Niet sexy maar wél bedreigd? Dan maakt Blijdorp plek voor je

Fokprogramma’s Blijdorp gaat weer open, en vlak voor de coronasluiting kwam de dierentuin met haar toekomstvisie. „Overleed een tijger, dan vroeg je eerst een andere dierentuin of ze er toevallig nog eentje over hadden.”

Mogelijk krijgen de olifanten meer ruimte
Mogelijk krijgen de olifanten meer ruimte Foto Walter Herfst

Mens én dier groeten extra enthousiast bij het passeren in Diergaarde Blijdorp. De neushoorn en haar jong, dat op hoge toon mekkerend achter moeder aanloopt, kijken wat verdwaasd en komen nieuwsgierig tot aan de muur van hun verblijf. Even verderop fatsoeneren twee heren het inmiddels overwoekerde gazon: hee, hallo! Hoe is het? „Wij als medewerkers missen jullie, maar de dieren zeker ook”, zegt Harald Schmidt, hoofd Dier en Plant, tijdens een rondleiding in een verlaten dierentuin.

Covid-19 kwam voor de dierentuin op een moeilijk moment. De sluiting door de crisismaatregelen kwam precies tien dagen nadat Blijdorp een ronkend persbericht verstuurde. De diergaarde presenteerde grootse plannen voor ruimere verblijven voor de olifanten en gorilla’s en voor renovatie van alle 21 rijksmonumenten, waaronder de Rivièrahal. Maar bovendien noemden ze als belangrijkste speerpunt: „onderzoeks- en fokprogramma’s, die bijdragen aan natuurbehoud.” Maar twee maanden sluiten betekent twee maanden geen inkomsten, terwijl de kosten van twee miljoen per maand gewoon doorlopen.

Gelukkig voor de dierentuin: op 20 mei gaat ‘de tuin’ weer officieel open. Al zal dat wel, in rijm met de overheidsrichtlijnen, stapsgewijs gaan en met een als-dan voorbehoud. Eérst de abonnementhouders, kijken of het gaat, dan de rest. Afgelopen weekend werd er getest met medewerkers, deze week trof Blijdorp de laatste voorbereidingen. Zwarte pijlen op de grond, hier en daar staat een tactische bloembak. De stoere rangerswagen bij het leeuwenverblijf is voorzien van een hekje: te gevaarlijk. „En nu hopen dat die kinderen niet al te assertief klimmen”, lacht Schmidt.

De zogenoemde Rutte-leguaan is ernstig bedreigd.

Foto Walter Herfst

Dood? Koop maar een nieuwe

„Dat wij expliciet kiezen voor natuurbehoud is niet nieuw,” zegt Schmidt. „We dúrven dat nu weer expliciet te benoemen en te communiceren naar de buitenwereld. Toen de gemeente haar subsidie grotendeels stopte, moesten we fors bezuinigen. Overleven werd prioriteit.” Gedachte daarachter: als je opdoekt kun je plant noch dier redden. Een aantal ‘iconen’ van de tuin verdween; medewerkers met een berg aan kennis. „Een voedingsexpert bijvoorbeeld, en een man die álles wist van reptielen.” Maar nu is Blijdorp „weer gezond”.

Zoeken we extra troost bij de dieren, nu we allemáál gekooid zijn?

Harald Schmidt werkt voor Diergaarde sinds 1996. Hij probeerde het als bankier, later als jurist, maar belandde uiteindelijk in de dierentuin via een open sollicitatie. Daar is hij op zijn plek, waar hij zegt als een goede vader alle dieren even lief te hebben. Nu is hij leidinggevende van „het hele clubje” en coördineert hij het internationale fokprogramma van de Aziatische olifant.

De aandacht voor natuurbehoud is niet nieuw, vertelt hij. Tot en met de jaren zeventig lag de nadruk van veel dierentuinen op vermaak: dieren tonen aan het bezoekend publiek, met name exotische of opvallende dieren. „Overleed een tijger, dan vroeg je eerst een andere dierentuin of ze er toevallig nog eentje over hadden. Zo niet, dan kocht je een nieuwe op de markt.” Begin jaren tachtig ontstond een verschuiving. „Het besef ontstond steeds meer dat kopen op de markt ethisch niet verantwoord is. Ook ondertekenden veel landen het CITES-verdrag in 1984 (internationaal verdag dat de handel in bedreigde dier- en plantsoorten reguleert, red.), wat het moeilijker maakte om zelf dieren in te voeren. Dus men moest wel.”

Bovendien richtte Blijdorp met onder meer Artis en de dierentuin in Antwerpen in 1992 een Europese dierentuinassociatie op, waarin ze afspraken zelf voor populaties te fokken. „Dat was een eerste stap richting zelfvoorziening: geen dieren meer uit het wild.” Kartrekker daarvan was de Rotterdamse voormalig directeur van Blijdorp van 1970 tot 1988, Dick van Dam – eerder Heineken-topman en groot liefhebber van dieren. Hij wilde inteelt onder zijn dieren voorkomen, en dat resulteerde rechtstreeks in de eerste fokprogramma’s die door Blijdorp werden gecoördineerd. Daarvan is de kleine panda een voorbeeld, evenals de Aziatische olifant. Later kwamen daar het Filipijnse Prins Alfredhert en recenter de Rüppelsgier bij. Ook doen 81 van de zeshonderd diersoorten in Blijdorp mee in een fokprogramma.

De paden worden verbreed zodat iedereen afstand kan houden.

Foto Walter Herfst

Minder sexy dieren

Wat merkt de bezoeker daarvan? „De populatie dieren verandert langzaamaan. Het aantal soorten zal krimpen, omdat verblijven groter worden door kennis die we opdoen met onderzoek. Tegelijkertijd weegt zwaarder mee dat dieren bedreigd worden, als we moeten kiezen tussen dieren. Ook de minder sexy dieren maken daardoor eerder kans op een plekje.” De huiskameel bijvoorbeeld: publiekslieveling, maar niet bepaald bedreigd en als kudde nemen de dieren wel een flinke lap grond voor hun rekening. „Die ruimte is misschien ook nuttig voor onze olifanten. Daar zullen we in de toekomst over moeten nadenken.”

Het belangrijkste bewijs voor ‘meer ruimte voor minder sexy dieren’, staat in het oceanium – normaal gesproken de plek waar het gegalm van gillende kinderen domineert, nu zoemt alleen de koeling. Blijdorp richtte een laboratorium-achtige hoek in voor (ernstig) bedreigde dieren waarvan reservepopulaties moeten worden opgebouwd, of waar wordt gefokt voor eventuele toekomstige uitzet. Daar zitten onder meer de zogenoemde Rutte-leguanen: Antilliaanse leguanen die met het regeringsvliegtuig naar Nederland zijn gekomen. „Kleiner, minder felgroen dan hun soortgenoten elders, maar in hun soort ernstig bedreigd. Dus kiezen wij voor dit dier.”

Het leefgebied van de La Palma tandkarper werd opgeofferd aan avocadoteelt

Foto Walter Herfst

Niet bepaald een ras-entertainer

Of, in hetzelfde labgedeelte, het terrarium van de vuursalamander, niet bepaald een ras-entertainer. Vanwege een schimmel in het leefgebied in Zuid-Limburg wordt de zwart-oranje salamandersoort ernstig bedreigd. Samen met Gaia Zoo in Kerkrade zette Blijdorp een reddingsprogramma op. Mooi om te zien, maar dan moet het beestje zich wel láten zien. Vooralsnog hangen er alleen foto’s als bewijs. „De helft van het jaar zitten ze in de koelkast voor hun winterrust. De andere helft houden ze ervan om zich te verstoppen.”

Lees ook Alleen de sexy dieren mogen mee, over de verbouwing van de dierentuin in Emmen

De oorzaak van de snelle toename van bedreigde populaties ligt bij wat Schmidt de „zesde massa-extinctie” noemt. De bekendste eerdere grote uitsterving is de ‘Krijt-Tertiair massa-extinctie’, toen onder meer de dinosauriërs uitstierven, ongeveer 66 miljoen jaar geleden. De zwaarste is de Perm-Trias massa-extinctie van 250 miljoen jaar geleden, waarbij 96 procent van alle organismen in de oceaan en 70 procent van de organismen op land uitstierven.

Het huidige uitsterven is met name veroorzaakte door de mens en de economische vooruitgang met de ontbossing die daarmee gepaard gaat. Even verderop, om de hoek bij de Rutte-leguanen, tsjirpen de zangvogels er lustig op los. Die zijn ook al in crisis. „In Indonesië betekent het status om een zangvogel in een kooitje te hebben en moet je er centen voor hebben, daardoor is de populatie wilde zangvogels daar in de afgelopen jaren met 95 procent afgenomen.”

De ernst van de zesde dierenuitsterfte mag niet onderschat worden, zegt Schmidt. „Vroeger stierven er in bepaalde fases ook dieren uit, de mammoet bijvoorbeeld. Maar tegenwoordig gaat het in een ongekend snel tempo. We hebben dieren in huis waarvan we tien jaar geleden dachten: moeten we die niet van de hand doen? In korte tijd bleken ze ernstig bedreigd.” Ziet hij het nog goedkomen met de biodiversiteit? Schmidt zucht. „Dat moet wel, anders kan ik net zo goed meteen stoppen met mijn werk.”

Dát is de drive van medewerkers in de dierentuin, zegt hij. „We horen steeds meer kritische geluiden over dieren in gevangenschap en dat wordt wellicht veroorzaak door dierentuinen die wat minder hun best doen. Daarom is het ook belangrijk dat men ziet dat het idee van aapjes kijken in Blijdorp achterhaald is. Zonder dierentuinen zou de biodiversiteit er nog slechter aan toe zijn.” Dáárom hangen in de dierentuin ook van die ‘belerende’ bordjes over plastic en overbevissing, zegt Schmidt. „We zijn met de jaren activistischer geworden, omdat de tijd dringt.”

Blijdorp fokt al langer met de bedreigde Rüppelsgieren

Foto Walter Herfst

Wakker liggen

Is het ambitieuze toekomstplan van Blijdorp nog uitvoerbaar, in deze tijd van Covid-19. Hoe harder de zon scheen, hoe pijnlijker de twee maanden sluiting werden. „Het was echt mooi weer, dat betekent normaal gesproken extra bezoekers. Die zijn we nu misgelopen.” Schmidt ligt er weleens wakker van. „We krijgen overheidsondersteuning, maar dat is niet dekkend. Dus we zijn verschrikkelijk blij dat we weer mensen kunnen verwelkomen.” Maar welke gevolgen het virus gaat hebben, valt nog niet te zeggen.

De verwachting is wel dat het aantal fokprogramma’s waarin de dierentuin participeert, verder stijgt. Ook een aantal dieren in het Oceanium zal daaraan meedoen, zoals de La Palma tandkarper uit Mexico, van wie het leefgebied verdween toen het meertje waar het in leefde werd leeggepompt voor bewatering van avocado’s. „We gaan waarschijnlijk richting de negentig programma’s, of vijf meer nog. Maar het hangt ook af van de toekomst; voor welke dieren uitsterving dreigt, kan in tien jaar heel anders zijn. Dan veranderen wij mee.”

En bovendien, zegt Schmidt, het is niet zo dat een masterplan hoe dan ook één op één wordt uitgevoerd. Dat was bij het vorige plan uit 1988 ook niet zo. Een plan is meer een schets van hoe de toekomst eruit zou moeten zien. „Bij verbouwingen van verblijven, om maar wat te noemen, moeten we rekening houden met het feit dat we in een monument zitten. En voor de renovaties van de rijksmonumenten is geld nodig van de overheid.”