Necrologie

Een vriend van alle mussen ter wereld

James Denis Summers-Smith (1920-2020) | Ornitholoog Hij reisde naar alle continenten om mussen te bestuderen. Zijn hoop op een zonnige toekomst voor de huismus kwam niet uit.

James Denis Summers-Smith op een foto uit 2019. In het buitenland wekte hij vaak argwaan bij autoriteiten als hij door zijn verrekijker tuurde.
James Denis Summers-Smith op een foto uit 2019. In het buitenland wekte hij vaak argwaan bij autoriteiten als hij door zijn verrekijker tuurde. Foto Stuart Worton

Op 5 mei overleed op 99-jarige leeftijd James Denis Summers-Smith. Deze in Glasgow geboren werktuigbouwkundig ingenieur bewees dat ook een amateur-ornitholoog wetenschap op niveau kan bedrijven. Denis, zoals hij het liefst genoemd werd, begon 73 jaar geleden met het bestuderen van de huismussen in zijn achtertuin in Highclere in het Britse graafschap Hampshire. David Lack en Niko Tinbergen, grootheden in de vogelkunde, stimuleerden hem om mussen met kleurringen individueel herkenbaar te maken en ze nauwgezet te observeren.

Dat deed hij en zo groeide hij uit tot een autoriteit op het gebied van mussen. Niet alleen van Passer domesticus, de soort die in het voetspoor van de mens evolueerde tot de succesvolste vogelsoort ter wereld, maar ook van alle vertegenwoordigers van de vogelfamilie die volgens zijn eigen standaardwerk The Sparrows (1988) wereldwijd uit 20 soorten bestaat. Zijn mussenkennis is terug te vinden in talloze tijdschriftpublicaties en in vier andere boeken die hij schreef, waaronder de klassieke monografie The House Sparrow uit 1963 en het luchtige On Sparrows and Man uit 2005.

Geen mus op Antarctica

Zelf was Denis beslist geen huismus. Om zijn studieobjecten in hun natuurlijke omgeving te bestuderen reisde hij naar zeventig landen verspreid over alle continenten – behalve Antarctica, omdat daar geen mussen voorkomen. Hij ging daarbij ver, zelfs 340 meter diep in een kolenmijn in Yorkshire waar een paartje huismussen zich had gevestigd (en broedde!), of naar ruige gebieden zoals Ethiopië waar zijn vaste metgezel, zijn eerste vrouw Margaret, onverwacht aan een hartaanval stierf en ter plaatse begraven moest worden.

Turend door zijn verrekijker kwam hij regelmatig in aanraking met onbegrip over zijn (goede) bedoelingen, maar door zijn innemende persoonlijkheid en gevoel voor humor redde hij zich uit vele netelige situaties: „Despite being a Scot it sometimes pays to hide under the cloak of the mad Englishman abroad”, schreef hij in zijn autobiografische boek In Search of Sparrows (1992).

Met zichtbare pret in zijn ogen bekeek hij in Rotterdam de Dominomus

Ik leerde Denis kennen toen we in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam de ‘Dominomus’ wisten te bemachtigen. Hij wilde alles weten over de huismus die het verstoren van het televisieprogramma Domino D-Day met de dood moest bekopen en was vooral geïnteresseerd in de massale ophef die daarover was ontstaan. Ondanks zijn gevorderde leeftijd kwam hij in november 2006 naar Rotterdam om De Grote Huismus Tentoonstelling te openen, samen met erkend mussenliefhebber Margreet Dolman. Met zichtbare pret in zijn ogen bekeek hij naast de Dominomus andere beroemde opgezette mussen, waaronder de ‘Freedom Sparrow’ – het piepjonge vogeltje dat op 4 juli 1981 (Onafhankelijkheidsdag in de VS) vanuit Los Angeles met PanAm vlucht 811 Sydney wist te bereiken.

Denis studeerde metallurgie in Glasgow en promoveerde vlak na de Tweede Wereldoorlog op een highly confidential onderwerp – het had te maken met kernenergie – aan de Universiteit van Reading. Uiteindelijk richtte hij zich op de wrijvingskunde en was het grootste deel van zijn werkzame leven in dienst van chemiegigant ICI. Hij kreeg daar de bijnaam ‘The Eminence Grease’, verwijzend naar zijn expertise: smering. Ook op dat gebied was hij een wereldautoriteit.

Uitlaatgassen van dieselmotoren

In 1963 voorzag Denis, gezien de voortgaande mondiale verstedelijking, een zonnige toekomst voor de huismus. Die voorspelling is niet uitgekomen. Hij maakte zich de laatste jaren juist zorgen over de dramatische afname van de populatie die rond 1990 begon. Er zijn nu steden in Noordwest-Europa waar de soort vrijwel ontbreekt. Dat zette hem aan het denken over de kwaliteit van de leefomgeving die mens en mus met elkaar delen.

Bouwend op zijn ervaring in de petrochemische industrie en kennis van het mussenleven kwam hij met de hypothese dat luchtvervuiling met nanodeeltjes uit de uitlaatgassen van dieselmotoren een belangrijke factor is in de teloorgang van de huismus.

In zijn zwanenzang in British Birds (2016), zestig jaar nadat hij in dat tijdschrift zijn eerste artikel over huismussen publiceerde, riep hij op om die hypothese te testen: „Niet alleen voor de mussen – hoeveel ik ook van ze hou – maar ook voor ander dierenleven in de stad en voor de kinderen van onze eigen soort.” Denis heeft gelijk: de huismus van nu is de kanarie in de kolenmijn.

Correctie 15-5: In een eerdere versie van dit artikel stond de verkeerde naam als fotograaf in het fotobijschrift. Stuart Worton is de fotograaf.