Een steun en toeverlaat – maar nog altijd illegaal

Illegaal in Nederland Twintig jaar is Ali Isiaka uit Benin nu illegaal in Nederland. De ernstig zieke zoon van zijn vriendin had een laatste wens: papieren voor Ali, die een vaderfiguur voor hem was.

Ali Isiaka (l) en de eveneens illegale asielzoeker Amadu Diallo op straat in Rotterdam, acht jaar geleden. De mannen, uit Benin en Guinee, ontmoetten elkaar op hun eerste dag in Nederland.
Ali Isiaka (l) en de eveneens illegale asielzoeker Amadu Diallo op straat in Rotterdam, acht jaar geleden. De mannen, uit Benin en Guinee, ontmoetten elkaar op hun eerste dag in Nederland. Foto Dirk-Jan Visser

Ik was vijftien toen ik aankwam in Nederland. Ik had geen idee wat het leven zou brengen. En dat was maar goed ook.

Ali Isiaka (33) zit op de bank, de laptop op de salontafel. Het is zes weken nadat Rutte de lockdown afkondigde vanwege het coronavirus. Op het scherm drie jongenshoofden. De tweeling Hasane en Housene (11) en Ismael (13). Ismael legt in online vergaderprogramma Teams aan Hasane en Housene uit hoe ze procenten moeten berekenen.

Sinds de scholen dicht zijn, begeleidt Isiaka deze jongens online met hun schoolwerk. Moeilijk is dat niet, want hij helpt de kinderen, en andere, al jaren met huiswerk. Het kost deze weken alleen meer tijd omdat er helemaal geen school is. Tijd heeft hij: alle klusjes die hij deed, zijn opgedroogd.

Veel ouders zouden de afgelopen twee maanden een moord hebben gedaan voor zo’n huisonderwijzer. Zijn aanpak is grondig en efficiënt. Dagelijks maakt hij voor elk kind een planning die ze per onderdeel moeten afstrepen zodat hij ziet wat ze gedaan hebben. Van opdrachten die ze afhebben, moeten ze foto’s maken en die in Drive zetten.

Ik was niet van plan snel weer te schrijven over Ali Isiaka en zijn eveneens 33-jarige vriend Amadu Diallo, die al bijna twintig jaar in Nederland wonen maar illegaal zijn. Ik ken ze na tien jaar gewoon té goed. En ze zijn me bijna té dierbaar geworden voor een onafhankelijke, journalistieke blik. Kan ik nog wel een nieuw stuk schrijven? Maar toch, het moet. Want hun verhaal zegt nog altijd veel over het onzichtbare leven dat tienduizenden als zij in Nederland leven. En er is veel gebeurd, al blijft bij deze illegale mannen – helaas verzucht ik dan – heel veel ook almaar hetzelfde.

De jacht op papieren

Veel over hun leven is beschreven in deze krant. De gang naar de ambassades van Benin en Guinee in Brussel, die hen geen reispapieren wilden verstrekken. De zoektocht naar een slaapplaats, de voedselbank, de jacht op papieren, de angst voor de vreemdelingenpolitie. Maar ook het groeiende netwerk van vrienden en bekenden in de legale wereld, mede door de krantenartikelen. Ali’s ondersteuning van de schoolgaande kinderen van vrienden. Zijn hulp aan Afrikaanse Nederlanders bij het invullen van de belastingaangifte, bij de inburgeringscursus en de theorieles voor het rijexamen, kennis die hij nooit voor zichzelf kan gebruiken. En natuurlijk de geboorte van de twee kinderen van Amadu.

Het is de dood van Fadilou (15) die heel veel veranderde.

Het had er allemaal best goed uitgezien. Hij had tweeënhalve maand vrijwel constant in het ziekenhuis gelegen en verschillende chemo’s gekregen. De kanker was kleiner geworden. Hij mocht nu even naar huis. Daar voelde hij zich niet goed. Rachida bracht hem de volgende dag weer terug naar het kinderziekenhuis in Rotterdam. Hij bleek via zijn infuus een bacterie te hebben gekregen. En de kanker was opnieuw uitgezaaid.

Fadilou was de oudste zoon van Rachida (32), de vriendin van Ali Isiaka. Zij was in verwachting van Fadilou toen ze uit Benin vluchtte, ze kreeg hem toen ze net in Nederland was aangekomen. Hij was de oudere broer van de tweeling Hasane en Housene, en van Rabiah (bijna vier). Rachida kreeg wel een verblijfsvergunning.

Lees ook dit artikel uit 2019 over het onstaan van de vriendschap tussen auteur Sheila Kamerman en Ali en Amadu

Ook Fadilou was deel van mijn leven geworden. Als Ali Isiaka met de drie oudste kinderen, en meestal nog een paar van ándere vrienden, een weekje in de zomer bij ons op de camping kwam, dan was de wat schuchtere Fadilou de meest serieuze van het stel. Hij was de enige van de groep die niet stoeiend, vechtend en voetballend ronddolde. Altijd een beetje aarzelend en nadenkend. Gingen de gesprekken van de volwassenen over het nieuws of over geschiedenis, dan wilde hij alles weten. Door zijn bril hield hij altijd – een tikje zorgelijk – zijn jongere broertjes in de gaten. Gelaten onderging hij hun pesterijtjes terwijl hij ondertussen hun ruzies oploste.

Thuis in Vlaardingen was Fadilou, als Ali er niet was, de man in huis. Een jongen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel die zijn moeder hielp zoveel hij kon. Fadilou bracht zijn broertjes naar school of naar zwemles. Hij liep ook nog even naar de winkel voor een doos eieren.

Dat is een Afrikaanse opvoeding. Je hebt respect voor je ouders en je helpt. Mijn broer en ik deden dat in Afrika ook voor mijn moeder: water halen, borden wassen. Als kind luister je naar je ouders en ben je nederig. Mijn ouders hadden ieder een eigen bord, wij kinderen aten uit één bord. Zo leer je delen. Mijn vader had maar één vrouw: mijn moeder. Maar veel Afrikaanse mannen hebben meerdere vrouwen. Die eten dan ook samen uit één bord.

In het ziekenhuis had een verpleegkundige Fadilou verteld over een stichting die wensen vervult van ernstig zieke kinderen. En ze had hem het nummer gegeven. Hij belde die stichting op een middag toen hij even naar huis mocht. Zijn moeder vertelde me dat verhaal later. Fadilou had een wens, maar niet voor zichzelf. „Weet u”, zei hij tegen de mevrouw van de wensen-stichting. „Er is een man die steeds bij mij in het ziekenhuis op bezoek komt, en blijft slapen als ik me alleen voel. Hij is niet mijn echte vader, maar het voelt wel zo. Zolang als ik me kan herinneren is hij in mijn leven. Hij heeft geen papieren. Ik vind dat zo oneerlijk. Kunt u misschien iets regelen?”

Ali slaapt bij Fadilou op de kamer in het ziekenhuis

In de maanden dat Fadilou ziek is, is een Nederlands paspoort het laatste waar Ali Isiaka zich zorgen over maakt. Hij is constant in het ziekenhuis.

Beluister ook NRC’s podcast Vandaag over Ali en Amadu

Maar nu, een jaar later, blijkt het feit dat hij Rachida steunt bij de opvoeding van haar kinderen, zijn kleine kans op een verblijfsvergunning iets te vergroten. Dat vertelt Thomas Kouwenhoven, de advocaat die sinds twee jaar met Ali Isiaka zoekt naar mogelijkheden in het regelstrakke Nederland toch een verblijfsvergunning te krijgen.

Voor Amadu is dat íets makkelijker, legt Kouwenhoven uit. Hij heeft twee kinderen bij een vrouw met een asielvergunning. Dat werkt in zijn voordeel. Omdat die Nederlandse kinderen recht hebben op een vader.

Met Fadilou gaat het in april 2019 slecht. Ali slaapt bij hem op de kamer in het ziekenhuis, zodat Rachida ’s avonds naar huis kan voor de drie broertjes. Twee goede vrienden houden Ali gezelschap.

In Afrika is dat normaal. Als iemand ziek is, dan steun je zoveel je kunt. Anderen koken voor je en komen eten brengen. Het is anders dan in Nederland. Hier heb je een verzekering. Ik zag in het ziekenhuis vooral de ouders bij het bed van de zieke kinderen. In Afrika zorgt dan het hele dorp.

Op 21 april 2019 overlijdt Fadilou.

Ali is er bij tot het eind.