Opinie

De breedtesport heeft steun harder nodig dan betaald voetbal

Sportclubs in problemen

Commentaar

Net als andere delen van de maatschappij is ook de sportwereld zwaar getroffen door de uitbraak van het coronavirus. Met een reeks dikke pennenstreken ging een streep door monumentale evenementen als het EK voetbal, Wimbledon, de Tour de France en de Olympische Spelen.

Ook de Nederlandse sport ontkomt niet aan de gevolgen van de lockdown. Van voetbalclub Ajax tot de schaakclub in Groningen: miljoenen Nederlanders zijn verstoken van hun favoriete vrijetijdsbesteding - als kijker, supporter of actief sporter. Competities werden halsoverkop gestaakt, sportparken gingen op slot, hallen en zwembaden waren twee maanden uitgestorven. Sport en de anderhalvemetersamenleving gaan nu eenmaal slecht samen.

De gevolgen voor de sportwereld zijn enorm. Bij een eerste schatting van de financiële schade als gevolg van de gedwongen sportstop kwam NOC-NSF tot een bedrag van bijna een miljard euro aan gemiste inkomsten, onder meer vanwege talloze geannuleerde competities en toernooien.

In Nederland sporten, in normale tijden, wekelijks zo’n tien miljoen mensen. Zo’n zes miljoen van hen zijn lid van een van de 24.000 sportclubs. In de unieke Nederlandse sportinfrastructuur zijn dat amateurverenigingen die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat drijven op vrijwilligers uit de dorpen en wijken die ze bedienen. Grote reserves hebben ze niet. Zo’n achthonderd clubs zullen omvallen zonder financiële steun, waarschuwde de Stichting Waarborgfonds Sport eind april.

Door de tijdelijke sluiting lopen de amateurclubs maandelijks alleen al aan horeca-inkomsten en contributies tientallen miljoenen euro’s mis. Het kabinet schiet te hulp met 110 miljoen ter leniging van de hoogste nood, zodat in elk geval de jeugd weer voorzichtig kan terugkeren op de velden. Het leeuwendeel daarvan is bedoeld voor accommodatiehuur, de grootste kostenpost.

Niet alleen de amateursport wordt in het hart geraakt. Ook de professionele sport lijdt verliezen, met het betaald voetbal als meest in het oog springende bedrijfstak. De 34 profclubs in ere- en eerste divisie maken zich ernstige zorgen nu hun competities niet worden afgemaakt. Daarnaast is het nog uiterst onzeker of er voor 2021 wél gevoetbald kan worden in volle stadions. De directeur betaald voetbal van de KNVB, Eric Gudde, riep de hulp in van de overheid, omdat hij verwacht dat de schade zal oplopen tot ten minste 300 miljoen euro.

Opvallend is dat de profclubs en hun bond het de afgelopen maanden vooral oneens waren over bijna alles. Pogingen om van het betaald voetbal een toekomstbestendige bedrijfstak te maken eindigen al jaren in onenigheid en besluiteloosheid. Ook tijdens de huidige crisis gaan de clubs ruziënd over straat.

De tijdelijke salarisreductie die clubs en spelers onlangs overeenkwamen is een eerste stap, maar het betaald voetbal doet er goed aan deze wedstrijdloze periode te gebruiken om zich collectief te bezinnen op een economisch robuuste toekomst, voordat het Den Haag om steun vraagt.

Als de overheid moet kiezen waarmee de maatschappij het meest is gediend, dan is dat met steun aan de breedtesport. Bewegen is voor mensen van levensbelang, terwijl amateurverenigingen daarnaast ook in belangrijke mate bijdragen aan de sociale cohesie in de samenleving.