‘U bent toch de minister? U gaat over transparantie’

Kamerdebat Hawija Voor de vierde keer moest minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) zich verantwoorden over de burgerslachtoffers die vielen in Irak. Ze blijft aan, maar het vertrouwen in haar is laag.

De hele donderdag debatteerde de Tweede Kamer met minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) over de burgerslachtoffers die vielen in de Irakese stad Hawija.
De hele donderdag debatteerde de Tweede Kamer met minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) over de burgerslachtoffers die vielen in de Irakese stad Hawija. Foto David van Dam

Als ministers negen levens hebben, is minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) nu aan haar vijfde toe. Op het nippertje weliswaar: opnieuw werd op donderdagavond het vertrouwen in haar functioneren ter discussie gesteld. Een motie van wantrouwen werd door 69 Tweede Kamerleden gesteund, twee minder dan in november, toen Bijleveld ook een motie van wantrouwen tegen zich ingediend zag.

Daarmee overleeft Ank Bijleveld politiek, maar beschadigd is ze wel. De motie werd ingediend door SP’er Sadet Karabulut en gesteund door de hele oppositie, behalve de SGP, Wybren van Haga en Forum voor Democratie. Dat deze motie van wantrouwen voor de tweede maal brede steun kreeg, duidt op een diep wantrouwen jegens de minister dat ze in vier debatten niet heeft weten weg te nemen. Tegelijk brengt het voorlopig rust in een coalitie die vooral bezig is de coronacrisis te bestrijden.

De hele donderdag debatteerde de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de burgerslachtoffers die vielen in de Irakese stad Hawija. Tientallen burgers kwamen om door een luchtaanval van twee Nederlandse F-16’s, het precieze aantal doden is nooit vastgesteld. Nederland voerde dat bombardement uit als onderdeel van de internationale coalitie tegen IS, in de nacht van 2 op 3 juni 2015.

Lees ook het onderzoeksverhaal van NRC:De Nederlandse ‘precisiebom’ op een wapendepot van IS

In oktober onthulden NRC en NOS dat de aanval door Nederland werd uitgevoerd en dat er zeventig burgerdoden waren gevallen. Begin november moest Ank Bijleveld zich voor het eerst verantwoorden. Eind november werd ook premier Rutte (VVD) naar de Tweede Kamer geroepen en vlak voor Kerstmis moest de minister van Defensie voor een derde keer vragen beantwoorden, nadat er nieuwe informatie over de kwestie in de media was verschenen.

De aanleiding voor dit vierde debat zijn documenten die de Amerikaanse regering vrijgaf aan NRC en NOS, na een beroep op de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur. De rapporten die de Amerikanen wel aan journalisten gaven, kreeg de Kamer eerder niet van minister Bijleveld, ondanks stevig aandringen. Waarom krijgen journalisten wel, en de Kamer geen toegang tot relevantie informatie over de inzet van Nederland in de strijd tegen IS, vroegen veel Kamerleden zich af.

Over haar pogingen om die Amerikaanse informatie zelf openbaar te maken, zei Bijleveld via verschillende kanalen – politiek, diplomatiek en militair – druk te hebben uitgeoefend op haar Amerikaanse ambtgenoot, zonder resultaat. Ze vond het zelf ook „opmerkelijk” dat journalisten die informatie wel boven tafel kregen, maar had er ook begrip voor. „Wij zouden toch ook niet willen dat president Trump zomaar geheime Nederlandse informatie met de Amerikanen zou delen?”

Bijleveld kwam de Kamer aanvankelijk tegemoet. In eerdere debatten werd haar verweten niet deemoedig te zijn, nu stelde de minister zich nederig op. „Ik begrijp de gevoelens van onbegrip en ergernis”, zei ze. En: „In de toekomst zullen we het anders doen, transparanter zijn. We moeten binnen Defensie kritischer zijn op de informatie die we hebben en krijgen als we binnen een internationale coalitie optreden.”

Hand in eigen boezem

Maar die beterschap had Bijleveld in eerdere debatten ook beloofd en telkens kwam er via de media nieuwe informatie naar buiten. Over dat het aantal doden wél was meegeteld in de officiële rapporten van de Amerikanen over Hawija, bijvoorbeeld. „Een doofpot”, volgens SP’er Karabulut. Het duurde ook niet lang voordat Kamerleden geïrriteerd reageerden op de minister, die in haar antwoorden veel tijd besteedde aan algemene en al bekende informatie. „De minister steekt de hand in eigen boezem en dat is belangrijk”, constateerde Salima Belhaj (D66). „Maar we staan hier voor de vierde keer. Ik zou daarom wat specifieker antwoord op mijn vragen willen.”

Lees ook over de onjuiste en onvolledige informatie die Bijleveld en haar voorganger aan de Kamer gaven: Hawija: vijf jaar lang een patroon van onjuist en onvolledig informeren

Het debat begon met een vurig pleidooi van diezelfde Belhaj. Ze stelde een reeks kritische vragen aan Bijleveld, die door de meeste andere fracties werden gedeeld. Over de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Over de informatiepositie van de Nederlandse regering zelf, in internationaal verband. En over de slachtoffers. „Het is als een doos met puzzelstukjes die de minister nog eens extra schudt en die de Kamer dan zelf mag oplossen”, zei Belhaj over hoe de minister tot nu toe eerder verwarring dan duidelijkheid had geschept.

Ook maakte Belhaj meteen duidelijk over welke fundamentele vragen het hier gaat. Want dat er soms onschuldige slachtoffers vallen in een oorlog, daarvoor hebben de meeste partijen wel begrip. Maar om fouten in de toekomst te kunnen voorkomen, zei Belhaj, moet je eerst weten wat er is gebeurd. „Ik wil een gezonde relatie krijgen tussen Defensie, het parlement en de Nederlandse samenleving. Nederland moet volwassen worden als dingen misgaan met militaire missies.”

Want in essentie is dat waar veel van deze debatten om draaien: waarheidsvinding, ook naar zaken die het daglicht liever niet zien, kunnen volksvertegenwoordigers enkel doen wanneer zij toegang hebben en krijgen tot de juiste informatie. En als zij vertrouwen hebben dat de verantwoordelijke bewindspersoon er alles aan doet om daarin te voorzien.

In het verlengde daarvan was er veel aandacht voor de bondgenootschappelijke relatie met de Amerikanen. Chris Stoffer (SGP) zei zich „zachtjes uit te drukken” met de woorden dat de Nederlandse inlichtingenpositie, de informatiestroom tussen de VS en Nederland, „niet optimaal is”. Bram van Ojik (GroenLinks) vroeg zich af: „Hoe serieus nemen de Amerikanen ons eigenlijk?”

Bijleveld probeerde de relatie met de Kamer te smeren. „We zitten in hetzelfde schuitje”, zei ze. Ze benadrukte herhaaldelijk dat ze de Kamer altijd de informatie had verstrekt die ze had en kón geven. „We willen allebei hetzelfde: meer transparantie.” Van Ojik haalde daar een streep door. „U bent toch de minister? U gaat daarover.”

Breuk met het verleden

De toezeggingen van Bijleveld volgden pas tegen het eind van het debat, al waren het vooral herhalingen. Ze sprak over een „nieuwe norm” (die ze al in november introduceerde) als het gaat om transparantie. Als er een vermoeden is van burgerslachtoffers door Nederlands toedoen „en wij daar onderzoek naar instellen”, dan wordt de Tweede Kamer daarover „zo spoedig mogelijk geïnformeerd”. Als dat niet openbaar kan, dan vertrouwelijk.

Als dat in de praktijk wordt gebracht, zou dat een breuk met het verleden zijn. Evenals het besluit van Bijleveld om antwoord te geven op vragen van media, politiek of ngo’s „over een mogelijke betrokkenheid van Nederland bij specifieke aanvallen”. Ook zei Bijleveld dat de cultuur binnen Defensie moet veranderen. „Er moet niet naar binnen worden gekeken. Het is belangrijk voor het draagvlak.”

Echt spannend werd het debat niet, ondanks de weifelende houding van Bijleveld. Ze las haar teksten vooral voor, ging haperen zodra ze moest improviseren. Dat de SGP niet mee zou stemmen met een motie van wantrouwen, werd al vroeg in het debat duidelijk. En ook Thierry Baudet, die zo’n motie in november nog steunde, deed dat nu niet.

Wel bleef coalitiepartner D66 het hele debat lang kritisch. Vooraf had Belhaj gezegd niet uit te zijn op de val van een minister, maar vooral aan die waarheidsvinding te willen doen. Ze diende een motie in om de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) onderzoek te laten doen naar de burgerslachtoffers die vielen in Hawija.

Hoewel de OVV niet de bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar handelingen van de krijgsmacht in een gewapend conflict, beloofde Bijleveld met de OVV te overleggen, „zonder garanties”.

Die aangenomen motie betekende de politieke uitweg voor D66. Een gedegen onderzoek naar de toedracht van de gebeurtenissen, om op te diepen wat nog niet boven tafel ligt.

Ook voor Bijleveld was het een uitkomst. Ze behield voldoende steun en blijft minister – gemankeerd.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Hawija: de minister met vijf levens

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.