Vrij zijn is…graven verzorgen

Vrij Hoe ontspant Nederland?

Foto Folkert Koelewijn

Bloemen voor op een graf moeten tegen een stootje kunnen, zegt Marc van Miert (44) uit Tilburg aan de telefoon. „Als thuis de zon op tafel schijnt, kan je een luxaflex laten zakken, maar je kan niet een parasol boven een graf neerzetten.” Lelies kunnen veel weersomstandigheden hebben, zegt hij, net als rozen en chrysanten. Hij kan het weten, want hij fietst sinds zijn 25e elke dag naar de begraafplaats waar zijn opa en oma, tante en haar vriendin op een rijtje liggen, om hun graven te verzorgen. Even de boel lekker soppen, de verwelkte bloemen vervangen door een nieuw bloemstuk of boeketje, en dan de kaarsen aansteken.

Toen zijn opa en oma nog leefden, ging hij ook iedere dag even bij hen langs, vertelt hij. „Op het moment dat ze zieker werden, ik was 19, begon cremeren net in te komen. Toen zei ik tegen mijn oma: ‘Je moet beloven dat je regelt dat je niet gecremeerd wordt. Ik zou het zo erg vinden als ik niet een plek had waar ik naartoe zou kunnen.’ Mijn oma zei: ‘Als ik maar niet voor schut lig.’ Dat mensen langslopen, en denken: moet je eens zien hoe onverzorgd dat graf is.”

Hij zwoer dat hij dat nooit zou laten gebeuren, en beloofde jaren later hetzelfde aan zijn tante. En dus neemt hij de verzorging van hun graven „bloedserieus”. Elke cent die hij kan sparen, geeft hij uit aan bloemen en andere ornamenten, zegt hij. Voor zijn oma koopt hij bloemen met verschillende kleuren. En voor zijn opa, „een stoere man die van duiven hield”, verwerkt hij er duiven en vlinders in. Hij houdt ook rekening met feestdagen. Met Valentijn legt hij een rood bloemenhart neer, en met Pasen wordt alles geel, met eieren, veren en vogels.

Hij schikt alle bloemen zelf, zegt hij. Tot vier jaar geleden was hij bloemist, maar hij heeft door omstandigheden thuis de winkel moeten sluiten. Waar een ander gaat hardlopen of fietsen om rust te vinden, gaat hij naar de begraafplaats, zegt hij. „Ik denk ook dat mijn familie dat kan zien. Ik ben katholiek. Ik geloof niet alles wat er in de Bijbel staat, maar ik geloof wel dat er een hemel is.”

Als hij door de poort loopt, blinken ‘zijn’ graven hem tegemoet. Het contrast met de grauwere graven die eromheen liggen is dan ook groot. „Onbegrijpelijk”, vindt hij de verwaarlozing die hij ziet. „Als je voor een graf kiest, hoort grafonderhoud daarbij. Je hoeft niet voor honderden euro’s aan bloemen te kopen. Een verzorgd graf met één roos erop is ook mooi.”

Alleen kunstbloemen zijn volgens hem uit den boze. „Een graf met verse bloemen is een teken dat je niet bent vergeten.”