Reinier van Zutphen, Nationale Ombudsman.

Foto David van Dam

Interview

Nationale Ombudsman ziet etnisch profileren in alle lagen van de overheid

Reinier van Zutphen, Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman, onderzoekt hoe de overheid omgaat met klachten over etnisch profileren. „De overheid moet zich van vooroordelen bewust zijn.”

Zijn witte notitieboekje – opdruk: ‘Het Parool’ – ligt binnen handbereik. Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman, draagt het tijdens de coronacrisis altijd met zich mee. Nu ligt het voor hem op tafel, in het hoofdkantoor in Den Haag. Hij noteert nauwgezet wat hij ziet, wat hij hoort, wat hij leest. Deze tijd, zegt Van Zutphen, onthult veel over de rijksoverheid. Zoals dat er de afgelopen coronamaanden opeens dingen wél kunnen, die daarvoor ook met hangen en wurgen niet mogelijk waren.

Hij zegt: „Neem het UWV. Van de ene op de andere dag kregen ze het voor elkaar ondernemers uit te betalen die in de problemen waren gekomen. Waarom kon dat niet in Groningen, waar we al vijf jaar bezig zijn aardbevingsschade te vergoeden? Terwijl de impact van de aardbevingen voor Groningers nog ernstiger is dan het coronavirus.”

Als dit maar geen tweede toeslagenaffaire wordt, zegt Van Zutphen ook. Want hoe gaat de overheid alles controleren? Kan een ondernemer boekhoudkundige documenten leveren? En zo niet: wordt hij dan als mogelijke fraudeur gezien? Zo ging het mis bij de toeslagen en zo dreigt het weer mis te gaan.

Lees ook over de toeslagenaffaire: Gedupeerde ouders zien ‘nul beweging’ bij de Belastingdienst

„We hebben al eerder grote groepen mensen als fraudeur aangewezen die het niet waren. Zo ruimhartig als het geld is gegeven, zo ruimhartig moet er achteraf worden beoordeeld. Er zullen vast een paar mensen zijn die de overheid pootje willen lichten, maar 99 procent niet.”

De overheid, zegt Van Zutphen, „geeft de burger nu veel vertrouwen. Rutte complimenteert hem ook nog eens. Het kán dus wel. Als je vertrouwen geeft, krijg je het terug. Als je bij controle achteraf opeens een heel andere houding aanneemt dan bij de toekenning, dan snapt niemand het meer.”

Wantrouwen tegen de burger

In de vijf jaar dat Reinier van Zutphen de Nationale Ombudsman is, hamert hij telkens op het steeds brozere vertrouwen tussen overheid en burger. De eerste verwacht steeds meer van de tweede, maar geeft de burger vervolgens weinig ruimte iets zelf te regelen. Waar de overheid zich terugtrok, door digitalisering, decentralisatie of bezuinigingen, groeide het wantrouwen tegen de burger. De overheid leek er te zijn om de burger te controleren.

In zijn jaarverslag, dat deze donderdag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, staat dat opnieuw: „Een vergissing is snel gemaakt. De overheid is er dan om te helpen, niet om de problemen met straffen te verergeren.”

Lees ook over de zorgen van de Ombudsman over decentralisatie: Wachten op klachten is geen optie meer

Dat jaarverslag zou eigenlijk in maart worden gepresenteerd, maar toen begon net de ‘intelligente lockdown’. Nu valt de publicatie samen met de week waarin de Belastingdienst toegeeft dat een tweede nationaliteit een officieel selectiecriterium was om te bepalen of er een verhoogde kans was op fraude. Zo werden 11.000 mensen extra gecontroleerd, omdat zij voldeden aan vijf criteria, waaronder een tweede nationaliteit. De Tweede Kamer wil een debat over etnisch profileren bij de Belastingdienst.

Onderzoek etnisch profileren

Van Zutphen beaamt dat de kwestie doet denken aan de ‘institutionele vooringenomenheid’ bij de Belastingdienst, die de commissie-Donner vorig jaar bij de toeslagenaffaire constateerde. De Ombudsman, die in 2017 het probleem met de kinderopvangtoeslag al onder de aandacht bracht, zegt „nauwgezet” te volgen hoe het kabinet reageert. Maar wat hem betreft wordt er breder gekeken dan alleen daar. „Want als het bij de Belastingdienst gebeurt, gebeurt het dan ook bij de SVB, UWV en gemeenten?”

Etnisch profileren komt voor in alle lagen van de overheid, constateert Van Zutphen. „Het zit in systemen die achter de deur van een computercentrum gegevens uitspugen. Het gaat via algoritmen. Wat mij interesseert, is wat mensen daar vervolgens mee doen. Daarom zijn we ook begonnen met een onderzoek naar de manier waarop de overheid met klachten over etnisch profileren omgaat. Daar zou de institutionele vooringenomenheid zeker ook kunnen zitten. In korte tijd hebben we 150 tot 200 meldingen gekregen.”

Waar komen klachten over etnisch profileren vooral vandaan?

„Vooral de politie is regelmatig aan de beurt. Agenten zijn heel zichtbaar, zij schrijven op straat de bon uit. Een gezin dat over straat loopt en wordt aangehouden met de melding dat er in de wijk wordt ingebroken. Omdat meneer een raar geruit jasje en een pet op heeft. Ander voorbeeld: de politie hield een man met Thaise ouders aan en zei over zijn rijgedrag: ‘Dat doe je maar in Thailand.’ Volgens de politie was dat een neutrale opmerking, wij hebben het uitgezocht en geconstateerd dat hier profilering plaatsvond.”

Lees ook over de ervaringen van mensen die vaak staande worden gehouden: Je kunt nooit bewijzen dat het aan je kleur ligt, maar zo voelt het zeker

Zijn dat incidenten of duiden die voorvallen op structurele misstanden?

„Die vooringenomenheid zit er bij veel mensen in. Iedereen barst van de vooronderstellingen en aannamen. Vaak is het ook praktisch, ik heb het ook bij de bakker of de buurman. Maar als je een overheidsfunctionaris bent, een rechter, politieman, aan het loket of bij de SVB werkt, dan moet je je van die vooroordelen bewust zijn. Ik geloof niet dat je ervan af kunt komen, je hebt ze. Maar je moet leren dat het bij je handelen in relatie tot de burger die op jou een beroep doet, geen rol mag spelen.”

Wat de Ombudsman vooral wil uitzoeken, is hoe er wordt omgegaan met een klacht. „Wat gebeurt er als je zegt: ‘Ik ben ten onrechte aangehouden omdat ik er op een bepaalde manier uitzie’? Wordt die klacht serieus genomen?”

Van Zutphen ziet wel verbetering. De politie werkt aan professionalisering van de klachtenbehandeling. Uitvoeringsinstanties nemen weer de telefoon op, in plaats van dat alles digitaal moet gaan. Zelfs bij de Belastingdienst signaleert hij „voortschrijdend inzicht”. Alleen wel altijd naar aanleiding van incidenten, en de kentering gaat langzaam.

Maar, zegt hij: „Ik blijf volhouden. Het enige wat ik heb is uithoudingsvermogen. En ik heb meer uithoudingsvermogen dan mensen denken.”