Opinie

Een kow-tow is geen plezierig vooruitzicht

China China manifesteert zich weer als model van beschaving. Het zou eerst in eigen huis vrijheid moeten bieden, stelt .

Demonstranten in Hong Kong maakten een ‘Goddess of Democracy’ nadat protesterende studenten van de campus waren verwijderd, november 2019.

EPA / Fazry Ismail

Je zou verwachten dat de Amerikaanse regering alle middelen inzet om de Covid-19-crisis te bedwingen of tenminste te verzachten. Maar nee, in plaats daarvan verspilt ze kostbare tijd en moeite aan vruchteloze pogingen om de schuld voor het virus bij China te leggen. Men spreekt van een nieuwe Koude Oorlog. Maar zou het daadwerkelijk Trumps bedoeling zijn om een machtsstrijd met China aan te gaan, dan ziet het er slecht uit voor de VS.

China stuurt medische teams en apparatuur naar alle hoeken van de wereld, Trump zet het vliegtuigverkeer uit Europa stop zonder de Europeanen van tevoren in te lichten. China stort voor dit jaar vijftig miljoen dollar in de kas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Trump stopt de Amerikaanse bijdragen aan de WHO omdat de organisatie „China-centrisch” zou zijn. Een videoconferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7-landen liep op niets uit omdat de Amerikaanse minister, Mike Pompeo, bleef doordrammen dat Covid-19 voortaan als „Wuhanvirus” moest worden bestempeld.

Aan de Chinese vrijgevigheid zijn natuurlijk wel voorwaarden verbonden en de Chinese diplomatie is nu nog agressiever dan de Amerikaanse, wat hun zaak niet bepaald bevordert. Zo was de WHO zo bang de Chinese Volksrepubliek voor het hoofd te stoten, dat zij weigerde Taiwan als lid te aanvaarden, laat staan het opmerkelijke succes van Taiwan in de bestrijding van het virus toe te geven. En de EU herschreef haastig een officieel rapport over Chinese pogingen om desinformatie te verspreiden, toen China met tegenmaatregelen dreigde.

Groeiende economische macht maakt het mogelijk voor China om andere landen te intimideren. Dit zou misschien niet zo soepel gaan als Westerse landen en hun bondgenoten, zoals Japan of Zuid-Korea, meer saamhorigheid zouden tonen. In het verleden hing een gezamenlijke opstelling sterk af van Amerikaans leiderschap, maar het zelfzuchtige geschutter van de huidige regering in Washington maakt dit onmogelijk. Hierdoor krijgt Chinees leiderschap misschien nog een kans, faute de mieux.

Het machtige Chinese keizerrijk

Maar in feite heeft het Westen zich nooit gemeenschappelijk opgesteld tegenover China, en wel om min of meer dezelfde reden als in de achttiende eeuw, toen het Chinese keizerrijk nog machtig was. In 1793 werd Lord Macartney door de Britse koning George III naar Peking gestuurd om een ambassade in China te vestigen. Groot-Brittannië wilde bovendien handel voeren in meer dan alleen opium. De keizer van China verklaarde dat zijn volk van de Britten niets nodig had.

Macartney had de Chinezen al gekrenkt door te weigeren voor de keizer te knielen (de beroemde kow-tow), omdat hij voor zijn koning ook niet het hoofd tegen de grond hoefde te drukken. Leden van een Nederlandse missie onder Isaac Titsingh daarentegen, hadden hier geen moeite mee. Dit tot grote woede van de Britten die deze vernedering zagen als teken van typisch Hollandse inhaligheid; alles om de centen.

China beschouwde zichzelf als het middelpunt van beschaving en dat was vooral voor de Britten onverdraaglijk. Missies uit het buitenland konden in Peking niet op gelijke voet worden behandeld; ze moesten de Chinese superioriteit onderkennen door een tribuut te brengen. Macartney, bewust van de Britse macht in de wereld, kon op die basis niets met China beginnen. De Nederlanders, min of meer zoals de EU nu, dachten aan de Chinese markt en waren daarom bereid zich te houden aan de Chinese regels.

Lees ook dit interview met Ian Bremmer: De vraag is of corona leidt tot een nieuwe Koude Oorlog

Superieure samenleving

Die Britse overmacht is nu voorbij, maar de strijd om suprematie in de wereld is nog volop aan de gang. De Amerikaanse aanspraak op een superieure samenleving die model moet staan voor de mensheid is niet minder verheven dan de keizerlijke visie op China. Amerikanen hadden weinig moeite om China welwillend tegemoet te treden toen het rijk vervallen was tot een armoedige, verbrokkelde prooi voor sterkere landen. Met de groeiende macht van Japan, voor en na de oorlog, hadden de Amerikanen veel meer problemen.

Onder Mao was China een model voor het zogenoemde Derde Wereld-communisme, maar het was nog altijd arm en er viel weinig te verdienen. Maar ook toen bestond er geen eensgezindheid in het Westen. De Amerikanen, net begonnen aan hun wereldwijde kruistocht tegen het communisme, waren razend op de Britten toen dezen in 1950 de Volksrepubliek erkenden. Tot in de jaren zeventig wenste de Amerikaanse regering alleen het uitgeweken regime op Taiwan te zien als de legitieme regering van China.

Nu er weer volop zaken te doen zijn in China, zijn we terug bij de situatie van Lord Macartney. De Chinese grenzen zijn praktisch hetzelfde gebleven, het Chinese bewind is even ondemocratisch als onder keizer Qianlong, aan wiens voeten Titsingh zijn kow-tow maakte. En na een bloedige eeuw van koloniale vernedering, revolutie en massamoord is China weer zover en wil het zich manifesteren als model van beschaving met regels waaraan de barbaren zich maar moeten aanpassen.

Lees ook: China wil helemaal geen confrontatie met de VS. Waarom is het dan toch zo fel?

De Amerikaanse eeuw

Chinese overheersing is geen plezierig vooruitzicht en leidt nu al tot weerstand, in Afrika en elders. Maar Amerika biedt nauwelijks een alternatief – zeker niet onder Trump. Dit wordt een probleem, ook voor Europa, dat als politieke en militaire macht immers nog niets voorstelt. De Amerikaanse Eeuw werd onder meer gekenmerkt door dwaze oorlogen, ideologische onbuigzaamheid en steun aan enkele zeer onfrisse regimes.

Toch was de gehechtheid aan Amerikaans leiderschap niet alleen een kwestie van dwang. Er was ook respect voor een politiek systeem dat, ondanks alle gebreken, mensen over de hele wereld, onder wie miljoenen Chinezen, hoop gaf op meer vrijheid.

Hetzelfde geldt niet voor China. Vrijheid blijft begeerlijk. Waarom anders zouden Chinese studenten het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 hebben opgesierd met een Vrijheidsbeeld? Wil China aanzien krijgen als grootmacht, dan moet het meer bieden dan geld en intimidatie. Daarvoor zal het eerst in eigen huis moeten beginnen.

Correctie (17 mei 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat China vijftig miljard betaalt aan de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit moet vijftig miljoen zijn. Dat is nu aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.