Reportage

Zie je eigen stad met nieuwe ogen

Wandelen Lopen door eigen stad laat je een vertrouwde omgeving met nieuwe ogen zien. Verrassende routes en verborgen plekken in vijf steden.

Een stukje platteland-in-de-stad in Utrecht.
Een stukje platteland-in-de-stad in Utrecht. Foto Daniël Niessen

Jarenlang woonde ik er vlakbij, maar ik heb dit stukje Utrecht pas net ontdekt, bij toeval, toen ik over de voormalige Oosterspoorweg wilde lopen. Mijn studentenhuis stond vroeger elke paar uur te schudden als er lange rijen tankwagons voorbijdenderden. Nu is het tracé van ‘de giflijn’ een wandel- en fietspad.

Om er te komen moest ik omlopen, sloeg een pad in tussen twee huizen, en stapte pardoes door de spiegel. Er stroomt een riviertje, knotwilgen aan twee kanten en een bruggetje eroverheen. Fruitbomen, een paar houten huisjes uit een ander tijdperk. In de stad die ik meende te kennen, blijkt een andere te zijn gevouwen.

Niet te ver, een blokje om, alleen om een frisse neus te halen, is de richtlijn. Een soort verbod, hoe dan ook benauwend. Maar gedwongen inzoomen opent soms ook onverwachte vergezichten, laat je een vertrouwde omgeving met nieuwe ogen zien.

Het riviertje is de Minstroom, die hier in de Middeleeuwen al liep als aftakking van de Kromme Rijn. En op deze vruchtbare grond aan de oostkant van Utrecht, tussen de twee zandwegen die nu Abstederdijk en Zonstraat heten, lagen vanouds de groente- en fruittuinen. Dit stukje platteland-in-de-stad is daarvan een restant, bewaard tussen de oostwaarts uitdijende stad.

De route langs de Minstroom in Utrecht

Het best bewaarde geheim blijkt het trouwens niet. Sinds 2013 al is het een beschermd stadsgezicht. Dat was een nieuwe overwinning voor de bewoners, die hun wijk in de vorige eeuw al eens redden toen een voortvarend stadsbestuur er een verkeersader naar het centrum had gepland. Die weg ging ten slotte niet door. „Hier rust het ongenoegen van de Oosterbuurt”, zegt een gevelsteen uit 1985.

Een paar dagen later ben ik er opnieuw; ik wil de Minstroom volgen, stroomopwaarts, al is dat een groot woord voor het wel heel kalm stromende groengrijze watertje dat uitmondt in de Tolsteegsingel en dat zijn oorsprong ergens bij Zeist moet hebben. Weer die verbluffende stap door de spiegel, stilte, het bruggetje. Over het water, meer dan een meter of twee breed kan het niet zijn, komt een man in een rode kano aanpeddelen.

Aagje Romijn is 72. Ze is hier vlakbij geboren en liep als kind elke ochtend langs de Minstroom naar school. Toen waren hier nog alleen tuindersbedrijven. Rode kool, winterspinazie. Nu woont ze zelf in de monumentale hovenierswoning van wat toen de Tuinen van Stroes heette, nu een lappendeken van volkstuintjes. De tuin rond haar eigen huis noemt ze „in deze tijd een paradijs”, waar ze haar kinderen en kleinkinderen kan blijven zien „op afstand”. Ze houdt van de ossentong met zijn kleine blauwe bloemetjes en het salomonszegel, die de zaak nu wel een beetje overnemen, want veel tuinieren doet ze niet. Haar man, díe had groene vingers. Achter de muur van de buren koeren zachtjes postduiven.

Denken en wandelen

Ik wandel verder langs het water, passeer dwarsstraatjes met kleine huizen, alleen te huur voor nette arbeidersgezinnen die lid waren van de Sint Aloysiusparochie. Langs die massieve kerk en dan over de Rembrandtkade met zijn flatwoningen in de stijl van de Amsterdamse school, onder de kastanjes die als waanzinnigen bloeien.

En dan sta ik opnieuw op het platteland. Achter een sluisje in de Minstroom opent zich een waterplas langs een dijk met meidoorns. Dit is Breukelen, niet Utrecht. Toch wel. De Zilveren Schaats heet dit water, naar de schaatsclub van vroeger. Maar het water is nog ouder en maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de negentiende-eeuwse verdedigingslinie van Naarden tot de Biesbosch, lees ik op een bord. Langs het dijkje liep een ‘gedekte weg’ die de Utrechtse forten De Bilt en Vossegat met elkaar verbond. Op het dijkje wonen nu ‘zelfruiende Maasduinschapen’ en vier bijenvolkeren.

Foto Daniël Niessen
Foto Daniël Niessen
De Minstroom in Utrecht.
Foto’s Daniël Niessen

Ik moet denken aan de keer dat ik door Parijs wandelde met Frédéric Gros, een filosoof die een boek had geschreven over denken en wandelen. „Het is moeilijk om in de stad de regelmaat te vinden die het geheim is van wandelen in de natuur”, zei hij. „In de stad moet je tekens lezen. In de bergen kom je mensen tegen die precies hetzelfde aan het doen zijn als jij: wandelen. Je hebt een bepaalde route gekozen. Je hebt je misschien bevrijd van de stadsherrie en de menigte, maar op een andere manier heb je jezelf vastgelegd. Wandelen in de stad en de natuur zijn twee verschillende stijlen van vrijheid.” Langs de Minstroom lopen die volkomen door elkaar.

Lees ook: Hoe je in een druk natuurgebied toch de rust kunt vinden

De kanoman heeft de plas nu ook bereikt. Hij kan doorpeddelen tot De Bilt of rechtsaf slaan, dan komt hij bij de Kromme Rijn waar hij zijn kano heeft gehuurd. Ik wil ook rechtsaf en neem een pad langs de achterkant van het grote revalidatiecentrum. Er hangt een gloednieuw straatnaambordje met ‘Zorgheldenplein’. Maar om de hoek loopt het pad dood. „Duh”, grijnst een man die achter een werkbank een voetprothese staat te maken. Dan maar een stukje over de parkeerplaats, langs de gedekte weg, die nu vierbaans is en ruist achter geluidsschermen. Bruggetje over en dan sta ik voor mijn geplande eindpunt: het Rietveld-Schröderhuis, de ‘woonmachine’ uit 1924 met zijn schuifwandjes en vele glas, waar binnen als buiten moest voelen. Toen was dit de rand van de stad. Vrij zicht over militair terrein. Het Werelderfgoedmonument is, zoals alles, ‘tijdelijk gesloten’.

Hieronder: Verrassende routes en plekken in vier andere steden: Deventer, Groningen, Den Haag en Breda.

Deventer Tuinen hoppen

Wie tegenwoordig door het wijkje loopt kan zich nauwelijks voorstellen dat hier ooit een sloopkogel boven hing. Het Noordenbergkwartier in Deventer - destijds verkrot en verpauperd - zou in de jaren 70 van de vorige eeuw met de grond gelijk worden gemaakt. Maar – mijn dank is groot – de bevolking kwam in opstand. Tussen de steegjes en straten in bevinden zich eeuwenoude tuinen die de argeloze winkelaar doorgaans over het hoofd ziet. Tegenover Theater Bouwkunde bijvoorbeeld: een serene kloostertuin, waar het goed boeken lezen is. En – bereikbaar via de Halvesteeg – een stadstuin met de mooiste boom van Deventer. Waarvan de takken overigens intussen bij uw correspondent naar binnen groeien. Zwaai gerust als u ’m komt bewonderen.

Groningen Langs generaties van de stad

Een wandeling over het Jaagpad langs het Reitdiep klinkt niet romantisch. Aan te prijzen is het normaal ook niet vanwege de jagende forenzen op e-bikes in kanariegele pakjes en de duizenden studenten die dagelijks in drommen langs het water de stad in en uit fietsen.

Maar nu is het stil en rustig. Al slingerend loop je vanaf de Noorderhaven, de oudste haven van de stad, langs de treurwilgen van het Noorderplantsoen langzaam langs generaties Groningen. Tussen het groen zie je de karakteristieke flats van de arbeiderswijken Paddepoel en Vinkhuizen, onderbroken door moderne wooncomplexen op oude fabrieksterreinen. En steeds maar langs het water, dat je de stad uit leidt over het dijkje richting het dorpje Dorkwerd, waarachter de uitgestrekte Groningse horizon opdoemt en de romantiek niet ver weg meer is.

Den Haag Volg de Haagse beek

Den Haag is een groene stad, keuze genoeg voor een rondje lopen. Maar wie nu eens niet naar het strand, de duinen, het Haagse Bos of het Zuiderpark wil – want dat bedenken alle Hagenaars – zijn er nog voldoende mogelijkheden. Volg bijvoorbeeld eens de Haagse Beek, het ergens in de Middeleeuwen gegraven waterkanaal dat duinwater transporteerde van Kijkduin naar het Binnenhof. De beek ligt er, voor wie goed kijkt, nog steeds (deels ondergronds) en kun je van bron tot Hofvijver lopen. De route van 12 kilometer is te vinden op wandelenindenhaag.nl. Of ga eens naar de Uithof, waar achter de IJsbaan Galloway-koeien in grote weilanden grazen, talloze vogels te vinden zijn én rust. Even doorlopen en je komt in Park Madestein, nog iets door en je loopt het hyacintenbos van Landgoed Ockenburg binnen.

Breda Kuieren door historie

Het liefst zouden we de wandelaar in Breda sturen naar de Willem Merkxtuin, een door middeleeuwse huizen omsloten plantsoen in de binnenstad, vernoemd naar een geliefd burgemeester uit de vorige eeuw. Helaas is de stiltetuin in coronatijd gesloten. Er is niettemin een aantrekkelijk alternatief op luttele meters afstand: de Kapucijnenhof. Overdag is de poort aan de Catharinastraat open en kun je, verwelkomd door een gouden regen, je vergapen aan monumentale panden en moderne appartementen ernaast, kuierend naar een verhoogd terras dat uitkijkt over het bekendste park van de stad, het Valkenberg. De Kapucijnenhof kent een kolossale historie, die onder meer blijkt uit een gedenksteen die vermeldt dat hier in 1831 de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen werd voorbereid. Er zijn minder fraaie plaatsen