Opinie

Toch weer een waterlijk: het houdt nooit op

Column Amsterdam

Auke Kok

De foto kwam binnen als een klap. Het deed pijn aan de ogen, zo scherp en prozaïsch als het laken daar lag, aan de kade, met daaronder onmiskenbaar een menselijk lichaam. Een witte mummie aan het Oosterdok. Het gruwelijke beeld stond op parool.nl: een stoffelijk overschot op de rug gelegen, alsof het sliep, en aan de plassen ernaast was te zien dat het nog maar kort tevoren hier uit het water was gehaald. Naast de boot genaamd Vereeniging.

Politieagenten kleumden wat rond in de ochtendkilte bij hun busje, wachtend op forensische onderzoekers wellicht. Aandacht voor de ongelukkige onder het laken hadden ze verder niet – wat moesten ze ook? Hun werk was gedaan.

Ik ken die plek wel: er liggen vlak bij die bocht achter de muur van de IJ-tunnel oude schepen die dienstdoen als woning. Je kunt er vanaf Nemo handig richting de Prins Hendrikkade fietsen. Als je érgens het oud-Amsterdamse havengevoel kunt vinden, dan wel daar bij het Oosterdok, de plas bij het Scheepvaartmuseum.

De keerzijde van dat havengevoel zijn de waterlijken die er aan de oppervlakte komen.

Zo waren er velen die ten prooi vielen aan de sluipmoordenaar die ons geliefde water plotseling kan zijn

Overal in Amsterdam is water en overal vallen de mensen erin – ongeveer eens per maand met fatale gevolgen. Altijd is er stroming in de stad, vanuit de Amstel en het Amsterdam-Rijnkanaal richting het IJ en dan verder de Noordzee. Vooral de betreurden die ergens in de oude binnenstad uitgleden, of al plassend en beneveld hun evenwicht verloren, geduwd werden, er ten einde raad of verward in sprongen: vooral hún lichamen lopen grote kans uiteindelijk bij het Nemo te worden gevonden. Na enkele dagen onzichtbaar te hebben gereisd door het zwart van de grachten is het lichaam dankzij gasvorming in de buik als een ballon naar boven komen drijven.

Ook het stoffelijk overschot van wijnhandelaar Gijs Thio (40) werd in het Oosterdok gevonden, negen jaar geleden alweer. Veel waterdoden blijven anoniem, hun achtergronden vaak een raadsel. Dat laatste kan ook nu het geval zijn. Navraag bij de politie leert dat er geen geweldssporen zijn gevonden op het lichaam bij het Oosterdok; mogelijk dat de nabestaanden het hoe en waarom nooit zullen weten.

Vaak zijn het buitenlanders die – meestal verre van nuchter – te water raken. Ik herinner mij Paul Nolan-Miralles, de Spaans-Ierse medewerker van het Hard Rock Café op het Max Euweplein, en de Zweed Dennis Wittbom, en zo waren er velen die ten prooi vielen aan de sluipmoordenaar die ons geliefde water plotseling kan zijn. Dan zou je verwachten dat er dit voorjaar minder waterlijken zijn geteld dan normaal. Dat blijkt te kloppen. Hoe stiller de stad, hoe minder dood door verdrinking.

Des te droever dus het beeld van de eenzame witte figuur aan het Oosterdok, op het harde steen van de kade en achter zijn voeten het dreigend klotsende water. In tijden van corona lag het niet zo voor de hand, maar het gebeurde toch weer. Het houdt nooit eens op.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: Grachtenplasser in Kostverlorenvaart
Lees ook: Grachtenplasser in Kostverlorenvaart

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.