Leerlingen zijn de afgelopen weken digitaal handiger en zelfstandiger geworden

Onderwijs Terug op school maken leraren zich weinig zorgen over leerachterstanden van hun klassen.

Foto Sem van der Wal/ANP

Letterlijk zijn kinderen de afgelopen acht weken in elk geval gegroeid. Meer nog dan tijdens de zomervakantie, die twee weken korter duurt. „Dat is heel leuk om te zien”, zegt Ciska Koelemij, intern begeleider op de Tweestromenschool in Heerewaarden, een dorp op de grens tussen Gelderland en Noord-Brabant. „Kinderen uit groep 3 en 4 die aan het wisselen waren, komen ineens met grote-mensen-tanden op school.”

En de figuurlijke groei? Hebben leerlingen de afgelopen weken veel leerachterstanden opgelopen? Je zou denken van wel: het is basis- en middelbare scholen maar deels gelukt om met hun afstandsonderwijs aan de kerntaken van het onderwijs te voldoen, constateerde de Onderwijsinspectie deze week. Voor het basisonderwijs deden inspecteurs een representatieve steekproef onder bestuurders en schoolleiders van 376 basisscholen. Vrijwel alle basisscholen slaagden erin om afstandsonderwijs te organiseren en bij 84 procent deden bijna alle leerlingen mee. Maar: acht op de tien scholen schatten dat leerlingen de afgelopen weken gemiddeld minder tijd besteedden aan onderwijs dan voor de coronacrisis. Bij de helft van de scholen gaat het zelfs om een vermindering van meer dan 50 procent.

Toch lijken basisschoolleraren zich geen grote zorgen te maken. Groep 5 van Berrie van den Bovenkamp, leerkracht aan basisschool de Witte Vlinder in Arnhem, moest deze week vooral weer wennen aan de discipline die bij school hoort: op tijd komen, opletten, meedoen. „We moeten ze weer in het gareel zien te krijgen. Nee is nee op school. Bij hun thuis betekent nee net zolang zeuren tot het ja wordt.”

Verder ziet hij weinig achteruitgang bij de kernvakken: rekenen, taal en spelling is redelijk op niveau. Niet zo gek als je bedenkt dat de school juist op deze vakken hamerde de afgelopen maanden. Van den Bovenkamp verdeelde zijn klas in drie groepjes van acht kinderen die elk twee keer per dag nieuwe instructies kregen. Wie het niet snapte, kon een-op-een met de meester in gesprek. Buiten de kernvakken om, merkte hij wel dat sommige leerlingen een achterstand hebben opgelopen, met name bij lezen. Dat hebben de meesten acht weken lang niet gedaan en doen nu langer over het lezen van een zin. „Het tempo is eruit. En ook het melodieuze. Dat verdwijnt heel snel als je het niet bijhoudt. Ze hebben vooral zitten gamen, hoorde ik. Daar zijn ze heel goed in geworden, haha.”

Lees ook dit onderwijsblog van Sezgin Cihangir: Het basisonderwijs hanteert veel te lage doelstellingen

Nuchterheid onder leraren

Het Lerarencollectief, een beroepsvereniging voor leraren, deed donderdag een eerste snelle peiling onder de achterban naar mogelijke achterstanden. De uitkomst stelt redelijk gerust: van de ruim 3.000 leraren die tot nu toe reageerden, zagen zo’n 500 een achterstand bij sómmige leerlingen in hun groep. Bijna 800 leraren zagen geen enkele achterstand en de rest vond het nog te vroeg om hier iets zinnigs over te zeggen. „Niemand zegt: mijn hele groep heeft een achterstand opgelopen”, zegt Thijs Roovers, docent en oprichter van het Lerarencollectief. „Het lijkt dus wel mee te vallen.” Hij ziet een grote nuchterheid onder zijn collega-leraren: „De meesten zijn vooral blij dat ze weer op hun scholen aan de slag kunnen. Ze maken zich niet zo’n zorgen over mogelijke achterstanden: na de zomervakantie pakken we de draad ook elk jaar weer op.”

Lees ook: Vijf lessen die we hebben geleerd van twee maanden thuisonderwijs

Ook bij de kinderen in zijn eigen klas, groep 7 van de Leonardo da Vincischool in Amsterdam, zag Roovers geen grote hiaten. Sterker nog: in sommige dingen zijn ze juist gegroeid. „Ze zijn digitaal handiger. We zien dat het online onderwijs goed heeft gewerkt. Ook omdat de ouders heel betrokken waren.” Roovers vond het heerlijk om weer te beginnen, om de klas weer live voor zich te hebben. En zijn leerlingen? „Die waren ook blij! Ze waren maandagochtend nog een beetje ritueel aan het mopperen, maar ‘s middags zeiden ze: ‘Toch blij dat we weer naar school mogen, meester’.”

Kwetsbare kinderen

Wat de basisscholen niet weten, is hoe het gaat met de kinderen die zich deze week nog niet lieten zien op school omdat ze thuis worden gehouden door hun ouders, uit angst voor het coronavirus. Volgens een peiling onder ruim elfhonderd directeuren door de Algemene Vereniging van Schoolleiders zou het gaan om 55.000 kinderen. Ruim 90 procent van de scholen maakt melding van kinderen die thuis zijn gebleven. Meestal gaat het maar om 1 of 2 procent van het totale aantal leerlingen.

De achterstanden die wél worden geconstateerd, lijken vooral te zitten bij leerlingen waar leraren en onderwijsdeskundigen zich van tevoren al zorgen over maakten: de kinderen uit kwetsbare gezinnen waarvan de ouders minder goed in staat zijn om te helpen bij het schoolwerk. Socioloog Thijs Bol van de Universiteit van Amsterdam, die in april onderzoek deed naar het effect van thuisonderwijs op ongelijkheid, zei vorige week in NRC al dat de lange periode van afstandsonderwijs de leerprestaties zal beïnvloeden. Dit zal de toch al groeiende ongelijkheid tussen scholieren vergroten, zegt hij. „We weten uit internationaal onderzoek dat korte periodes in de zomervakantie al tot grote verschillen leiden: kinderen uit hogere milieus leren dan bij, kinderen uit lagere milieus juist niet.”

De school van Charlotte Dekker, Het Kompas in Rotterdam-Zuid, werkt met Snappet, een adaptief onderwijssysteem voor tablets. Daardoor kon ze de afgelopen weken precies zien hoe het ervoor stond bij haar leerlingen uit groep 7 en 8. „Het viel me op dat ze stuk voor stuk zijn gegroeid, op een enkeling na, die dan toch meer instructie nodig heeft. Over het algemeen ben ik heel tevreden. Ik realiseer me wel dat er genoeg klassen zijn waarbij dat anders is, omdat kinderen thuis geen begeleiding hebben gehad.”

Leerlingen zijn de afgelopen weken zelfstandiger geworden, ziet ze. „Sommigen kijken met hun weektaak nu verder dan alleen vandaag. Ik vind dat heel knap. Ze zijn beter in staat om een planning te maken.” Nog iets wat verbeterd is: doorzetten. „Niet constant alles vragen, maar eerst zelf nadenken. Als ik voor de lockdown zei: ‘Tien minuten zelf werken en dan mag je vragen stellen aan mijn bureau’, dan wilden sommigen het liefst direct al opspringen. ‘Juf, ik snap het niet, ik loop vast!’ Nu lezen ze de opdracht eerst nog een keer door als ze iets niet begrijpen of parkeren hem even. Ze kloppen niet meer direct bij mij aan.”

Onderwijs in coronatijd

Correctie (15 mei 2020): In een eerdere versie stond de naam van Charlotte Dekker verkeerd geschreven. Dat is aangepast.