Truus en détresse

Standbeeld Amsterdam barst van de standbeelden. Vaak lopen of fietsen we er snel aan voorbij zonder echt te kijken, terwijl er toch zoveel moois tussen zit. De komende tijd staan we elke week even stil bij één standbeeld.

Foto Saskia van Loenen

Midden op het Begijnhof, een verscholen oase van rust tussen het Spui en de Kalverstraat, staat een standbeeld van een vrouw: Truus en détresse, ofwel ‘Truus in nood’; de vrouw zit zo droevig omdat de broer van het model net was overleden. Het beeld werd in 1959 gemaakt van brons door kunstenares Charlotte van Pallandt (1898-1997). Halverwege de jaren tachtig liet ze het beeld nogmaals maken, nu van steen. In 1990 werd het door de gemeente Amsterdam aangekocht en op het Begijnhof geplaatst.

De vrouw die model stond voor het beeld, Truus Trompert (1915-1977), inspireerde Van Pallandt twintig jaar lang. „Ze was ideaal voor me”, vertelt ze in het boek Truus Trompert, een leven als model van Henk Egbers, Ben Guntenaar en Evert van Uitert (1985); „elk van haar houdingen was een beeld. Er was iets dartels in de Truus-verbeeldingen, iets slanks en rijzends, de bewegingen van wat leeft en ademt”.

Truus Trompert was niet zomaar een model. „Ik ben misschien wel een paar duizend keer geportretteerd, geschilderd, getekend en gebeeldhouwd”, zegt ze in bovengenoemd boek. Ze was onder veel kunstenaars een geliefd model. Naast Pallandt stond ze model voor onder anderen Gerrit Jan van der Veen en John Raedecker. Deze laatste vereeuwigde haar als de Nederlandse maagd op het Nationaal Monument op de Dam.

Haar echte naam was overigens niet Truus, dat was Anna Sophia Maria Elisabeth, kortweg Fie. Buiten de kunstenaarswereld hadden modellen een twijfelachtige reputatie, daarom werden alle modellen op de kunstacademie uit discretie ‘Truus’ genoemd. „Mensen schijnen nu eenmaal te menen dat een model een slechte vrouw is”, merkte Trompert op. Ze voelde zelf dan ook haarfijn aan wanneer ze tijdens een poseersessie met dubbelzinnige ogen werd bekeken. „Maar je kan er precies zoveel last van hebben als je zelf wilt.”

Eind jaren zestig poseerde Truus voor het laatst. Het modellenbestaan was geen vetpot. Truus leed bittere armoede, zo zeer dat er een stichting werd opgericht om haar en haar collega’s te ondersteunen: Het Kunstenaarsmodel. De laatste jaren van haar leven ging het beter, toen ze eindelijk een uitkering kreeg dankzij het verzetsverleden van haar man Bernard Trompert. Op 1 april 1977 overleed ze, 62 jaar oud.