Reportage

De angst van de hartpatiënt: ‘Buiten is het nu voor mij te gevaarlijk’

Bij de cardioloog Eindelijk komen er weer wat meer patiënten op het spreekuur van cardioloog Jakub Regieli, die werkt buiten het ziekenhuis. „Sport je nog?” „Dat durf ik niet meer, dokter.”

Jakub Regieli werkt als cardioloog op huisartsenposten en gaat ook bij patiënten langs. „De huisarts verwijst ze door, vaak zie ik ze dezelfde dag nog.”
Jakub Regieli werkt als cardioloog op huisartsenposten en gaat ook bij patiënten langs. „De huisarts verwijst ze door, vaak zie ik ze dezelfde dag nog.” Foto Olivier Middendorp

Aanbellen, wachten, handen desinfecteren, zeggen voor wie je komt. Het is maandagochtend 4 mei, twee dagen voor de persconferentie waarin premier Rutte versoepeling van de coronamaatregelen zal aankondigen, en het gezondheidscentrum aan de Bijlmerdreef in Amsterdam-Zuidoost hangt vol waarschuwingen. Niet naar binnen met koorts of verkoudheid. Niet naar binnen zonder dringende reden. Zes huisartsen werken hier, en verder praktijkondersteuners, psychologen, logopedisten, maatschappelijk werkers, diëtisten. Maar de wachtkamer is vrijwel leeg.

Jakub Regieli (44) is cardioloog en zit in zijn spreekkamer op zijn patiënten van vandaag te wachten. De eerste heeft zich afgemeld via WhatsApp. Ze vond het bij nader inzien niet nodig om te komen. En nu belt hij haar via FaceTime. „U heeft in maart een aantal keren hartkloppingen gehad”, zegt hij in het Engels. „Hoe lang duurden die?”

„Eigenlijk de hele dag”, zegt de vrouw, een Ghanese. „Ze kwamen steeds terug.”

„De klachten zijn nu verdwenen?”

„Ja, en ik denk persoonlijk dat het te maken had met de stress van de hele situatie toen. Nu zit ik thuis en kan ik toch niets doen. Mijn hartslag is geloof ik weer normaal.”

„Hm, hm”, zegt Jakub Regieli. „Zo op afstand kan ik geen uitsluitsel geven, maar ik wil u wel een paar korte vragen stellen.” Of er bloedonderzoek is gedaan. Of haar schildklierfunctie wel eens getest is. Of ze ooit is flauwgevallen of de neiging daartoe heeft. Of er in de familie hartproblemen zijn. Of ze medicijnen gebruikt. Of ze normaal functioneert.

„Dat laatste niet”, zegt de vrouw. „Ik kan niet naar mijn werk.”

„Maar verder”, zegt Jakub Regieli, „hoor ik niets waardoor ik denk: voor uw veiligheid moet uw hart nu worden nagekeken. Dus ik ga met u mee en zeg: laten we het aankijken. U kunt altijd bellen als u weer klachten krijgt. Zullen we het zo afspreken?”

Hij is de zoon van een Poolse anesthesist die in 1981 met zijn gezin naar Nederland verhuisde. Er was hier toen een tekort aan anesthesisten. Zelf studeerde hij geneeskunde in Rotterdam en aan Stanford University in Amerika. Hij specialiseerde zich tot cardioloog in het UMC Utrecht, promoveerde op onderzoek naar de preventie van hart- en vaatziekten en werkte in de Isala Klinieken in Zwolle.

Anderhalf jaar geleden richtte hij met twee andere cardiologen de Hartdokters op. Ze doen hun werk in huisartsenposten en gezondheidscentra, niet in het ziekenhuis. „Cardiologie volgens de modernste standaard, dicht bij de patiënten”, zegt hij. „De huisarts verwijst door en vaak zie ik ze dezelfde dag nog.” Hij is ervan overtuigd dat er zo ook veel meer kan worden gedaan om hart- en vaatziekten vroegtijdig op te sporen of te voorkomen.

Ook bij de Hartdokters is het de afgelopen weken heel stil geweest. „Soms wel 70 procent minder mensen. Ze durfden niet eens te bellen, niet naar de huisarts, niet naar ons. Daardoor hebben we meegemaakt dat mensen alle tekenen van een hartinfarct hadden veronachtzaamd. Mijn collega Ahmed Hassan komt uit Irak en hij zegt: mensen komen door corona in een oorlogsmodus, ze denken alleen aan wat hun op dít moment het meest bedreigt. Normaal zoeken ze met zoveel pijn op de borst meteen hulp.” En nu? „Heeft het in één geval te lang geduurd, waardoor een deel van de hartspier onherstelbaar is beschadigd.” Hoeveel mensen met beschadigde harten cardiologen de komende maanden nog gaan zien – hij heeft geen idee. „Alles wat ik daarover zeg is speculatief.”


Foto Olivier Middendorp

Foto Olivier Middendorp
Cardioloog Jakub Regieli op huisbezoek.
Foto’s Olivier Middendorp

Down door de medicijnen

De patiënt van kwart over elf – een sportief uitziende jonge vrouw met een dikke knot kroeshaar boven op haar hoofd – is er wel, al heeft ze geaarzeld of ze zou komen. „Ik ga al maanden alleen naar buiten om boodschappen te doen.” Zodra de spreekkamerdeur achter haar dicht is, duwt ze haar mondkapje onder haar kin en stroopt ze haar plastic handschoenen af. „Zo. Hier ben ik veilig.”

Haar hart maakt op elke vier slagen een extra slag, zonder aanwijsbare oorzaak. Jakub Regieli heeft haar medicijnen voorgeschreven, maar daar wordt ze down van. Na de eerste pil had ze de hele dag voor zich uit zitten staren. En toen had ze de bijsluiter nog niet eens gelezen.

„Het is een heel lage dosis, hoor”, zegt Jakub Regieli.

„Toch was het niet vol te houden.”

„En de extra hartslag?”

„Die voelde ik niet meer.”

„De medicijnen werken dus wel.”

„Maar ze maken me angstig, dokter. Daar ben ik erg van geschrokken. Ik dacht: straks beland ik nog in een inrichting.” Ze lacht, maar vrolijk klinkt het niet. Nieuwe medicijnen proberen dan? „Nee”, zegt ze. „Ik ben echt getraumatiseerd.”

Op de markt word ik uitgelachen vanwege mijn mondkapje

Jonge vrouw met hartritmestoornis

Blijft over een ablatie, want met zo’n ritmestoornis kan ze niet blijven doorlopen. De cardioloog in het ziekenhuis zal met een katheter via de bloedvaten naar het hart gaan en daar het weefsel dat de stoornis veroorzaakt uitschakelen. „Ik kan je alleen niet garanderen,” zegt Jakub Regieli, „dat je dan niets meer hoeft te slikken. Voor en na de behandeling krijg je in elk geval bloedverdunners.”

Hij begint te tikken op zijn laptop en ondertussen vertelt de vrouw dat ze in opleiding is tot schoonheidsspecialiste, helaas ligt dat nu stil.

En al zou ze er binnenkort weer mee mogen doorgaan, dan nog zou ze niet weten hoe. De kinderen zijn thuis en ze is niet van plan om hen vóór september weer naar school te laten gaan. „Ze hebben astma.” Buiten spelen mogen ze van haar alleen als het rustig is op straat. Ze heeft meegemaakt dat ze met hen in de lift van hun flat stond en andere mensen gewoon aan het hoesten waren. Toen ze er wat van zei, keken ze haar aan alsof ze gek was. „In deze buurt neemt niemand corona serieus. Op de markt word ik uitgelachen vanwege mijn mondkapje. Ze botsen expres tegen je op.”

Lees over uitgestelde zorg ook: Iedere dag wachten is een dag extra pijn

De patiënt van twaalf uur, een magere zeventiger met glimmend gepoetste schoenen, haalt een notitieboekje uit de achterzak en begint voor te lezen wat zijn klachten zijn sinds hij medicijnen slikt tegen zijn te hoge cholesterol en zijn onregelmatige hartslag. „Duizelig bij het opstaan: 80 procent van de tijd. Lichte hoofdpijn bij het wakker worden. Koude vingers en tenen. Oorsuizen. En na vijf kilometer wandelen raak ik geblokkeerd.”

„Geblokkeerd?” vraagt Jakub Regieli.

„Dan kan ik mijn vrouw niet meer bijhouden. Voorheen was het andersom.”

We kunnen toch nergens naartoe. Laat die katheterisatie nog maar even zitten

Zeventiger met onregelmatige hartslag

De man heeft op jonge leeftijd al een hartinfarct doorgemaakt, ondanks een gezonde leefstijl. De dotterbehandelingen en de bypasses hebben hem lang op de been gehouden, maar nu heeft hij weer veel pijn op de borst, wat wijst op zuurstoftekort door dichtslibbende bloedvaten.

„U bent niet happig op die medicijnen”, zegt Jakub Regieli. „Maar we moeten wat. Als de druk op de borst blijft, stel ik een hartkatheterisatie voor. De vorige keer is uit de fietstest gebleken dat de bypasses aan slijtage onderhevig zijn en ik wil weten hoe het met de kransslagaders is. Hoe denkt u daarover?”

„Ik heb erover nagedacht”, zegt de man terwijl hij het notitieboekje weer opbergt. „Ik wil daar liever mee wachten. Weet u, dokter, mijn vrouw en ik, we kunnen nu toch nergens naartoe. Dus wat maakt het uit?”

„Hoe bedoelt u?”

„Niet op vakantie, niet wandelen in de Alpen, niet eens even met de metro naar de stad. Dus laat die katheterisatie nog maar even zitten.”

Vroeger zat hij in de computertechniek, vertelt hij terwijl Jakub Regieli een recept voor andere medicijnen met hopelijk minder bijwerkingen naar de apotheek mailt. „Het grote voordeel daarvan is dat ik nooit in paniek raak.”

„O nee?”, zegt Jakub Regieli.

„Nee. Computertechnici raken niet in paniek, ook niet door corona.”

Als hij weg is, zegt Jakub Regieli dat mensen vaak denken dat ze na een dotterbehandeling of bypassoperatie geen cholesterolverlagers en bloeddrukverlagers meer nodig hebben. „Maar dat is niet zo, want de onderliggende problemen blijven bestaan.” Een groot deel van zijn werk, zegt hij, is mensen motiveren om gezond te leven en hun medicijnen te slikken.

Foto’s van een patholoog

De middag besteedt hij aan de wetenschap, tot hij naar huis moet voor zijn kinderen. Hij zit in de redactie van het European Journal of Preventive Cardiology en van het European Journal of Clinical Investigation. Voor dat tweede tijdschrift bereidt hij nu een speciaal nummer over Covid-19 voor. Intensivisten, internisten, longartsen, huisartsen, pathologen – wat zijn hun ervaringen tot nu toe? „Er is nog zo weinig bekend en er is zoveel honger naar kennis.” Hij laat op zijn laptop foto’s zien die een patholoog uit het Erasmus MC hem gestuurd heeft, foto’s onder de microscoop van longweefsel van overleden Covid-19-patiënten. „Hij heeft ze samen met een longarts bekeken en ze zien een vorm van vochtophoping en verbindweefseling die ook gezien wordt bij mensen na een longtransplantatie. Bradykinine” – een peptide dat de bloedvaten vochtdoorlaatbaar maakt – „zou een rol spelen en geeft dat misschien een ingang voor een medicijn?”

Zijn bijdrage is voorlopig vooral de vaststelling dat hartpatiënten de neiging hebben, of hadden, om weg te blijven bij de cardioloog. En dat Covid-19 bij hen vaak veel ernstiger verloopt dan bij mensen met een gezond hart. Dat maakt, zegt hij, preventie alleen maar belangrijker.

Een man die denkt dat hij doodgaat

Niks aanbellen, niks wachten en handen desinfecteren en zeggen voor wie je komt. Het is donderdagmiddag 7 mei, de dag na de persconferentie van premier Rutte, en de deuren van het gezondheidscentrum aan de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam-Oudwest zoeven zonder voorbehoud open voor iedereen die naar binnen wil. Vandaag zit Jakub Regieli hier, en het kan toeval zijn, maar zijn agenda staat bomvol afspraken. En niemand heeft afgezegd. Tussendoor krijgt hij appjes van huisartsen: of hij wil meekijken naar een hartfilmpje, of hij op huisbezoek wil gaan bij een patiënt die de deur niet meer uit kan. En dan stormt er halverwege ook nog een (Kroatische) man naar binnen die denkt dat hij doodgaat, zijn hart doet zo raar. Hij gaat niet dood, maar hij moet wel meteen naar het ziekenhuis.

„Ik zou in maart al komen”, zegt de vrouw die intussen op de gang zit te wachten tot ze aan de beurt is. „Maar toen kwam ik net terug uit Spanje en daar had ik de lockdown meegemaakt. Iedereen liep dezelfde dag nog met een mondkapje. Ik was zo bang, dat ik mezelf eerst maar eens een paar weken in huis heb opgesloten.”

Nog steeds is ze heel voorzichtig, want door haar leeftijd (68) en haar niet al te beste gezondheid – hoge bloeddruk, hoog cholesterol, hartkloppingen, moeheid, COPD en artritis – is ze kwetsbaar. Naar de supermarkt durft ze nauwelijks, in de tram of bus stapt ze al helemaal niet meer. „Het voordeel is,” zegt ze, „dat ik daardoor wel weer ben gaan fietsen. Het kan nu ook weer, zonder de toeristen. Het is niet meer zo achterlijk druk in de stad.”

Ze komt voor een inspanningstest, want ze kan steeds minder, zegt ze, en Jakub Regieli wil kijken hoe het met de zuurstoftoevoer naar haar hart is. Als die onvoldoende is, kan ze eventueel gedotterd worden. Voordat ze in haar zwarte onderjurkje op het fietsapparaat stapt zegt ze dat ze erg veel last heeft van de bijwerkingen van de cholesterolverlager. Pijn in haar benen, geen doen gewoon, mag ze er alsjeblieft mee stoppen?

„Je zit nu op een cholesterolwaarde van 4 punt 5”, zegt Jakub Regieli terwijl hij op zijn laptop kijkt. „En je komt van 6 punt 1, dus dat is een aanzienlijke verbetering. Ik zal je straks laten zien wat dat met het risico voor je hart doet. Je rookt, hè?”

„Al vijftig jaar”, zegt de vrouw. „Tegenwoordig tien tot vijftien sigaartjes per dag. Maar ik zit niet neurotisch te paffen of zo, hoor. Ik inhaleer niet. Ik kan het niet eens.”

Jakub Regieli is „positief verrast” als de test gedaan is en de vrouw bleek en misselijk over het stuur hangt. „Die honderddertig slagen per minuut haalde je zonder problemen. Ik zie geen reden om in te grijpen.”

„Dankzij corona,” hijgt de vrouw. „Het helpt dus wel dat ik in training ben.”

Dan tikt Jakub Regieli wat gegevens van haar in op een door het UMC Utrecht ontworpen website, u-prevent.nl, waarmee kan worden berekend wat het risico is dat ze binnen tien jaar aan een hart- of vaatziekte komt te overlijden. Zonder de cholesterolverlager komt ze uit op 5 procent per tien jaar. „Kijk, met de cholesterolverlager gaat dat naar 3 punt 7 procent per tien jaar. En als je stopt met roken wordt het” – tik, tik, tik – „2 punt 3 procent per jaar.” Hij draait zich terug naar de vrouw. „Dus als je echt een slag wilt slaan…”

„Dan krijg ik het eeuwige leven”, zegt de vrouw.

Ze voelt er weinig voor. „Het klinkt misschien slap,” zegt ze, „maar in mijn familie, ze roken niet en ze drinken niet, en ze bezwijken toch allemaal aan een hartinfarct. Mijn vader is gestorven toen ik achttien was en je wilt niet weten hoe gezond die leefde.”

„En toen ben je met roken begonnen?”, vraagt Jakub Regieli.

„Ja, toen ben ik begonnen.”

Maagpijn

De patiënt na haar, een man van begin zestig, heeft zwaar gerookt tot hij een beroerte kreeg, op zijn 44ste. Sindsdien sport hij veel en let hij op zijn gezondheid, alles prima. Toen begon corona. En hij heeft een restaurant. „Zestien mensen in dienst”, zegt hij. „Sinds 16 maart ben ik dicht.”

Of het ermee te maken heeft weet hij niet, maar rond die tijd kreeg hij verschrikkelijke last van zijn maag. Het begon tijdens zijn vakantie in Israël, waar hij geboren is. Hij kon nog maar net met de laatste vlucht terug, de lockdown was daar al ingegaan en iedereen liep met een mondkapje. „Heel angstaanjagend.” De huisarts kon geen oorzaak voor zijn maagpijn vinden, de onderzoeken in het ziekenhuis leverden ook niets op, en nu heeft ze hem doorgestuurd naar Jakub Regieli.

Reportage over zorg op de biblebelt: De dokter en de dominee

Die knikt en zegt: „Maagklachten en hartklachten liggen vaak dicht bij elkaar, al hebben ze niets met elkaar te maken.”

„De pijn straalt uit naar mijn borst”, zegt de man terwijl hij over zijn hartstreek wrijft. „Ik maak me echt verschrikkelijke zorgen.”

„Sport je nog?”

„Dat durf ik niet meer, dokter. Ik ben nog één keer langs de Amstel gaan rennen, en ik werd bang van al die mensen daar. Je gaat hijgen en lucht happen, en je weet niet hoe dat virus overspringt.”

Zijn vader is op zijn 55ste gestorven aan een hartinfarct, zelf slikt hij sinds zijn beroerte bloedverdunners en cholesterolverlagers. Daarmee zit hij, zegt Jakub Regieli, hoog in het risicoprofiel. „Dus wil ik uitsluiten dat je klachten door je hart veroorzaakt worden.”

Eerst een fietstest.

„Probeer nog eens wat sneller te gaan”, zegt Jakub Regieli na een paar minuten. „Je hartslag is pas honderd en ik wil naar de 135. Sneller, sneller, hou vol, hou nog even vol, je zit nu op 127…”

De man hijgt en fluistert dat hij misselijk wordt.

„Als je pijn op de borst krijgt – wel zeggen, hè. Je bent er bijna… 131, 132… oké stop maar. Wat voel je nu?”

Maar de man kan even geen woord meer uitbrengen. Dan zegt hij: „Ik heb in het AD gelezen dat onderzoekers in Rome een vaccin hebben gevonden. Het is getest op muizen. Dat geeft toch hoop.”

„Hm, hm”, zegt Jakub Regieli, die nog naar het hartfilmpje zit te kijken. „Je terras mag binnenkort weer open.”

De man knikt. Hij heeft al mondkapjes voor zijn personeel besteld. Hij gaat elke dag naar zijn restaurant om schoon te maken.

„Heel goed”, zegt Jakub Regieli. „Maar ik wil je wel doorsturen voor een hartkatheterisatie. Je presteert goed bij de test, alleen zie ik het hartfilmpje bij een hoge hartslag veranderen. Ik wil zeker weten dat je geen slagaderverkalking hebt.”

„O”, zegt de man. Hij kijkt verslagen. „En als ik dat heb?”

Ja, dan zal hij gedotterd moeten worden.

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp
Door corona was het stil in de praktijk van cardioloog Jakub Regieli. „Soms wel zeventig procent minder mensen. Ze durfden niet eens te bellen.”
Foto’s Olivier Middendorp

HEMA-tasje

Donderdagmiddag 14 mei stopt Jakub Regieli om half drie zijn echo- en ECG-apparaat in een grote tas van The North Face, zwaait die over zijn schouder en loopt ermee van de Frederik Hendrikstraat naar de Goudsbloemstraat in de Jordaan. „Een man van 85 met hartfalen”, zegt hij. „De vorige keer kon hij naar de praktijk komen, in het invalidenkarretje van de buurman, maar nu zei zijn vrouw aan de telefoon dat hij de deur niet meer uit wil.” Jakub Regieli gaat kijken hoe het met hem is. En of hij hem naar de fysiotherapeut kan krijgen voor hartrevalidatie.

De naam van de man is in grote roze stoepkrijtletters op de voordeur geschreven, met daarbij een pijl: hier aanbellen. „Voor de zekerheid”, zegt zijn vrouw als ze de trap af is gerend en heeft opengedaan. Ze stond al achter het raam te kijken of de dokter eraan kwam.

„Loopt uw man deze trap nog op?”, vraagt Jakub Regieli.

„Deze niet”, zegt de vrouw. „Wel die naar de slaapkamer.”

De man, lang en mager, zit op de bank in de woonkamer en trekt op Jakub Regieli’s verzoek zijn sokken uit. Zijn enkels zijn dik, maar niet héél dik, wat erop wijst dat zijn hart op dit moment redelijk goed pompt. De vochtafdrijvende medicijnen die hij sinds een paar dagen slikt, hebben geholpen.

„U slikt ze sinds zondag, toch?”, vraagt Jakub Regieli.

De man kijkt naar zijn vrouw en die zegt: „Sinds zondag, ja. Hij klaagde over zijn dikke voeten en zei dat hij jou ging bellen. Ik denk nog: op zondag? Maar jij nam gewoon op.”

„Mijn collega’s en ik doen om beurten dienst”, zegt Jakub Regieli terwijl hij de doosjes met medicijnen bekijkt die de man voor hem uit een HEMA-tasje heeft geschud. Een deel van de doosjes is leeg, de pillen zitten in een plastic potje. „Hoe weet u nou wat wat is?”, vraagt Jakub Regieli. „Is het niet handig om zo’n doos met vakjes te kopen waarin u uw pillen per dag kunt opbergen?”

„Dat zeg ik ook steeds”, zegt de vrouw.

„En ik zeg nee”, zegt de man. „Die dozen zijn duur.”

„Hm, hm”, zegt Jakub Regieli. „Ik wil benadrukken hoe belangrijk het is dat u trouw en precies uw medicijnen inneemt. En dat u elke dag buiten komt. Elke dag een stukje buiten lopen.”

„Ja!”, zegt de vrouw.

„We hebben daar programma’s voor, bij de fysiotherapeut, hier twee straten verderop.”

„Moet je horen”, zegt de man. „Ik heb vroeger al heel veel gelopen. En lopen is alleen maar leuk als je doekoe hebt.” Doekoe: Surinaams voor geld. „Dan kan je nog eens een boodschap doen. Bovendien is het voor mij gevaarlijk buiten met die corona. Ik ben daar te angstig voor.”

„Ja, dat gebruik je nu als reden”, zegt de vrouw. „We kunnen toch ook ’s avonds lopen, als het rustig is op straat?”

„Mensen die bewegen leven langer”, zegt Jakub Regieli nadat hij de man heeft onderzocht en een hartfilmpje heeft gemaakt. „Dat is bewezen.”

„O, nou. Ik heb al heel lang geleefd.”

„En u kunt nog langer leven. U bent nog hartstikke goed, ondanks uw hartfalen. U moet sterke genen hebben.”

„Sterke genen?” De man kijkt opeens gevleid. „Dat zou weleens waar kunnen zijn. Mijn moeder is 98 geworden.”

De patiënten in dit verhaal hadden er geen bezwaar tegen dat de verslaggever en de fotograaf aanwezig waren bij hun consult met de cardioloog. Hun namen zijn bij de redactie bekend.