Kunst kijken in de buitenlucht: bloot op de brug

Beelden op bruggen Nu de musea dicht zijn, kijkt naar beelden in de buitenruimte. Deze keer: bruggen bieden bij uitstek plek voor beelden.

Wladimir de Vries, Landbouw en veeteelt (‘Blote Bet’), 1953. Herebrug, Groningen.
Wladimir de Vries, Landbouw en veeteelt (‘Blote Bet’), 1953. Herebrug, Groningen. Foto Sake Elzinga en Wikifrits, Gerardus / Wikimedia Commons

‘We wensen iets zinvols”, schreef het Groninger stadsbestuur begin jaren vijftig aan kunstenaar Wladimir de Vries. Wat ze kregen was een bloot meisje dat als stedemaagd de stad symboliseert, het kalfje en de korenaren geven uitdrukking aan de verbondenheid met het omliggende land, aldus de kunstenaar. De verbrede nieuwe verkeersbrug diende als moderne entree naar de stad – en een passende markering was op zijn plaats.

Het fiere beeld markeert nu de overgang van ‘het ommeland’ naar de stad Groningen. De officiële naam (Landbouw en Veeteelt) kent niemand, de bijnaam is des te bekender: Blote Bet. Al bij een eerste presentatie op het atelier had een bestuurder nog gevraagd: „Blijft dat zo naakt, schilder?”

De krampachtige relatie met het naakte lichaam, zeker in de publieke ruimte, speelt ons steeds parten. Het geeft aan dat opdrachtgevers beducht zijn voor de publieke opinie. En het getuigt dan ook van moed dat dit beeld al bijna zeventig jaar trots op haar sokkel staat.

Maar hé, wanneer we onszelf als mens en dus ook het naakt respecteren, hoeven we ons er toch niet voor te schamen? Bovendien, het is zoals de Engelse kunstenaar William Blake al zei: „Art can never exist without naked beauty displayed.” Dikwijls wordt het naakt verkeerd begrepen en ontstaat ophef over het ontblote lichaam, dat juist schoonheid, puurheid of kracht verbeeldt.

Maar niet alleen naakt heeft het lastig, ook beelden ‘waarvan je niet kan zien wat het voorstelt’ kunnen rekenen op kritiek. Een kunstwerk waar het voortrazende verkeer op geabstraheerde wijze treffend is vastgelegd, staat eveneens in Groningen.

Willem Reyers ontwierp in brons ‘Het Verkeerswezen’. En ook hier ontstond al snel een passende bijnaam: de verkeersdraak. Achteraf kan je zeggen dat Reyers hier, bij een van de toegangswegen naar de stad, met een onwaarschijnlijk vooruitziende blik een waarschuwend teken gaf voor de gaandeweg alles bepalende, vernietigende werking van het autoverkeer op onze historische binnensteden.

Bruggen bieden bij uitstek plek voor beelden. Bruggen verbinden immers, ze geven toegang en markeren het één met het ander. Ons waterrijke land kent een lange traditie van beelden op en aan bruggen – en met name in de jaren twintig en dertig ontstonden door het toenemende verkeer in het hele land nieuwe bruggen, vaak voorzien van sculpturen. In veel steden en de nieuwbouwwijken eromheen verschenen expressionistische brugwachtershuisjes, sierlijk smeedwerk, lantaarns en kiosken.

Een typisch voorbeeld is de Haagse Conradbrug. De monumentale beeldengroep van een moeder met kinderen getiteld ‘Veiligheid in ’t verkeer’ (1937) is van de hand van Dirk Wolbers. Ironisch genoeg zou de kunstenaar later zelf bij een auto-ongeluk om het leven komen.

De meest heroïsche bruggensculptuur uit deze periode is Hildo Krops ‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’ en siert de Muzenbrug in het Amsterdamse Plan Zuid. Het is een van de vele bruggen van architect Piet Kramer. Aangejaagd door het jaarlijkse steunkrediet dat de Amsterdamse wethouder Kunstzaken in de jaren twintig en dertig beheerde, werd het duo Kramer en Krop verantwoordelijk voor een ongeëvenaard aantal fraai gedecoreerde bruggen in de hoofdstad. Iedere brug is anders, overal prijken fabeldieren, faunen en vogels, de meeste in Beiers graniet. Jammer dat tegenwoordig veel van het sculpturale smeedwerk ontsierd wordt door eraan vastgeketende fietsen.