Tien jaar hengelen naar Frida Kahlo, en nu staat het museum in de wacht

Tentoonstelling Corona volente is volgend jaar in het Drents Museum in Assen alsnog werk van Frida Kahlo te zien. „Ik ben tien jaar bezig geweest haar te krijgen.”

Links: De gebroken zuil (1944), olieverf op doek. Museum Dolores Olmedo, Mexico City. Rechts: Zelfportret met aapje (1945), olieverf op doek op masoniet. Museum Dolores Olmedo, Mexico City.
Links: De gebroken zuil (1944), olieverf op doek. Museum Dolores Olmedo, Mexico City. Rechts: Zelfportret met aapje (1945), olieverf op doek op masoniet. Museum Dolores Olmedo, Mexico City. Beelden Museo Dolores Olmedo, Mexico City

Het is alsof hij een vette vis heeft binnengehengeld en vlak voor het feestmaal het hele feest wordt uitgesteld. Eind april moest directeur Harry Tupan van het Drents Museum de grote tentoonstelling van en over de Mexicaanse schilder Frida Kahlo (1907-1954) een jaar opschuiven.

De tentoonstelling zou in oktober openen. Maar werk dat in Assen te zien zou zijn, zit vast in San Francisco, de daar ingerichte Kahlo-expositie zit ook op slot. Het transport zou over coronabrandhaard New York moeten.

Het werd moeilijk – en ten slotte onmogelijk. Want zelfs als de tentoonstelling met hangen en wurgen in oktober in anderhalvemetermodus zou opengaan, zouden er veel minder bezoekers komen dan past bij Kahlo’s statuur.

„Een groot deel van onze doelgroep is vijftigplus”, zegt Tupan. „En de meeste bezoekers komen uit de Randstad. Kunnen die wel met de trein mee?” Ook omdat hij een „fantastisch aanbod” kreeg uit Mexico-Stad – hetzelfde feest, een jaar later, tegen dezelfde condities, no strings attached – kon Tupan niet anders dan de knoop doorhakken.

Over wat Assen doet in dat rijtje wereldsteden interviewde ik Tupan begin april; hoe had hij Kahlo voor elkaar gekregen? Het moest de grootste tentoonstelling tot nu toe worden van het Drents Museum, dat de voorbije jaren naam maakte met publiekstrekkers als het Terracottaleger van Xi’an (2008), de Dode Zeerollen uit Israël (2013), Malevich (2014) en twee jaar geleden Iran, bakermat van de beschaving, met voorwerpen uit het Nationaal Museum in Teheran. Tupan, toen: „Ik wil dat we gróót denken. Kwaliteit heeft niet te maken met het feit dat je niet in de Randstad zit, in Amsterdam of Den Haag.”

Lees ook: Op bezoek in Frida Kahlo’s Casa Azul in Mexico City (2019).

Voor niks gaan

Harry Tupan is begin april alleen in de directeurskamer van het gesloten Drents Museum, in een bijgebouwtje van roodgeverfde bakstenen. Hij is kilo’s afgevallen nadat hij van zijn laatste bezoek aan Mexico, in februari, een „gek bacterietje” meenam. Op dat moment gaat hij er nog van uit dat Frida in oktober te zien zal zijn. Alles is voorbereid, alles loopt op rolletjes, in de beslissing over doorgaan of uitstellen zit nog rek. Hij maakt zich wel zorgen over de marketing die op een gegeven moment moet beginnen. „Mensen moeten wel weten dat het er is.”

Hoe hengel je grote namen je museum binnen? „Het allerbelangrijkste is dat ik Drent ben – en heel trots op Drenthe”, zegt Tupan. „En ik heb een enorme drive.” Met die drive moet hij mensen overtuigen, want wie heeft buiten Nederland ooit van Assen gehoord? Bij kennismaking met collega-directeuren heeft hij een laptop bij zich – en een boek met de tentoonstellingsgeschiedenis van het museum. „Zo is Frida ook tot stand gekomen. Ik ben tien jaar bezig geweest om Frida te krijgen hè? Tien jaar!”

Zo begint het: „Je stuurt wat brieven en dan krijg je geen antwoord. Dat is allemaal een heel gedoe, daarom heeft het ook zo lang geduurd. Maar uiteindelijk kreeg ik antwoord en ben ik met mijn hoofdconservator afgereisd naar Mexico-Stad, waar ik een gesprek had met Carlos Phillips Olmedo. Hij is de directeur van het naar zijn moeder genoemde Museo Dolores Olmedo, dat een groot deel van het werk van Frida Kahlo in bezit heeft.”

Tupan was al een keer tevergeefs geweest, in 2012. „Dan ga je gewoon voor niks. Dat hoort ook bij het spel hè. Dan zijn ze volgeboekt, of past het niet, of kan het niet. Je moet niet vergeten: Frida Kahlo is een van de allergrootste namen in de kunstwereld. Ze kunnen kiezen. Uiteindelijk gaat het erom dat ze het me gaan gunnen.

Eerst vertelt hij dan over het museum. „Ik zeg: we behoren tot de oudste musea van Nederland, 1854. Ik vertel wat we gedaan hebben, wat onze speerpunten zijn, hoe Frida Kahlo past in onze programmering. Je moet voldoende bonafide zijn, je ruimtes moeten voldoen aan eisen van licht en klimaat, je moet de middelen hebben om zo’n tentoonstelling te kunnen dragen. Dat hebben wij allemaal. Nou, dan zie je dat mensen erin gaan geloven.”

Witte raaf

Tweeënhalf jaar geleden was hij er weer. „En toen had ik het zo voor elkaar. Ik overtuigde ze met wat we gedaan hebben. Ze hebben alles op beeld gezien, op video’s en op plaatjes. Toen ze de ruimtes hier zagen, de zalen, zeiden ze: dat is fantastisch. Frida gaat naar Assen.”

In de conjunctuur in de kunst gaat de curve van Kahlo al een tijdje omhoog. In februari was de première van Frida van Het Nationale Ballet. Als de omstandigheden het toelaten komt dit jaar een nieuwe Kahlo-documentaire in de bioscoop en volgend jaar, nog vóór Assen, toont het Cobra Museum in Amstelveen werk van Kahlo en haar man Diego Rivera, de grote muurschilder die bij leven beroemder was dan zij.

Kahlo vertegenwoordigt als geen ander moderne thema’s als diversiteit en inclusiviteit, zegt Tupan: ze was biseksueel, gehandicapt na polio en een ongeluk waarbij ze haar rug brak. Een groot deel van haar leven was ze aan bed gekluisterd, ze werd bedrogen, ze was ongewenst kinderloos, ze was communist, had dampende affaires met vrouwen en mannen, onder wie de verbannen Trotski.

In de tentoonstellingscommissie begreep iedereen „dat Frida Kahlo een witte raaf is”. Ze hadden een serie ‘internationaal realisme’ gedaan, de Sovjet-mythe, de Kim-utopie, The American Dream. Tupan wilde een vervolg met ‘revolutionair realisme’: de Mexicaanse muralisten, Rivera, David Alvaro Siqueiros. Tupan: „Het punt was: die muurschilderingen zitten vast in gebouwen.” Op een goed moment bedacht hij: ik moet Frida gaan doen. „Ze heeft altijd in de schaduw gestaan van Rivera, die de betere schilder was denk ik.”

Spullen opgesloten

Postuum heeft Kahlo haar man overvleugeld vanwege haar ‘iconische proporties’. Haar schilderijen tonen haar lichamelijke en geestelijke pijn, haar gebroken ruggenwervel, haar gekwelde hart. De tentoonstelling ondersteunt dat ‘menselijke verhaal’ met een selectie persoonlijke bezittingen: jurken, lipsticks, zonnebrillen, haar korset en protheses.

Tupan: „Toen ze overleed heeft Rivera haar spullen opgesloten in de badkamer van Casa Azul, hun blauwgeverfde huis, en de sleutel in de vaart gegooid. Pas in 2004 ging die ruimte open. Dit is voor het eerst dat je de collecties van Museo Dolores Olmedo en Casa Azul bij elkaar ziet. De kans om die dingen samen te brengen is once in a lifetime. Toen het bekend werd, kreeg ik heel veel appjes van collega-directeuren: jee, Assen, jullie hebben het weer voor elkaar. In de periferie werk je vanuit een veel moeilijker positie dan grote musea in het westen. Maar uiteindelijk zie je dat als je genoeg curriculum opbouwt als organisatie, je opeens gewoon meedoet.”

De beslissing tot uitstel raakt hem, zegt hij eind april. „We zijn hier al heel lang mee bezig. En dan strand je in het zicht van de haven.” Om de beeldspraak af te maken: „We liggen vast bij eb, maar het wordt weer vloed. Het schip komt een jaar later aan.”