Een leerling komt naar school om hulp te vragen bij haar huiswerk

Cees Glastra van Loon

Zelfs in een bijna leeg lokaal is afstand houden moeilijk

School Het Mundus College in Amsterdam is in coronatijd niet meer de bruisende mini-samenleving die het normaal is. Een docent legde het huidige schoolleven vast.

Het meest van alles mist Oumaima Elkouaa (15) de klassenuitjes. Ze zouden naar Ajax gaan. En op kamp naar Groningen. In plaats daarvan zit ze nu al negen weken thuis. „Op dit moment zou ik al blij zijn met een normale wiskundeles.”

Elkouaa zit in 2 vmbo op het Mundus College in Amsterdam. De middelbare school biedt ook praktijkonderwijs en schakelklassen voor nieuwkomers, zoals Syrische en Eritrese vluchtelingen. Het is een bruisende mini-samenleving, met 948 leerlingen en 68 verschillende nationaliteiten. Per dag zijn er 35 naschoolse activiteiten.

Maar wie nu door de gangen van het gebouw loopt, vindt daar weinig van terug. Fotograaf Cees Glastra van Loon, tevens docent Nederlands op het Mundus, ving de veranderde sfeer in een fotoreportage.

Glastra van Loon werkt al achttien jaar op de school. Hij vindt het jammer dat vmbo-scholen vaak slecht in het nieuws komen, zegt hij, want zelf geeft hij er met veel plezier les. Toen hij twee jaar geleden afstudeerde aan de fotoacademie wilde hij een andere kant laten zien. De coronacrisis geeft het kijkje binnen de muren van de school een extra lading.

Helemaal stil is het niet op het Mundus College. Af en toe haalt iemand een leenlaptop op. En verspreid door het gebouw werken zo’n honderd leerlingen aan hun opdrachten. Niet iedereen kan dit thuis, zegt Maxe de Rijk, mentor van een praktijkonderwijsklas en docent burgerschap. „Sommigen hebben geen wifi, of zitten met zes gezinsleden op een kamer. Anderen kunnen niet overweg met de leenlaptop, een e-mail lezen is al heel moeilijk voor ze.”

Zelfs in een praktisch lege school blijkt het lastig om afstand te houden, merkt zorgcoördinator Heleen Filius, één van medewerkers die nog op school te vinden is. „Leerlingen zitten al snel gezellig samen een filmpje te kijken op een mobiel.” Zelf verliest ze soms ook de regels uit het oog. „Als iemand een vraag stelt, ben ik geneigd over een schouder mee te kijken.”

Digitaal onderwijzen is minstens zo uitdagend. Het échte contact ontbreekt, zegt De Rijk, en daarom is het lastig peilen of de uitleg wel binnenkomt. Daarnaast duren de lessen maar een kwartier in plaats van de normale vijftig minuten, omdat ze maar met vier leerlingen tegelijk videobelt. „Ze lopen een achterstand op. Het is frustrerend dat ik ze nu niet kan bieden wat ze nodig hebben.”

De Rijk ondersteunt haar dertig mentorleerlingen waar ze kan. Ze appt ze ’s ochtends hun bed uit, spoort ’s middags aan een wandelingetje te maken, adviseert ’s avonds om te gaan slapen. Na persconferenties stuurt ze voicememo’s waarin ze de boodschap van het kabinet versimpelt, naar kinderen met ouders die de taal niet spreken.

Soms bellen ze haar, meestal gewoon voor een praatje. „Dat vind ik zelf ook fijn, want ik mis ze ontzettend. We hebben het op school echt goed met elkaar.”

Daar sluit Elkouaa zich bij aan, zij kan niet wachten tot ze iedereen weer ziet. En om van het digitale onderwijs af te zijn. „Ik wil gewoon weer mijn vinger op kunnen steken als ik een vraag heb, in plaats van dat ik een hele mail op moet stellen.”


Cees Glastra van Loon
Cees Glastra van Loon
Een leerling wacht in een lege kantine op haar examen
Cees Glastra van Loon
Een leerling haalt een schoolexamen in. Docent Elguennouni surveilleert.
Cees Glastra van Loon
Cees Glastra van Loon