De grootste klap voor de economie sinds de oorlog

Impact coronacrisis Na de krimp in het eerste kwartaal komt de echte klap voor de economie nu pas. De top-economen van de drie grote Nederlandse banken zetten zich schrap.

Op zonnige dagen zoals zouden de terassen vol zijn met bezoekers in Heusden.
Op zonnige dagen zoals zouden de terassen vol zijn met bezoekers in Heusden. Foto Merlin Daleman

En zo kwam een eind aan maar liefst zes jaar onafgebroken economische groei. Het eerste kwartaal van 2020 zal niet alleen de boeken in gaan als het eerste sinds begin 2014 waarin de economie kromp. Het zal ook worden bijgezet als het kwartaal vóórdat de ergste krimp sinds de Tweede Wereldoorlog werd opgetekend. Want het tweede kwartaal van 2020 wordt pas écht erg.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam vrijdag met een salvo aan slecht nieuws. Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2019 nam het bruto binnenlands product af met 1,7 procent. Vergeleken met een jaar geleden was de afname 0,5 procent.

De krimp van de economie is het directe gevolg van het tot stilstand komen van een groot deel van de bedrijvigheid in verband met de pandemie. Dat was in het eerste kwartaal pas echt te merken in de tweede helft van maart, toen de Nederlandse lockdown in ging. In maart zakten de bestedingen van huishoudens met 6,7 procent op jaarbasis: een recorddaling.

Hoewel de krimp van de economie in het eerste kwartaal al flink is, is deze hoogstwaarschijnlijk nog bescheiden vergeleken met er in het huidige tweede kwartaal gebeurt. Het consumenten- en het productenvertrouwen maakten pas in april de grootste daling ooit door.

Hoe erg wordt het? Harde cijfers ontbreken nog. Die houden het tempo van de coronacrisis niet bij. Het eerste kwartaal is, gerekend in virustijd, al prehistorie. Maar er zijn wel clou’s voor het hier en nu.

Domino-effecten

Marieke Blom, het hoofd van het economisch bureau van ING, wijst op de pintransacties die de bank bijhoudt. Die suggereren dat vlak na de lockdown rond de 80 procent van de economie nog draaide. „Dat is nu aan het verbeteren. Afgelopen maandag, toen de kappers op gingen, was te zien dat zij die dag een omzet hadden die vergelijkbaar is met een doorsnee zaterdag.”

Lees ook: Wordt deze crisis een nieuwe Grote Depressie?

Dat is positief, zegt Blom. Maar het zegt nog niet veel over de economische vooruitzichten zelf. „Je krijgt nu allemaal domino-effecten. Ondernemers die niet meer investeren. Goederenketens in de industrie die verstoord zijn. Mensen die straks daadwerkelijk worden ontslagen.”

Je zou volgens Blom grofweg kunnen zeggen dat de cijfers over het eerste kwartaal alleen het effect van de lockdown weergaven. Die over het tweede kwartaal omvatten de lockdown en wat de ‘gevolgschade’ kan worden genoemd.

Met name de arbeidsmarkt is kwetsbaar, zegt Blom. „Waar ik me zorgen over maak is dat tijdens de vorige crisis (in 2008-2009) 70 procent van de werknemers een vast contract had en nu nog maar 60 procent.” Blom wijst op grote hoeveelheid mensen met nulurencontracten: jongeren, laaggeschoolden. En er zijn straks hele contingenten schoolverlaters die de arbeidsmarkt betreden. „Dit wordt, vrees ik, een enorme werkgelegenheidscrisis.”

Harde cijfers ontbreken nog. Maar bij de banken zijn er aanwijzingen dat de put iets ondieper is dan gevreesd. Herstel duurt dan wel weer langer.

ING gaat er van uit dat de economie dit kwartaal gemiddeld op ongeveer 85 procent van de capaciteit draait die hij in het vierde kwartaal van 2019 had. Het blijft enorm lastig om de economische groei dit kwartaal, en ook in de nabije toekomst, te vangen in groeicijfers. Een economisch model gebruikt het verleden om de toekomst te voorspellen, zegt Blom. Maar er is eigenlijk geen verleden dat op deze crisis toepasbaar is, en waar lessen van kunnen worden geleerd.

Dat bevestigt Menno Middeldorp, de hoofdeconoom van de Rabo. „Je moet goed weten wanneer je een economisch model wél kunt gebruiken en wanneer je het moet ‘overrulen’, zegt hij. Volgende maand laat Rabo het model, met de dan meest actuele gegevens, weer draaien en presenteert de bank de uitkomsten.

Een verlaten straat in het Brabantse Heusden. Foto Merlin Daleman

Iets minder pessimistisch

Ook Middeldorp wijst op de betaalstromen waar de economen van de bank, op geaggregeerd niveau, gebruik van kunnen maken. Die stemmen hem iets minder pessimistisch dan voorheen. ”Je krijgt het gevoel dat er binnen de lockdown een herstel is geweest met meer activiteit. Bovendien wijzen de CBS-cijfers op een minder scherpe daling aan het begin van de lockdown. Wij hadden er rekening mee gehouden dat de consumptie met 20 procent zou inzakken. Dat lijkt nu eerder 14 procent te worden.”

Daar tegenover staat dat de fase van ‘social distancing’ langer kan duren. En de cijfers voor Nederland belangrijke exportlanden in Europa vallen juist tegen. Landen als Frankrijk, Spanje of Italië hebben een veel hardere lockdown moeten doorstaan. Vaak is de online-handel daar nog niet zo goed of breed ontwikkeld, zegt Middeldorp. En werd in sommige landen de levering van niet-essentiële goederen ontmoedigd, terwijl in Nederland het online shoppen doorging.

Lees ook: De economische crisis in zeven fases: van het hakblok tot de angstpiek en de verlossing

Dat maakt de Rabo wat voorzichtiger voor de periode na de lockdown. Het herstel via de export is lastiger geworden nu veel afzetmarkten in Europa het moeilijk hebben dan gedacht. Voor het gehele jaar houdt de Rabo het voorlopig op een economische krimp van rond de 5 procent.

Risico van te groot optimisme

Het wordt dus heel erg in het tweede kwartaal. Maar iets minder heel erg dan was gevreesd, zegt Sandra Phlippen, de hoofdeconoom van ABN Amro. Ook die bank zag dat het dal van de consumptie iets minder diep was dan gedacht. „Ondernemers beginnen creatief te worden, en andere manier te vinden om hun zaken aan de man te brengen.”

Economische modellen passen niet altijd op een crisis als deze. Er is geen relevant verleden, en soms is het beter om op het gevoel af te gaan.

En, zegt Phlippen, wat ook helpt is dat Nederland een milde lockdown doorvoerde, dat thuiswerk al ver doorgedrongen is en internet een hoge penetratie heeft. Zo kan de economie zich snel aanpassen aan de omstandigheden. Nederland is bovendien een ‘high trust’-samenleving, waar mensen er op vertrouwen dat hun werkgever of de overheid, in staat en bereid is voor inkomenszekerheid te zorgen.

Het is juist het te grote optimisme dat Phlippen zorgen baart. „Er is overal de neiging om te snel te gaan. Bij beleidsmakers en consumenten.” Als er daarna toch weer een stapje terug moet worden gedaan, dan is schadelijk voor het vertrouwen. „Het kan zijn dat het tot paniek leidt: stel dat deze situatie nog heel lang gaat duren.”

Het best case-scenario is volgens haar te zien in China. „Maar zelfs daar zie je dat de industrie wel op zijn oude capaciteit is, maar dat de dienstensector daar nog steeds zwak achteraan hobbelt.” Een herstel van het aanbod betekent nog niet dat de vraag ook opveert. „Ook de Chinese overheid kan de consument niet dwingen om optimistisch te zijn.”