Recensie

Recensie

Een prachtig en schokkend boek over de onderklasse van Amerika

Amerika Een fotograaf en een journalist schreven ieder een fascinerend boek over de Amerikaanse onderklasse. Het levert een heel ander Amerika op dan we meenden te kennen.

Een van de foto’s uit het boek Dignity van Chris Arnade.
Een van de foto’s uit het boek Dignity van Chris Arnade. Foto Chris Arnade

Het is me altijd onduidelijk geweest wat Hillary Clinton bedoelde toen ze in 2016 zei dat Amerika „already great” was. Het was vast bedoeld als opbeurende en patriottistische repliek op het door Trump neergezette beeld van Amerika als vermorzeld land, maar het klonk wereldvreemd, geprivilegieerd en, eerlijk gezegd, waanzinnig.

Hoe waanzinnig bedenk ik me al bladerend door Dignity. Seeking Respect in Back Row America van fotograaf Chris Arnade (1965). Hij is een voormalig Wall Street-bankier die eerst uit interesse afreist naar de zwakste buurten van Brooklyn en zich later, nadat hij zijn baan heeft opgezegd, helemaal stort op wat hij ‘back row America’ noemt, de onderkant van de samenleving. In Dignity combineert hij foto’s met essayistische reportages.

Hij laat zien dat er niets ‘great’ is aan Amerika. Niet aan de bovenkant, maar daar kom ik zo op, en zeker niet aan de onderkant.

Het pijnlijkst zijn Arnades foto’s van door drugs vernielde levens en gezichten. Jaarlijks overlijden ruim zestigduizend Amerikanen aan een overdosis – mede daardoor dáált de levensverwachting van witte Amerikanen, maar Arnade heeft zulke cijfers niet nodig om de crisis te laten zien. Hij fotografeert de verweesde gezichten van een gezin dat leeft uit een winkelwagen. Van een jong stelletje dat verslagen in de camera kijkt, in de hoek liggen bierblikjes, op de grond pleisters die het bloeden van de naald moeten stoppen.

Wat een armoedig, vervallen land. Wie dit Amerika wil begrijpen, schrijft hij, moet in de McDonald’s gaan zitten. Wat er nog over is van gemeenschappen zit dáár. McDonald’s als gemeenschapscentrum in steden waar het enige sociale verband nog ellende lijkt te zijn. Arnade praat er met, en fotografeert, daklozen, drugsverslaafden, tienermoeders, bingo-spelende bejaarden, enzovoort.

Dat is wat Dignity zo sterk maakt: het toont Amerika voorbij de verhulling van massacultuur als ware het nog steeds een ongekend rijk land, voorbij de pretenties van politici ook, voorbij de illusies dat het land al great is – of het zomaar weer kan worden. Om rapper Childish Gambino aan te halen: ‘This is America’, in al haar lelijkheid en ellende.

Het is even laf als onmogelijk om politiek uit zo’n verhaal te houden. Dit is geen boek dat de opkomst van Trump wil verklaren, schrijft Arnade aan het begin. Maar je kunt de sociale crisis in Amerika ook niet los zien van Trump (en van Clinton, trouwens), denk ik.

Diagnose

De diagnose van Arnade is dat ‘back row America’ en ‘front row America’, de culturele, politieke en economische elites, uit elkaar zijn gegroeid. De bovenkant kijkt met afgunst naar beneden, de onderkant returns the favour. Arnade pleit voor meer begrip tussen de twee. Maar zou ‘meer met elkaar praten’ echt de oplossing zijn voor de dramatische economische omstandigheden waarin mensen aan de onderkant leven? Die hebben weinig aan goede gesprekken en alles aan een hoger minimumloon, aan gemeenschappen die weer floreren en aan een overheid die zich om hen bekommert.

Dat brengt me bij Amity and Prosperity. Het is vast beroepsdeformatie, maar tijdens het lezen dacht ik steeds: hoe fantastisch moet het als journalist zijn om een boek te schrijven over thema’s als ‘vriendschap’ en ‘welvaart’ dat zich afspeelt in twee gehuchten die precies zo heten? Eliza Griswold (The New Yorker) had dat geluk en schreef een boek dat zich meet met de beste journalistieke boeken die de laatste jaren de teloorgang van Amerika beschreven, zoals Janesville en The Unwinding.

Griswold (1973) beschrijft verhalend de strijd van Stacey Haney, een verpleegster met twee kinderen, die in een oude boerderij woont in Amity, Pennsylvania. Rijd door staten als Pennsylvania en West Virginia en je ziet zulke gehuchten overal. ‘Small town USA’, romantiseert countryster Justin Moore het: ‘everybody knows me and I know them; and I believe that’s the way we were supposed to live’.

Evengoed is dat het Amerika van vervallen huizen en leegstaande fabrieken die als mausolea langs de weg staan. De banen verdwenen en daarmee de welvaart en, zou je met enige overdrijving kunnen zeggen, de Amerikaanse droom. Maar dan!

Foto Chris Arnade
Foto Chris Arnade
Foto Chris Arnade
Foto’s Chris Arnade

Boren en delven

Zoals in veel van dit soort gemeenschappen lijkt fracking, het met zware trillingen uit de aarde delven van schalieolie en -gas, uitkomst te bieden. Stacey Haney hoort het van buurtgenoten: laat frackingbedrijf Range boren op je land en je krijgt er goed voor betaald. Kan ze met dat geld dan wél de eindjes aan elkaar knopen?

Wellicht, maar je wordt er ook ernstig ziek van. Plots sterven de dieren van Haney en worden haar kinderen ziek. Het water, ontdekt ze, is vergiftigd.

Maar wie is verantwoordelijk? Het bedrijf Range ontkent alles, laat onderzoeken manipuleren en doet, gesteund door de overheid, niets voor ze.

Haney besluit terug te vechten en gaat een jarenlange juridische strijd aan om haar kinderen en haar gemeenschap te redden. Hoewel, ‘gemeenschap’; haar buren zijn minder enthousiast over haar strijd. Zij verdienen goed geld aan de vergoedingen die de fracking-industrie ze betaalt voor het gebruik van hun land. Daarmee gaat het boek eigenlijk over het tegenovergestelde van vriendschap en welvaart; om verraad en verval.

Amity and Prosperity is het verhaal van een gecorrumpeerde overheid die zich laat leiden door de belangen van grote bedrijven, van een economisch systeem dat zich niets aantrekt van de ecologische en sociale schade die het veroorzaakt – het verhaal van het moderne Amerika dus.

En dan zie je dat het Amerika dat Chris Arnade fotografeert en beschrijft grotendeels hetzelfde is als dat van Amity and Prosperity. Het zijn gebroken levens en gemeenschappen, in een gebroken samenleving, in een land waarvan je je kunt afvragen of het nog geheeld kan worden. Dat is waarom een politieke buitenstaander die belooft het systeem op te blazen voor veel Amerikanen aantrekkelijker is dan een kandidaat die al decennia tot de (gecorrumpeerde) politieke klasse behoort – een klasse die kiezers belooft de Amerikaanse droom weer tastbaar te maken, maar zich onderwijl onderwerpt aan de wensen van het kapitaal. De kracht van Dignity en Amity and Prosperity is dat ze precies dat verraad laten zien.