Opinie

Opzeggen

Ellen Deckwitz

Gisteren ging ik hardlopen met mijn zus en toen ze na twee kilometer nog steeds keek alsof ze met haar hoofd in een bankschroef had geslapen vroeg ik maar eens of er wat aan de hand was. „Ik zie er zo tegenop om mijn sociale leven weer op te starten”, zei ze nors.

„Je hebt je de afgelopen weken te pletter geskypet!”

„Dat was een ander soort contact. Meer van haha, we houden de moed erin, laten we nog een kattenfilmpje kijken. Het ging niet echt de diepte in.”

„Omdat je elkaar via een scherm zag?”

„Nee, omdat de crisis je een excuus gaf om bepaalde zaken te laten rusten. Een kennisje had vlak voor de lockdown een aanvaring met een collega. Ze vergaderden beleefd via Zoom, maar praatten de boel niet uit. En nu ze deze week weer terug naar de werkvloer moest, was ze doodsbenauwd om hem weer te zien.”

„Hoe liep het af?”

„Ze heeft zich maandag voor de rest van de week ziek gemeld.”

„Zo.”

„Ik snap het ook wel. Vlak voor de quarantaine wilde ik H. eindelijk gaan aanspreken op zijn gedrag.”

Oeh, ja. Toen H.’s relatie vorig jaar uitging heeft mijn zus weken voor hem gezorgd. Luisteren, koken (want hij at niet meer), afleiden. Toen ze ontdekte dat H. haar vervolgens niet voor zijn verjaardag had uitgenodigd, was ze verbouwereerd. Blijkbaar fungeerde ze alleen maar als zakdoek. Enkele weken later had H. een terugval en hing hij weer huilend aan de lijn. Dat was voor haar de druppel. Ze zei dat ze moesten praten, prikten een datum, en toen kwam corona.

„Eigenlijk vond ik het wel lekker”, zei ze, „want ik had natuurlijk helemaal geen zin in dat gesprek, dat ook weer een drama zou worden. Hij belde ook niet, die voelde de bui al hangen. Het waren heerlijk zeurvrije weken.”

„Terwijl je hem best op anderhalve meter had kunnen vertellen waar je mee zat.”

„Ja ja, ik heb de crisis als smoes gebruikt”, snauwde ze. „Toen vorige week de versoepeling werd aangekondigd, appte H. meteen om af te spreken.”

„Balen”, zei ik.

„Het heftige is dat ik door de lockdown opeens de tijd had om naar onze band te kijken. Vijf weken geleden wilde ik de boel uitpraten, nu merk ik dat ik er veel sterker naar neig om de vriendschap op te zeggen.”

„Een lockdown door de lockdown.”

Ze was even stil en zei toen:

„Martin Luther King schreef eens dat we ons uiteindelijk niet meer zullen herinneren wat onze vijanden zeiden, maar hoe onze vrienden zwegen. Ik had nooit gedacht dat ik dat laatste ooit meer zou waarderen dan de vriendschap zelf.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.