapje straks moet voldoen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft daarom een advies laten opstellen door het Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN).

In het advies wordt onderscheid gemaakt tussen medische en niet-medische mondkapjes. De niet-medische mondmaskers zijn „zelfgemaakte maskers en in serie gemaakte maskers die [...] geen vorm van bescherming geven als persoonlijk beschermingsmiddel of medisch hulpmiddel”, staat onder meer in het document.

De mondkapjes in het ov „mogen ook niet voorzien zijn van een CE-markering”. Dat is een keurmerk dat aangeeft dat een mondkapje aan bepaalde kwaliteits- en beschermingseisen voldoet. „Alleen niet-medische maskers zonder CE-markering mogen tijdens het reizen met het OV vanaf 1 juni gebruikt worden.”

Fop-maatregel

Het advies heeft tot onrust geleid bij OV-bedrijven die vrezen dat hun personeel straks moet werken in treinen en bussen waar reizigers „een nepbescherming” dragen, zegt een bron rond het ministerie van VWS. De vervoersbedrijven zijn momenteel nog met het kabinet in gesprek om het advies aan te laten passen.

De SP heeft intussen Kamervragen gesteld over de richtlijn. Kamerlid Maarten Hijink kreeg het NEN-document onder ogen. „Het is natuurlijk heel gek dat je aan reizigers en personeel in het OV de voorwaarde stelt dat je mondkapjes gebruikt die niet werken. Daarmee leg je eigenlijk een fop-maatregel op.”

Hijink zet vraagtekens bij de eis aan reizigers om geen gecertificeerde maskers op te zetten. „Ik snap dat je die FFP2-maskers voor de zorg wilt bewaren. Maar als iemand dan toch een deugdelijk niet-medisch mondkapje opzet dat gekeurd is, kun je alsnog een boete krijgen. Dat begrijpt niemand.”

Concurrentie rond mondkapjes

Lees hier het interview met RIVM-baas Jaap van Dissel: ‘Ik denk dat het virus vaak gaat terugkomen’

Er bestaat al langer discussie over de zin van mondkapjes in de publieke ruimte. Het kabinet wilde er eerst niet aan en ook RIVM-directeur Jaap van Dissel is tegen zo’n mondkapjesplicht. Afgelopen week zei hij in NRC nogmaalsdat ze „geen meerwaarde” hebben in de anderhalvemetersamenleving.

In de opstelling van het kabinet speelt mee dat de afgelopen tijd in de zorg grote schaarste is geweest aan medische mondkapjes. Met name in de thuis- en verpleegzorg moesten medewerkers geregeld onbeschermd aan het werk en verspreidden zo onbedoeld het virus.

Half maart werd daarom het Landelijk Consortium Hulpmiddellen (LCH) in het leven geroepen dat de inkoop van beschermingsmiddelen moest gaan coördineren. Inmiddels is die voorraad aardig op orde, maar binnen het LCH leeft de vrees dat ook drogisterijen en supermarkten medische mondkapjes gaan verkopen. Een bron rond het overleg: „Voor de zorg is nog steeds het advies: wees spaarzaam met de beschermingsmiddelen. Stel dat er goede spullen liggen in de supermarkt, dan stappen zorgmedewerkers mogelijk van die rantsoenering af en komen we weer in een schaarste terecht.”

Overleg met retailers

Retailers willen de zorg naar eigen zeggen niet in de weg zitten en vroegen daarom om duidelijkheid over het soort mondkapje dat ze het beste kunnen verkopen. Mede daarom is het onderscheid tussen medische en niet-medische mondkapjes nu gedefinieerd.

In een eerder stadium overlegden ministers Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) en Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) met retailers over een publiek-private samenwerking. Er werd gekeken of er bijvoorbeeld afspraken gemaakt kunnen worden over de gezamenlijke inkoop van niet medische mondkapjes, met daarbij ook een richtprijs voor de verkoop. Zulke afspraken liggen echter gevoelig omdat mededingingsregels prijsafspraken verbieden. Volgens een woordvoerder van het ministerie van EZK zijn die gesprekken „inmiddels niet meer aan de orde”.