Hoe de vibrator een schattig paars designobject werd

Over Seks Milou van Rossum voegt het woord bij de daad. Deze week: seksspeeltjes (2).

Illustratie Merel Corduwener

Google ‘vibrator’ en je scherm vult zich met paarse en felroze voorwerpen in vriendelijke, afgeronde vormen – als je niet wist waarnaar je kijkt, zou je sommige nooit in verband hebben gebracht met seks.

Reeds de oude Grieken beeldden dildo’s af, en in 2005 werden in een grot bij het Duitse Ulm fragmenten van een stenen fallus gevonden, die vermoedelijk zo’n 28.000 jaar oud is.

De trillende variant werd uitgevonden rond 1880. Maar toen Hanni Jagtman een kleine 110 jaar later op zoek ging naar vibrators om aan te bieden in de postordercatalogus van Mail & Female, de eerste Nederlandse aanbieder van seksartikelen die zich op vrouwen richtte, moest ze lang zoeken om geschikte exemplaren te kunnen vinden. In de Amsterdamse groothandel waar „iedereen zijn boodschappen deed” lagen in de schappen vooral harde vibrators die nauwelijks trilden, en realistische dildo’s, „hoe groter hoe beter”, met aderen erop. Uiteindelijk vond ze in Brabant een ‘mannetje’ dat Japanse schilderijlijsten verkocht en als handeltje erbij Japanse vibrators importeerde: de in begin jaren tachtig gelanceerde Tarzan, ook wel Rabbit genoemd, een vrolijk gekleurde, zachte vibrator in penisvorm met apart ‘armpje’ met dierenkopje voor de stimulatie van de clitoris, alsook de harde witte geribbelde vibrator die je destijds als ‘massagestaaf’ kon vinden in de Wehkamp-catalogus (het fotomodel op de doos hield hem tegen haar wang) en die volgens Jagtman fantastisch was.

Dat de vibrators van nu weinig meer lijken op die van rond 1990, is voor een groot deel te danken aan de Duitse ingenieur Dirk Bauer en zijn zakenpartner. Op verzoek van een lesbisch stel ontwikkelden zij een vibrator die nou eens niet op een penis leek. Ze kozen voor een dolfijn, „een dier dat niemand kwaad doet en een functionele vorm heeft”, al leek het resultaat eerst meer op een pinguïn. Het ontwerp leidde in 1996 tot een bedrijf, Fun Factory. Nadat de dolfijn, zoals Bauer zegt, „de markt had opengebroken”, werden de vormen abstracter. Fun Factory, dat ook bekend werd dankzij de modieuze kleuren, was het eerste merk dat seksspeeltjes van veilige medische siliconen maakte.

Het Zweedse Lelo (2003) ging nog een stapje verder en maakte van vibrators chique designobjecten, net als bijvoorbeeld het Britse Je Joue (2008) en het Japanse Iroha (2013). Dat laatste onderscheidt zich ook doordat de producten ‘kussenzacht’ zijn.

De meest recente grote verniewing op het gebied van seksspeelgoed voor vrouwen komt wederom van een Duitser, de inmiddels gepensioneerde uitvinder Michael Lenke, die eerder een manier vond om kleine zonnebloemen te kweken (is opgepikt) en een waarschuwingssignaal voor aardbevingen ontwikkelde (dit niet). Hij en zijn vrouw kwamen een onderzoek tegen waarin werd gesteld dat de helft van de vrouwen nooit of zelden een orgasme had, en dat stimulatie van de clitoris vaak te hard werd bevonden. Zo kwam hij op het idee luchtdruk te gebruiken. Zijn eerste versie maakte gebruik van een aquariumpomp.

Bol object

De Womanizer, zoals het echtpaar de uitvinding doopte, lijkt in niets meer op de klassieke vibrator; het is een bol object met aan het eind een opening die rondom de clitoris moet worden geplaatst, waarachter een membraan aan het trillen is. Het apparaatje kwam in 2014 op de markt, maar werd pas drie jaar geleden, toen de Lenkes het bedrijf hadden verkocht aan de huidige eigenaar, een wereldwijd succes. Dat had te maken met marketing, maar ook met vormgeving: een meer ergonomische vorm, en effen kleuren in plaats van een luipaardprint.

Lees ook: Wat je nog niet wist over seks

Inmiddels is de schattigheid bij seksspeelgoed voor vrouwen zo ver doorgevoerd, dat Hanni Jagtman bij producenten heeft aangedrongen op wat meer realisme – ook in haar Mail & Female is het een inmiddels een mer à boire van onschuldig ogende abstractie. „Het gaat natuurlijk om bevrediging en niet om de penis, maar het blijft voor veel vrouwen een heel aantrekkelijke vorm, die de fantasie toch meer prikkelt meer dan zo’n bol paars dingetje.”

In de mailbox blijven brieven over pijpen binnenkomen, alsook over de vrouwelijke variant, beffen. Volgende week daarom verder met orale seks, aan de hand van twee nieuwe vragen. Een lezer die een vriendin heeft die niet graag orale seks ontvangt omdat ze het ‘irritant’ vindt, wil weten of dat vaker voorkomt. En een lezeres vraagt zich af of zij de enige is die heeft moeten leren van beffen te houden – bij haar gebeurde dat pas op haar 60ste.

Meepraten? Mail naar seks@nrc.nl