Multi-talent met sterk plichtsgevoel

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Hans Prade (1938-2020) bestreed corruptie in Suriname en was diplomaat, bestuurder, columnist.

Hans Prade begin dit jaar, op vakantie in Portugal.
Hans Prade begin dit jaar, op vakantie in Portugal. Foto’s archief familie Prade

De verslagen van de Surinaamse Rekenkamer werden eind jaren negentig ook door ‘gewone’ Surinamers gretig gelezen. Want Rekenkamer-voorzitter Hans Prade deed iets unieks. In columns in De Ware Tijd deed hij geregeld recht voor z’n raap verslag van bevindingen van de Rekenkamer. Het was de periode van corruptie onder de regering van president Jules Wijdenbosch, zoals betaling van smeergeld bij de bouw van een brug over de Surinamerivier door Ballast Nedam. In het jaarverslag 1997 citeerde Prade uit Leviticus: „Gij zult niet stelen, en gij zult niet liegen, gij zult elkander niet bedriegen.”

Hans Prade (links) en Kim Lan bij hun huwelijk in Leiden in 1959, rechts hun getuigen – de zus van de bruid en Prades vriend Ronald Venetiaan (de latere president van Suriname).

Hans Orlando Prade (81) overleed op 3 april. Hij was besmet met het coronavirus. De streaming van de rouwdienst was via YouTube en Apintie tv ook in Suriname te zien. „Hij was een van de slimste Surinamers”, zei zoon Hans jr. in zijn toespraak. Oud-president Ronald Venetiaan zei voor de radio dat Suriname juist vandaag „meer mensen als Hans Prade” nodig heeft. Een hint die iedereen begreep, nu het land door wanpraktijken van de regering-Bouterse in een diepe crisis zit.

Hans Prade groeide met nog vier kinderen op bij zijn Creoolse moeder aan de rand van Frimangron, de wijk in Paramaribo waar de eerste vrijgekochte slaven werden gehuisvest. De schoolvrienden Venetiaan en Prade mochten in 1955 vanwege hun bijzondere resultaten met een studiebeurs naar Nederland. Voor Prade ging die reis via Canada, waar hij als ‘beste padvinder’ van Suriname aan de Wereldjamboree mocht deelnemen.

In Oegstgeest deelde Prade met Venetiaan een appartement. De eerste studeerde geologie, de ander wis- en natuurkunde. Prade trouwde er met de Indonesische Kim Lan die in Leiden werkte en studeerde. Ze kregen er de eerste twee van hun vijf kinderen. „Als Hans weg was voor veldwerk, dan zag ik om naar het gezin”, vertelt Venetiaan. Ze waren bestuurslid van de Surinaamse Studenten Vereniging (SSV). „We vonden dat de studenten zich moesten richten op de ontwikkeling van de gemeenschap waar ze bij hoorden.” Teruggaan naar Suriname was vanzelfsprekend.

„Hans was niet alleen in woorden maar ook in daden een uitgesproken man”, zegt Venetiaan. In hun idealisme richtten ze de Nationale Volkspartij op, maar die kon niet op tegen de traditionele etnische partijen. Geologie was voor Prade een bewuste keuze geweest, in het besef dat Suriname rijk is aan grondstoffen. Vaak was hij in het binnenland om aardlagen in kaart te brengen. Hij werd hoofd van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst, later van landbouwonderzoekscentrum Celos. In 1969 werd hij het jongste parlementslid voor hervormingspartij PNP, die onder meer een eind wilde maken aan het cliëntelisme van de Creoolse politicus Jopie Pengel.

Hans Prade was een multi-talent dat alles aanpakte. Zoon Hans jr., ICT-ondernemer, herinnert zich het populaire tv-programma Teleweetjes, in de jaren zeventig, gepresenteerd door zijn vader. „Dat ging van astronomie tot de religies in Suriname.” Voor de radio presenteerde hij programma’s waarin luisteraars vragen stelden. Hij haalde diploma’s ‘bridgecoach’ en ‘voetbaloefenmeester’. En hij rondde de diplomaten-opleiding af. Zijn ambassadeurschap in Nederland begin jaren tachtig duurde maar kort, het militaire regime-Bouterse lustte hem niet. Als Zwembondvoorzitter droeg Prade daarna een steentje bij aan het Olympisch goud van Anthony Nesty (Seoul,1988): hij regelde geld voor trainingen in Amerika.

Het was niet zozeer ambitie die Prade dreef, veeleer plichtsgevoel en nieuwsgierigheid. „Hij wist heel veel en als hij iets niet wist ging-ie echt studeren en zei dan ‘leer het mij’”, zegt zoon Thomas.

Toen Prade in 1988 voorzitter van de Rekenkamer werd, was Venetiaan minister. Hans jr. herinnert zich dat Venetiaan (voor hem ‘oom Ronald’) vertelde ook weleens van Hans Prade „op zijn donder” te hebben gekregen. Venetiaan dacht dan met een glimlach aan een wijsheid van Prade in het Sranantongo: „Hans zei dan san naf joe naf joe, san naf mi naf mi.” Oftewel: ieder zijn rol.

Eind 1997 wilde Bouterses partij via een motie van de lastpost af. Prade vocht dit met succes aan bij de rechter. Hij vervulde immers zijn wettelijke taak. Kort daarop vertrok hij alsnog, om met zijn vrouw bij de kinderen in Nederland te zijn. Dochter Esther maakte hierover voor de VPRO de documentaire Prade woont niet meer hier.

In een Hollands Dagboek voor NRC Handelsblad spoorde hij in 2000 zijn tot president gekozen vriend Venetiaan aan corruptelingen aan te pakken: „In zijn vorige periode [1991-1996] had hij het volk laten weten dat hij omringd was door tarantula’s. Laat weten wie de gifspuiters zijn.”

Omdat hij niet kon leven van z’n Surinaamse pensioen, werkte Prade nog voor de Nederlandse Rekenkamer, ook om Rekenkamers in Afrika te versterken. Hij had vele bestuurlijke functies en een column voor Radio Rijnmond. „Zijn filosofie was dat je je taak moet doen”, zegt Hans jr.

De laatste jaren voelde hij het gemis van zijn in 2016 overleden vrouw. In het Surinaamse maandblad Parbode sprak hij van een „treurig leven”. Volgens de interviewer was hij nog „de woordkunstenaar met heldere stem” van vroeger. Tot de lockdown was Prade vrijwilliger in verpleeghuis Pniël, bij hem om de hoek in Kralingen.