Opinie

Verheugplezier: Juist nú is het leuk om niet enkel in het nu te leven

Verheugen Floor Rusman gaat niet op vakantie naar Italië. Ook zonder concrete plannen kun je ergens naar uitzien. Het gevoel dat iets bijna gebeurt is misschien wel het beste dat er is.

Illustratie Sharon Coone

De lucht is uitzinnig blauw boven de smalle autoweg in de Italiaanse Alpen. Het asfalt van de Strada del Passo dello Stelvio is hier en daar een beetje gebarsten, maar dat maakt voor mij niet uit – ik zoef soepel voorwaarts richting de Ortler, de 3905 meter hoge berg die zich in de verte verheft. Ik passeer een camper, vlak voor de bocht. Een tijdje zit ik wat motorrijders op de hielen, ik haal in, en dan glijd ik het piepkleine dorpje Trafoi binnen.

Het is anders dan anders, dit Google Street View-ritje. Normaal gesproken word ik er alleen maar ontzettend uitgelaten van, alsof ik een dopaminespuit in mijn arm heb gezet. Maar dit keer maakt het me ook een beetje weemoedig. Dat is, zoals zoveel dingen, de schuld van corona.

Deze zomer zou ik net als de vorige zomers naar de Alpen gaan om te wandelen. Nu gaat dat waarschijnlijk niet door. ‘Er zijn ergere dingen’, zeg ik tegen mezelf, maar gek genoeg helpt dat niet. Ik denk steeds aan hoe de lucht ruikt in de bergen, aan hoe het water klettert in zo’n houten bak die buiten bij berghutten staat, en hoe het dan, als de bak overstroomt, tussen de stenen door wegsijpelt.

Een jaar telt 52 weken, één ervan spendeer ik gewoonlijk in de bergen. Waarom vind ik het zo erg dat die ene week nu ook daarbuiten zal worden doorgebracht – die andere 51 weken zijn toch ook best aangenaam?

Maar dit is geen eerlijke voorstelling van zaken. Die 51 weken dat ik niet in de bergen ben, doe ik namelijk iets anders heel leuks: me verheugen op in de bergen zijn. Ik zoek alvast een camping voor volgend jaar, ik kijk op wandelkaarten en stippel tochten uit, ik koop extra sokken en sneldrogende shirts. Met mijn wandelgenoten maak ik voorspellingen over hoe het dit jaar zal gaan: wie in de kopgroep zullen lopen, wie de flessen rosé koud zal leggen in de rivier.

En ik rijd dus met Google Street View door de bergen. Ik verken het dorp waar we heengaan, en als ik dat helemaal ken, ook de andere dorpen in de omgeving en alle wegen ertussenin. Zo zweef ik nu ook over de Strada del Passo dello Stelvio, ook al weet ik dit keer niet hoe lang het gaat duren voor ik er echt zal rijden.

Iets beneden de weg zie ik het kerkje van Trafoi: het ligt er gek bij, een beetje verloren zo midden in het gras. Mijn allereerste bergwandelvakantie, bijna twintig jaar geleden, was ook hier in Trafoi. Na het wandelen kreeg ik een Ritter Sport-reep van mijn ouders, met witte chocola en hazelnoten. Die had je toen nog niet in Nederland. Ongelooflijk, hoezeer ik me daarna kon verheugen op een volgende vakantie naar Ritter Sport-gebied.

Zich verheugen’ is een leuke term, je hebt hem niet in alle talen. In het Engels bijvoorbeeld komt ‘looking forward to’ het dichtst bij, maar dat zou ik eerder vertalen als ‘uitkijken naar’. In verheugen zit al iets van de blijdschap inbegrepen.

Van alle soorten mensen zijn kinderen het best in zich verheugen. Uitkijken naar Sinterklaas, een verjaardag of simpelweg een ijsje kan immense proporties aannemen. Mijn vader begreep dit en hing daarom elke maandag een overzichtje op de ijskast met wat er die week op het menu stond. Zag ik dat we donderdag lasagne zouden eten, dan stond de tussenliggende tijd al in het teken van dit festijn. Een simpele ingreep: het kwartier eetplezier dat lasagne oplevert kan zo worden aangevuld met vier dagen verheugplezier.

Als we ouder worden , verliezen we iets van die verheugvaardigheid. Ons vermogen tot fantaseren is kleiner, waardoor toekomstige gebeurtenissen minder magisch lijken. De nieuwigheid gaat ook van de dingen af: de vijfde keer dat je jarig bent voelt het nog spannend, de dertigste keer niet meer zo. Bovendien lijkt de tijd sneller te gaan, waardoor het wachten minder eindeloos lijkt. Voor een kind kan de tijd in de aanloop naar iets leuks soms dramatisch vertragen, zoals een midgetgolfbal op zijn doel af kan kachelen zonder er ooit te arriveren.

Het is jammer dat we er minder goed in worden, maar voor volwassenen geldt nog steeds dat verheugen het plezier vermeerdert. Ik moet denken aan Simon Carmiggelt, die in gefictionaliseerde vorm schreef over de bezoekjes aan zijn minnares Renate Rubinstein: „Om twee uur precies aanbellen, geen seconde eerder, zo was ze nu eenmaal. Maar een verliefde man is ongeduldig. Ik was altijd ruim een uur te vroeg en dan ging ik hier, in het parkje, wachten tot ik aan mocht bellen. Eigenlijk waren dat mooie uren. Ik was bijna bij haar.”

Het gevoel dat iets bijna gebeurt is misschien wel het beste dat er is. Je weet dat het gaat plaatsvinden en tegelijk ligt alles nog open.

Ik ben met maar liefst drie mensen niet naar Wenen gegaan, en met twee niet naar Lissabon

Dat geldt trouwens niet alleen voor afspraakjes en vakanties, maar ook voor grotere gebeurtenissen. Als dertienjarige schreef ik in mijn dagboek dat dertien waarschijnlijk de perfecte leeftijd was, juist omdat er nog niks gebeurde. Mijn leven bestond uit huiswerk maken, bellen met vriendinnen en luisteren naar de Beach Boys (ik had een atypische smaak voor een puber in 1999). Maar het bestond óók uit anticipatie: juist omdat ik nog geen eerste zoen had gehad, kon ik me duizend eerste zoenen inbeelden.

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma beschrijft iets vergelijkbaars in zijn roman Liefde en straatvuil. De hoofdpersoon mijmert dat hij liever nog niet met de liefde van zijn leven is; hij prefereert het idee dat ‘de ware ontmoeting’ hem nog te wachten staat. „Iets weerhoudt je ervan om te aanvaarden dat je leven op zijn allerwezenlijkste punt is afgerond, dat je hoop in vervulling is gegaan. Je stribbelt tegen de dood onder ogen te zien, maar nauwelijks iets brengt die dood zo dichtbij als een vervulde liefde.” Ook hij verkiest de open toekomst die hoort bij het verheugen.

Je kunt Ivan Klíma’s hoofdpersoon en de dertienjarige Floor Rusman enorm dramatische types vinden (en dan heb je gelijk), maar ze tonen wel waarom verheugen zo aantrekkelijk is: zolang een gebeurtenis nog niet is aangebroken, hoef je niet bezig te zijn met het aflopen ervan. Op Street View reis ik ook altijd naar de plaats van bestemming toe, niet ervandaan. Er is niks leuks aan de bergen uitrijden.

Lees ook: Kunnen Europeanen op zomervakantie?

Vandaag heb ik Trafoi benaderd vanuit het noorden, door Duitsland en Oostenrijk. Dat wil zeggen dat ik de draad weer oppakte bij de Italiaanse grens: grote delen van Duitsland en Oostenrijk staan niet op Google Street View, omdat bewoners protesteerden tegen privacyschending door de Street View-fotografen. Vanaf de grens is alles weer in beeld gebracht, te beginnen bij de niet bijzonder gezellig ogende pizzeria Hans, tevens ‘Motorrad-Cafe’. Een van de redenen dat ik naar Zuid-Tirol wilde is de hybride identiteit van het gebied: het hoort bij Italië, maar de voertaal is Duits. Je vindt hier pasta én Kaiserschmarrn op het menu. Terwijl de bergen links en rechts langs me flitsen, denk ik aan alle borden Kaiserschmarrn die ik al gegeten heb en aan alle borden die nog in het verschiet liggen.

Verheugen, of anticipatie, heeft wel wat gemeen met nostalgie. Beide gaan over het verlangen ergens anders te zijn dan in het nu. Strokes-zanger Julian Casablancas noemde het leven in een (verder nogal vreemd) interview in The Washington Post een ‘nostalgie-anticipatie-sandwich’, waarbij het nu een haast onopgemerkt momentje is tussen verwachtingen en terugblikken. We maken het amper mee, zegt hij.

Misschien heeft hij gelijk, en misschien is dat erg. Aan de andere kant: wat is dat ‘nu’ eigenlijk? Als je het strikt opvat is het niet meer dan een verzameling indrukken van je directe omgeving op een bepaald moment. De rest is terugkijken en anticiperen. Precies daarom is mindfulness zo moeilijk: probeer beide dingen maar eens niet te doen!

Je kunt ‘het nu’ ook breder opvatten en beschouwen als ons dagelijks leven op dit moment. Ook dan zie ik geen reden er al te veel in rond te hangen, aangezien het voor de meeste mensen momenteel bestaat uit videobellen, onlinewinkelen, binge-eten en netflixen. Juist nu is het leuk om niet enkel in het nu te zijn, maar ons te verheugen op wat komen gaat.

Het is handig om dat verheugen te zien als een activiteit op zich: een die ook leuk is als het verlangen niet snel wordt ingelost. Dat is moeilijk, zeker als je je had verheugd op iets wat binnen handbereik leek, zoals de aanstaande zomervakantie.

Illustratie Sharon Coone

Zelf had ik me al een beetje in getraind in dat verheugen-zonder-datumprikker. Ik lees graag recepten, recensies en reisgidsen, niet met het doel het beschrevene echt te ervaren, maar alleen om te fantaseren over de mogelijkheid dat te doen. Zo heb ik al vijf keer bijna een rabarbertaart gemaakt waarvoor ik het recept heb rondslingeren. Ik heb niet zoveel haast met het daadwerkelijk maken van de taart. Wat nou als die tegenvalt? Nu heb ik tenminste nog het idee dat ik een geweldige rabarbertaart zou kunnen maken, als ik zin had.

En zo zijn er ook heel wat tripjes waarop ik heb geanticipeerd zonder ze te maken. Ik ben met maar liefst drie mensen niet naar Wenen gegaan, en met twee niet naar Lissabon. We fantaseerden, bekeken foto’s, wikten en wogen en boekten geen tickets. Ik ben nog steeds heel benieuwd hoe Wenen en Lissabon in het echt zijn. Misschien ga ik er nog wel eens heen.

Maar eerst: verder toeren door Zuid-Tirol. Ik sla een zijweggetje in naar de camping. Bij de afslag wijst een tweetalig bord de weg naar een bedevaartsoord aan de rivier: ‘Drei Brunnen / Tre fontane’. Ik passeer de camping, waaraan je vanaf de weg niet zoveel kunt zien, en de drei Brunnen. Het weggetje kronkelt omlaag, naar de rivierbedding. De zon laat de naaldbomen scherp afgetekende schaduwen werpen op het gras en het asfalt. Ik kan de naalden bijna ruiken.

Lees ook: Zie je eigen stad met nieuwe ogen

Aan het einde van de weg zit een duo op een rots langs de rivier. De man en de vrouw dragen korte broeken en ze kijken op, een beetje onnozel lijkt het. Zij weten nog van niks. Ze zijn Adam en Eva in het paradijs, maar dan in duffe wandeloutfits.

Het is moeilijk voor te stellen dat ik er ook weer zo bij zal zitten. Ineengezakt op een rots na de wandeling: moe, bezweet, verlangend naar een koud biertje op de camping. Maar het zal gebeuren, en daarom stemt dit reisje niet alleen weemoedig.