Dagboek van een pubermeisje in oorlogstijd

Dagboek Miep Diesel hield als tiener tijdens de oorlog een dagboek bij. Over bombardementen en Duitsers, maar ook over jongens. Haar ervaringen zijn nu uitgebracht. Een bloemlezing.

Joop, Lucy en Miep Diesel op het strand in 1941.
Joop, Lucy en Miep Diesel op het strand in 1941.

‘Ik heb de hoge leeftijd van 15 jaar. En ben begonnen mijn dagboek al mijn wetenswaardigheden toe te vertrouwen.” Zo begon Miep Diesel op 5 november 1942 haar dagboek, dat ze bijna 75 jaar voor zichzelf hield. Pas vorig jaar vertrouwde ze het toe aan haar dochter, Hilde van Garderen.

Die las erin hoe een vrolijk jong meisje de oorlogsjaren doorkwam: ze ging naar de ijsbaan, zwom met vriendinnen, zoende met vriendjes. Tegelijk was er altijd de dreiging: soms werden die vriendjes opgepakt als vergeldingsmaatregel voor een verzetsdaad of moesten ze onderduiken vanwege de verplichte arbeidsinzet.

Bakvis in oorlogstijd, noemde haar dochter de passages die zij en haar moeder bestemden voor publicatie. Miep Diesel overleed 6 april 2020 op 94-jarige leeftijd. Ze had de drukproeven nog gelezen, maar heeft het verschijnen van het boek niet meer meegemaakt.

Dat boek is er nu. Hieronder volgen een aantal kenmerkende fragmenten.

Donderdag 5 november 1942

Ik heb de hoge leeftijd van 15 jaar. En ben begonnen mijn dagboek al mijn wetenswaardigheden toe te vertrouwen. Ik zit in de vierde klas van de mulo en zit voor mijn eindexamen, waar ik erg tegenop zie. Op het ogenblik moet ik rust houden, omdat ik een infectie aan mijn voet heb, die ik van de zomer in Stoop’s [Zwembad Stoop’s Bad in Overveen, red.] opgelopen heb. Nadien mocht ik er niet meer heen, wat me erg speet, omdat het er altijd oergezellig was.

(…) Verder ben ik verliefd op een zekere jongen, die mijn moeder Rijstbek belieft te noemen. Zijn vader is kapitein in het leger geweest, maar zit nu in een concentratiekamp, waar hij het slecht heeft. Boelie is blijven zitten en zit nu nog in de vijfde klas van HBS-B. op het Santpoorterplein [Miep woont in Haarlem, red.] alhier. Ik heb hem het vorige jaar op de ijsbaan leren kennen. Toen dacht ik bij mijzelf: wat kan Boelie mieters schaatsen. Ik constateerde dat hij er leuk uitzag en een leuke snuit had en zodoende werd ik verliefd.

(…) Nu zal ik beginnen met iets over mijn oudelui te vertellen. Mijn vader is heel lang ziek geweest, maar is nu gelukkig weer aan het werk. Hij is langer dan een jaar thuis geweest en was niet altijd in een stralend humeur, wat ik me best kan voorstellen. Door de oorlog is hij 45 pond afgevallen. Mijn moeder 30. En ik kom steeds maar aan.

(…) Ik heb pas een snoezige zijden jurk gehad. Hij is Havannabruin met een enige geborduurde zak. En een heel wijde rok. Hij was erg duur. Maar dat zijn de meeste jurken op ’t ogenblik. Voor een gewoon jurkje vragen ze nu ƒ60. De naaister maakt voor mij een mieterse skibroek die ik morgen passen moet. Op het ijs doe ik hem aan in combinatie met mijn windjack en mijn Zwitserse sjaal.

Vrijdag 6 november 1942

Vanmiddag kwam er een vliegtuig over ons huis dat zo laag was, dat je zweren zou dat het het dak zou raken. Een tijd geleden maakten de Duitsers erg veel drukte en gaven het bevel dat alle kustplaatsen ontruimd moesten worden. Maar nu hoor je daar niets meer over. Als het zo goed blijft gaan, dan vieren we nieuwjaar in vredestijd.

Zaterdag 21 november 1942

Ik deed vanmiddag een boodschap bij Van de Gevel. Ik was bijna thuis aangeland, toen ik achter me hoorde: ‘Hé hallo … hoe gaat het met jou?’ Tot mijn grote verrassing, blijdschap, ontroering!!! zag ik in de grijnzende snuit van Boelie de Nijs-Bik. Ik ging eerst mijn bleekwater binnen brengen, heel doodbedaard, deed mijn Zwitserse hoofddoek af, en stapte toen bibberend van emotie naar buiten. We hebben een hele tijd geklepeld. Ma stond als gewoonlijk achter de deur te lachen. Hij vroeg: ‘Hoe gaat het met jou?’ ‘Oh, best’, zei ik. ‘In lange tijd niet gezien hè’, zei hij. ‘Gaat nogal’, zei ik. ‘Heb je je fiets ook ingeleverd?’, vroeg ik. ‘Die zit tussen de zoldering’, zei hij, ‘Bij wie nou niet.’

Donderdag 10 december 1942

Eergisteren hadden we luchtalarm. Ik was net op school. Bij onze school klommen sommige mensen op het dak, wat erg stom van ze was, want dan word je het eerst door een scherf getroffen.

Zondag 20 december 1942

Zaterdag heb ik met Corrie gezwommen bij Stoop’s. (…) Later toen we ons aankleedden zaten in het hokje naast mij twee Duitsers. Ik heb eerst gewacht tot die twee weg waren. Ze gingen net weg toen Corrie ook wegging. Ze versperden haar de doorgang. Ik vond het bar griezelig en heb maar gauw voortgemaakt om voor zessen thuis te zijn.

Miep (rechts) met haar vriendin Corrie, klaar om te gaan schaatsen.

Maandag 11 januari 1943

Vandaag op de Delft geschaatst. We liepen naar de ijsbaan om te zien of die open was. Toen we op de Delftlaan waren, zagen we Boelie en Wally. Zouden ze toch met elkaar gaan? We zwaaiden naar elkaar. Later op de Delft heb ik twee keer met hem geschaatst en heeft hij me voortgeduwd. Hij reed wel met Wally maar keek altijd heel lief naar mij. Even later cirkelden Boelie en Wim Wortel steeds om me heen net als vorig jaar op de ijsbaan. Corrie zei: ‘Hij wil je natuurlijk jaloers maken door met andere meisjes te blokzeilen, omdat jij gezegd hebt dat je niet met hem wou blokzeilen.’

Woensdag 20 januari 1943

Vandaag is er een prinses geboren [prinses Margriet, red.]. Ik heb gauw rood-wit en blauwe kleren aangetrokken. Op school was zelfs een jongen die oranje op had.

Donderdag 21 januari 1943

Vanavond was er luchtalarm. Ik schrok me een aap toen de sirenes begonnen te loeien. Pa vertelt net, dat Sjoerd Pasma en een zoon van een collega van hem dienst wilden nemen in het Engelse leger. Ze waren bij de Spaanse grens, toen ze gesnapt werden. Ze werden meteen naar Duitsland, naar Karlsruhe, gevoerd. De sirenes gaan opnieuw.

Lees alles over 75 jaar Bevrijding in ons uitgebreide dossier.

Zondagavond 31 januari 1943

Kort politiek overzicht. In Rusland gaat het uitstekend. De moffen lopen hard, heel hard. In Afrika gaat het ook reuzegoed. Ik denk dat de oorlog ongeveer in mei is afgelopen. Vorige nacht is er weer een hoge mof doodgeschoten op de Verspronckweg. Er zal wel weer wat zwaaien voor ons Haarlemmers.

Donderdag 4 februari 1943

Ik ging na schooltijd nog even naar Lucy toe. Ze zei: ‘Wat zielig van Boelie hè?’ Ik vroeg: ‘Wat bedoel je?’ ‘Nou,’ zei ze, ‘Weet je dat niet eens? Boelie en zijn vader zijn in de nacht van 31 januari op 1 februari om 2 uur weggehaald met een overvalwagen. Als gijzelaars. Die smerige moffen hebben de deur ingetrapt en hebben mevrouw, Lies en een logé in de badkamer opgesloten, zodat ze niet eens afscheid hebben kunnen nemen. Ze zijn daarna direct op transport gesteld.’

Vrijdag 12 februari 1943

[Miep heeft verkering met Loek, ook al blijft Boelie haar heimelijke liefde. Er zijn razzia’s geweest op scholen vanwege de verplichte arbeidsinzet. Veel jongens zijn over de daken gevlucht.]

Gisterochtend kreeg ik een brief van Loek. Hij is ook ondergedoken. Hij had erboven gezet ‘Ma chérie’, en ‘Schat, je krijgt wel gauw een lange brief van me,’ en eronder ‘De hartelijke groeten en zoenen van je liefhebbende Loek’. Hij kon niet schrijven waar hij was, want zijn brieven werden waarschijnlijk onderschept.

(…) Boelie en zijn vader zitten in Vught. Er was een jongen van daar gekomen met bericht van Boelie en zijn vader. Boelie had in ’t kamp tegen die jongen verteld, dat hij eerst achter over de veranda wou vluchten, maar dat hem dat toch niet verstandig leek, want dat ze dan een warm bed zouden vinden, terwijl hij in zijn pyjama buiten liep. En dat ze hem dan waarschijnlijk neergeschoten zouden hebben. En dus was hij maar meegegaan.

Maandag 15 maart 1943

[Miep stuurt Boelie proviand.] In Boelies pakje had ik gestopt: ½ brood, 2 sigaretten, 1 busje reformite, 1 busje suiker, 1 busje smeerkaas, pakje toast, 1½ ons koek en een appel. Ik heb er nog een briefje bijgedaan: Boelie, ik weet, dat je altijd honger hebt, dus daarom zal dit wel welkom zijn. Hou je maar taai. Miep.

Zondag 16 mei 1943

Vrijdag zijn de radiotoestellen verbeurd verklaard en dus moet iedereen zijn toestel inleveren. Dat pikken ze je dus ook alweer af.

Zaterdag 22 mei 1943

Zaterdagavond hoorde ik dat Boelie thuis is gekomen (lamgeslagen en kaal). Tot dusver nog niets van hem gehoord. Deze zondag naar A’dam geweest. Ik met Joop [een neef, die vaak komt logeren] naar ’t Koloniaal Instituut waar de Indische studentenvereniging Insulinde een uitvoering gaf. Prachtige krontjongmuziek en dansen en gamelan. Prachtige kleren (sarong, kabaja, slendang en hoofddoek). Vooral een liefdesdans was erg mooi. Maandagmiddag weer in Stoop’s geweest. Het hele stel was er weer. Ik was in een peststemming. Het was om Loek, omdat hij nog steeds niet geschreven heeft.

Maandag 19 juli 1943

[Miep heeft het afgelopen schooljaar veel gespijbeld, ze is niet de enige.] Donderdag ben ik gezakt voor mijn examen met een zeer slechte cijferlijst. Jo Bode ook en Verboog en Net de Koning, Else Lignian, Gre Nieman, Tonny Hommersen en Jo Sterkman. We gaan met zijn allen nog een jaartje overdoen!

Zaterdag 14 augustus 1943

In de nacht van zaterdag/zondag hebben we een fuif gehad bij Tiny en Coos Halderman. Foto’s gemaakt en veel gedanst. Spelletjes gedaan waarin veel zoenen voorkwamen. Ook hebben we pandverbeurd. Toen Albert mij moest zoenen griezelde ik van hem. ’s Ochtends om half vijf hebben we een wandeling gemaakt: de Haarlemmermeer in. Ik werd doodmisselijk, want ik had vier surrogaat sigaretten van Herman Lançon opgerookt. Al met al was het een reuze leuke fuif. Goede platen hadden we ook. Zondags in Stoop’s hebben we half liggen pitten. Piet heeft ook nog leuke foto’s gemaakt.

Woensdagavond 28 juni 1944

[Vanaf november 1943 ontbreekt er een periode van zes maanden in het dagboek. Het is uit met Loek en Miep heeft nu verkering met Chris.]

Chris en ik hebben vanavond gewandeld. We hebben een ernstig gesprek gevoerd. Hij vertelde dat hij de volgende week vier dagen naar zijn grootouders zou gaan. Ik vond het niks leuk en vroeg hem waarom hij niet hier kon blijven. Dat was erg egoïstisch van me, maar ik kon er niks aan doen. De laatste tijd ben ik namelijk vreselijk uit mijn hum. Ik geloof dat het de het zenuwen zijn voor het examen. Woensdagmiddag ben ik met Ma naar de bios geweest (Wir machen Musik). Chris is gisteren met Piet Duinker naar De laatste der zes geweest.

Miep Diesel en haar vriend Chris.

Woensdag 12 juli 1944

’s Middags met Chris de stad in geweest. IJs gegeten bij Dirk Bakker en Tremonti. Daarna zijn we naar de uitslag van het examen geweest. Wil le Fèbre was geslaagd. Chris zei dat hij het vreselijk zou vinden als zij geslaagd was en ik zou zakken, want dat gunde hij haar niet. Vanavond is Chris ook nog geweest om me moed te geven voor het examen van morgen.

Donderdag 13 juli 1944

Vandaag examen. Eerste uur tekenen, ging behoorlijk. Ik had een tekening die we op school al gedaan hadden (7). Tweede uur Engels: ging heel goed (8). Ik had een reuzefijne vent. Derde uur aardrijkskunde. Hiervoor had ik een griezel van een vent. Ik dacht dat ik het erg verknoeid had maar op mijn lijst had ik een 7. Toen had ik een half uur vrij voor meetkunde. Toen ik buiten kwam stond Chris er. Hij had broodjes met paling voor me, die schat, en daar heb ik er een paar van opgegeten. ’t Begon tot overmaat van ramp te regenen en dus gingen we onder een boom in een klein zijweggetje schuilen. Chris heeft heel wat werk gehad om me weer wat moed in te spreken. Het algebra ging hopeloos. Ik maakte de stomste rekenfouten en had dan ook een 4. Toen had ik helemaal geen hoop meer. Van 13.00 tot 14.00 uur hadden we vrij en ben ik met Chris naar Vroom geweest. (Hij had tijdens het algebra bij de tramhalte op een bank zitten lezen.) Bij Vroom hebben we boven verder ons brood opgegeten en Chris heeft limonade besteld en twee soorten broodjes. Het was best lekker. Hierna had ik Duits. Dit ging moorddadig. Ik wist alles. Op het schriftelijk had ik het blijkbaar niet zo goed gedaan want ik had nog maar een 6. [Hierna volgen nog Nederlands, natuurkunde, natuurlijke historie, geschiedenis en Frans. Aan het einde van de dag blijkt ze geslaagd.] Het leek net of ik sliep. Ik snapte er nog niets van. Als in een droom legde ik mijn drie gulden voor het diploma neer.

Vrijdag 14 juli 1944

Chris is vandaag naar Zwolle voor eieren. Vanavond ben ik naar hem toe geweest en hebben we de eieren naar mijn huis gebracht.

Vrijdag 4 mei 1945

[Opnieuw ontbreekt een periode in het dagboek. Over die tijd vertelde Miep Diesel later wel aan haar dochter Hilde. Dat er geen gas of elektriciteit was om de huizen warm te houden. De familie had alleen een wonderkacheltje, waar met wat takjes hout op gekookt kan worden. Hoe ze over de provinciale weg liep naar de boeren verderop, om eten te kopen. Dat ze met een tulpenbol als lunch naar haar werk op kantoor liep. Het dagboek begint weer op 4 mei.]

Deze dag heeft ons eindelijk de lang begeerde vrede gebracht. ’s Avonds waren we alle drie al vroeg naar bed gegaan, want het was ontzettend koud en het wonderkacheltje brandde niet. Dus lagen we om half negen al met een mooi boek in bed. Om een uur of kwart over negen hoorden we een vreselijk lawaai buiten. Wij ons aangekleed en de straat opgerend. Het was vrede. Alle mensen stonden te gillen van vreugde. Het was enig. Er werd gehost en gezongen en de vlaggen werden ijlings in orde gebracht.

Dinsdag 8 mei 1945

Vanmiddag ben ik met Ma en Mevrouw Van Riet de stad in geweest. Toen we op de Grote Markt kwamen stonden er juist een paar Canadese auto’s stil. De Canadezen wenkten me, of ik erin kwam zitten. Met een heel stel anderen ben ik erop gekropen. Ik zat helemaal bovenop. De jongen die naast me zat, heb ik maar een arm gegeven, anders waren we eraf gerold. Op de Haarlemmerweg hebben ze ons afgezet, want ze moesten naar Amsterdam. Ik was doodmoe en zag er erg tegenop om dat hele eind terug te lopen. Gelukkig kwam ik Lucy, Guus, Bea, Rob en zijn meisje met nog een vriend tegen. Toen zijn we gearmd de tocht naar huis begonnen. Maar van Amsterdam af kwamen steeds nog meer Canadese auto’s. De meeste waren volgeladen met lui. Eindelijk kwam er dan toch een lege auto aan. Hij stopte. Lucy, Guus en Bea klommen erop, maar hij reed net voor onze neus weg. Even later konden wij met een andere auto meerijden. Er stonden drie Canadezen op. Een ervan was een engerd. Hij stond stiekem onder mijn rokken te wroeten. Ik dacht bij mezelf: ‘Wat ben ik in godsnaam begonnen.’ Maar een andere Canadees vroeg meteen aan me: ‘Do you love me?’ en ‘Come to me,’ en klopte uitnodigend naast zich. Toen ben ik naast hem op de kap gaan zitten en hij sloeg meteen zijn arm om me heen. Daar zijn die lui erg vlug mee.

Chris is bij de ondergrondse, al heel lang. Ik heb het nooit geweten want hij heeft het me nooit gezegd, omdat hij bang was dat ik erover zou spreken. Ik ben trots op hem, temeer daar hij er zo over heeft gezwegen terwijl ik hem het vuur zo aan de schenen gelegd heb. Dat was ook de reden dat hij zo weinig tijd voor me had.

Het dagboek van Miep Diesel eindigt op 12 mei 1945, al zal ze er een paar jaar later weer zo nu en dan in schrijven. Chris Willemse en Miep gaan uit elkaar in 1949. In 1951 ontmoet ze Nico van Garderen, met wie ze trouwt in 1952. Ze krijgen twee kinderen, Nicolaas Jan en Hilde Irene. Bakvis in oorlogstijd, Het dagboek van Miep Diesel werd bezorgd door Hannah Leuvelink en Garrelt Verhoeven, met een inleiding van Hilde van Garderen, en is uitgegeven door Uitgeverij Boom. Het volledige, handgeschreven dagboek is gedigitaliseerd en te bekijken op de website van het Noord-Hollands Archief in Haarlem, waar het originele manuscript wordt bewaard.

Bakvis in oorlogstijd, Het dagboek van Miep Diesel, Boom uitgevers, 208 blz, 20 euro