Brieven

Geschiedenis

Met historische kennis kijk je anders naar de actualiteit

Foto ANP

Bastiaan Bommeljé veegt cynisch de vloer aan met de vier hooggeleerde collega-historici die er in NRC voor pleitten om historici te betrekken bij het regeringsberaad over de coronacrisis, omdat die vanuit hun professie „een diepe blik in tijd en ruimte hebben” en daarom lessen uit het verleden kunnen toepassen (Historicus is geen therapeut, 12/5). Volgens Bommeljé onzin, omdat de geschiedenis gaat om de studie van het verleden, en dat verleden geen bruikbare lessen leert voor hedendaags overheidsbestuur. Hij maakt een kwalijke vergelijking met de historici die in de jaren 1933-1945 de Duitse overheid adviseerden dat bepaalde groepen geschiedkundig gezien minderwaardig waren. Mij is lang geleden in mijn eerste college geschiedenis door de Utrechtse hoogleraar J.C. Boogman ingeprent dat de geschiedenis zich inderdaad niet herhaalt. Hij zei daar wel meteen bij dat de kennis van het verleden onmisbaar is voor het begrijpen van het heden en het maken van plannen voor de toekomst. En zo heb ik mijn prachtige vak ook ervaren. Het is respectloze onzin om te beweren dat deze historici geen kijk op de toekomst kunnen hebben die nuttig is voor het beleid, en alleen uit zouden zijn op een plek aan de dagelijkse praattafels. Beatrice de Graaf is dankzij haar onderzoek naar de geschiedenis van de terreur juist in staat om anders naar actuele problemen te kijken dan de doorsnee beleidsmaker. En wat te denken van historicus Rob Bakker die recent een indrukwekkende studie publiceerde over de collaboratie van de overheid in de oorlog. Zulke historici hebben wel degelijk de door Bommeljé gesmade andere kijk op de toekomst. Over hun rol kun je discussiëren, maar niet op deze respectloze manier. Ik weet nog goed dat ik van mijn moeder mijn eerste Franse zinnetje leerde, dat vertaald luidt: het is de toon die de muziek maakt.


historicus