Opinie

Eén front met Baudet

Frits Abrahams

Hans Wiegel voorspelde met enig genoegen in het tv-programma WNL Op Zondag: „Als mijn vriend Baudet zich af en toe inhoudt, dan is de kans dat die partij [Forum voor Democratie] in het komend kabinet komt heel groot.” Wiegel maakte inhoudelijk geen bezwaar tegen Baudets politieke opvattingen, wel tegen de openlijke manier waarop hij die soms uit. „Dom, moet je niet doen.”

Dat sloeg op het inmiddels beruchte citaat van Baudet uit een uitzending van GeenStijl op 10 april: „We zitten gewoon in een bepaalde situatie waarin de cultuurmarxistische linkse mainstream, van VVD, CDA tot en met D66, PvdA, GroenLinks en SP, allemaal min of meer hetzelfde willen. Dat is namelijk de vernietiging van Nederland: massa-immigratie, EU, klimaat, al die andere zaken. Zij hebben alle dagbladen, ze hebben de publieke omroep, alle musea, alle universiteiten, de hele ambtenarij, de rechterlijke macht.”

Een politicus met zulke opvattingen ziet Wiegel graag aan de macht in Nederland, mits hij strategisch slim genoeg is om zijn agenda voorlopig stil te houden – de andere grote partijen mogen niet afgeschrikt worden.

Hopelijk neemt Wiegel het mij niet kwalijk als ik er juist voor pleit dat die politieke partijen deze uitzending van GeenStijl op YouTube eens integraal bekijken. Het is veel gevraagd, want het duurt een uur, maar je neemt er wat van mee tenzij je dat liever niet doet omdat je Baudet ook graag in een nieuw kabinet hebt.

De setting bij GeenStijl was losjes: Baudet achter de tafel met journalist Tom Staal en Patrick Meijer, een komiek aan wie Baudet zich al snel enorm begon te ergeren: „Jij bent zo’n lul die de regering gelooft.” Gebrek aan zelfbeheersing, dat valt meteen op bij Baudet. Hij scheldt snel, zijn politieke tegenstanders noemde hij „hullie van de landverraders”. Hij wil graag een beetje laconiek overkomen, maar hij gedroeg zich hier een uur lang als een verbeten man, zwaar gefrustreerd door de tegenwerking die hij ervoer.

Het politieke establishment kan hem niet meer raken, beweerde hij, maar hij toonde zich verbitterd over het gebrek aan steun van „natuurlijke bondgenoten” als GeenStijl en The Post Online. „Jongens,” hield hij hun voor, „wij zouden als één front samen moeten optrekken, we hebben een groot gevecht te voeren, voor of tegen Nederland, voor of tegen de immigratie, voor of tegen de EU. (...) Ik denk spiritueel, ik wil een beweging helpen vormgeven van mensen die nog wel geloven in de westerse beschaving”. Lukt dat niet, „dan winnen de klootzakken”. Ook sprak hij van „een herovering van ons land, van een aantal fundamentele waarden”.

Front, groot gevecht, herovering – een militant vocabulaire, steeds gericht op strijd. Als het maar geen militair vocabulaire wordt, iets waar FVD-sympathisant Sid Lukkassen al een voorschot op nam.

Tom Staal liet merken dat het niet de taak is van een journalist om een politicus of politieke partij te steunen. Zoveel journalistieke onafhankelijkheid was aan Baudet niet besteed. De rechtse journalistiek hoorde onderdeel te worden van zijn ‘movement’ die nu voor een „historische taak, een historische strijd van onze generatie” staat.

Al met al vond ik het een ‘historisch’ optreden, maar wie ben ik? Een klootzak natuurlijk. En een landverrader.